Les 3 Cursus 1 Meer dan lezen Nieuw Nederlands teksverbanden en signaalwoorden klas 2bk

Welkom bij Nederlands
Op tafel:
Leesboek en 
laptop. (dicht!)
timer
5:00
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 2

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Welkom bij Nederlands
Op tafel:
Leesboek en 
laptop. (dicht!)
timer
5:00

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag:
  • stil lezen
  • praten over je boek
  • instructie
  • zelfstandig werken
  • evaluatie

Slide 2 - Tekstslide

Stil lezen
timer
8:00

Slide 3 - Tekstslide

Vertel...

Slide 4 - Tekstslide

Lesdoel
 Aan het eind van de les kan ik: - Tekstverbanden herkennen aan de hand van signaalwoorden.

Slide 5 - Tekstslide

Terugblilk
In de vorige les hebben we geleerd dat teksten alinea's hebben.
Een alinea bestaat uit een aantal zinnen die bij elkaar horen, omdat ze over hetzelfde deelonderwerp gaan.  

Slide 6 - Tekstslide

Terugblilk
Hoe herken je een alinea?
  • Een nieuwe alinea begint altijd op een nieuwe regel.
  • Zinnen die samen één alinea vormen, beginnen niet op een nieuwe regel.
  • Soms begint de eerste regel van een alinea met een stukje wit. Dat noem je inspringen.
  • Vaak wordt er tussen twee alinea’s een regel overgeslagen (witregel)

Slide 7 - Tekstslide

Terugblilk
De belangrijkste informatie van een alinea staat in de kernzin. Vaak is dat de eerste, tweede of laatste zin van de alinea.

Slide 8 - Tekstslide

Instructie
In teksten hebben zinnen en alinea’s met elkaar te maken. Ze houden verband met elkaar. Aan een signaalwoord zie je met welk verband je te maken hebt. Als je weet welk signaalwoord bij een verband hoort, helpt dit je om de tekst beter te begrijpen. Er zijn verschillende soorten tekstverbanden. Je leert er nu drie.

Slide 9 - Tekstslide

Instructie
1. Opsomming
Bij het verband opsomming worden meerdere dingen die bij elkaar horen, achter elkaar genoemd. De volgorde waarin dit gebeurt, is niet belangrijk. Een opsomming herken je bijvoorbeeld aan deze signaalwoorden: 
ten eerste, ten tweede, om te beginnen, ook, verder, ten slotte, en
Je kunt een opsomming ook herkennen aan streepjes (–), dots (•), getallen (1, 2, 3) of een dubbele punt (:).

Slide 10 - Tekstslide

Instructie
  • Voor een cake heb je nodig: bloem, boter, suiker, een ei en bakpoeder.
  • Bij mij thuis wonen drie honden, zes vissen, vijf katten en een konijn. 
  • Voor het maken van pizza heb je nodig:
  1. deeg
  2. olijfolie
  3. bloem
  4. tomatenpuree
  5. tomaten
  6. beleg

Slide 11 - Tekstslide

Instructie
2. Tijdsvolgorde (chronologie)
Het verband tijdsvolgorde geeft aan dat dingen in een bepaalde volgorde gebeuren. De volgorde waarin dit gebeurt, is nu dus wél belangrijk.
Dit verband herken je bijvoorbeeld aan jaartallen en aan deze signaalwoorden:
vroeger, later, nu, eerst, daarna, vervolgens, ten slotte, nadat, terwijl, dadelijk, intussen.

Slide 12 - Tekstslide

Instructie
Eerst tekenen we de figuren en maken we een kartonnen bordspel van de game.
Daarna gaan de programmeurs aan de slag. Ten slotte wordt het spel getest.

Als eerste kneed je het deeg. Vervolgens doe je er het ei, de olijfolie en de bloem erbij. Intussen laat ik de oven voorverwarmen. Nu kneed je het deeg en maak je het plat. Hierna kan de tomatenpuree en het beleg erop. Tot slot stop je de pizza 30 minuten in de oven. 

Slide 13 - Tekstslide

Instructie
3. Voorbeeld (toelichting)
Bij dit verband wordt een uitleg of voorbeeld gegeven om iets duidelijker te maken. Je krijgt dus meer informatie.

Je herkent een voorbeeld onder andere aan deze signaalwoorden: bijvoorbeeld, zo, als, zoals, denk aan, neem nou.

Slide 14 - Tekstslide

Instructie
  • Er zijn veel vakmensen betrokken bij het maken van een game, zoals tekenaars, programmeurs en geluidstechnici.
  • Ik hou van de Italiaanse keuken, denk aan pasta, pizza, melanzane en lasagne. 

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Link

Zelfstandig werken
Jullie gaan via SomToday naar leermiddelen. Kies voor Nieuw Nederlands. Je gaat naar Cursus 1 - meer dan lezen paragraaf 4 'tekstverbanden en signaalwoorden'.
Je maakt tijdens de les de opdrachten 1 tot en met 8 helemaal af. De rest is huiswerk.

Slide 17 - Tekstslide

Evaluatie




huiswerk: Alle opdrachten van 
paragraaf 4 afmaken. 

Slide 18 - Tekstslide

Tot de volgende keer!

Slide 19 - Tekstslide