1 HAVO Grammaire Passé Composé Ch. 5

     
                     Page 22

                                             

Salut! 



                            



1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

     
                     Page 22

                                             

Salut! 



                            



Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Le passé composé = voltooid tegenwoordige tijd
De passé composé is de verleden tijd met 2 werkwoorden. 

Bijvoorbeeld: Ik heb gegeten.
                             FR: J'ai mangé.

Het werkwoord hebben (avoir) +
het voltooid deelwoord die erbij hoort.
Wat is de passé composé?

Slide 3 - Tekstslide

J' (ik)
ai
dansé
Tu (jij)
as
dansé
Il/elle/on (hij/zij/wij)
a
dansé
nous (wij)
avons
dansé
Vous (jullie/u)
avez
dansé
Ils/elles (zij)
ont
dansé
Ik heb gedanst
Verleden tijd: passé composé 

Slide 4 - Tekstslide

Le passé composé
De passé composé is de voltooid tegenwoordige tijd

Ik heb gekeken          j'ai regardé
Jij hebt gezongen      tu as chanté

Ik ben gevallen          je suis tombé     
Hij is gegaan             il est allé

Slide 5 - Tekstslide

Let op
De passé composé van de
werkwoorden avoir, être, faire en prendre is onregelmatig

Slide 6 - Tekstslide

Let op!
De volgende voltooid deelwoorden moet je uit je hoofd leren:



Je hulpwerkwoord blijft wel avoir.
Bijv: Ik heb een cadeau gehad = J'ai eu un cadeau
avoir =  eu 
être = été 
faire = fait

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Le verbe être
Het werkwood "zijn"

Slide 9 - Tekstslide

Le passé composé met être
Je suis allé(e)
Tu es allé(e)
il est allé
elle est allée
Nous sommes allé(e)s
Vous êtes allé(e)(s)(es)
Ils sont allés
Elles sont allées
Alle vormen tussen haakjes geven aan dat het vrouwelijk  zijn, maar dat dit niet bekend is.
Bij avoir is dit niet zo!

Slide 10 - Tekstslide

Hoeveel werkwoorden heb je nodig bij het maken van een passé composé?
A
een
B
twee
C
drie

Slide 11 - Quizvraag

Passé composé
Présent
J'ai mangé
il parle
Ils ont acheté
je téléphone
vous avez dansé
nous écoutons
vous regardez
Tamara a marché
nous avons trouvé
on cherche
Elisa rencontre
tu as raconté

Slide 12 - Sleepvraag

Met avoir: welke is juist?
A
Elle est dansé
B
Elle a dansé
C
Elle est dansée
D
Elle a dansée

Slide 13 - Quizvraag

Nu met être: Mon père ... (tomber).
A
tombé
B
a tombé
C
est tombé
D
est tombés

Slide 14 - Quizvraag

Vertaal: ik ben vertrokken
A
je suis parti
B
tu es parti
C
j'ai parti
D
il a parti

Slide 15 - Quizvraag



Wist je veel?
😒🙁😐🙂😃

Slide 16 - Poll

À faire           Ch. 5
  • Laptop, boek (B) op tafel
  • Bij vragen vinger omhoog
  • Slim stampen, bron D en H

Page 22-23   |   Exercice:   -     |      20 minutes
timer
15:00

Slide 17 - Tekstslide



Au revoir!

Slide 18 - Tekstslide