In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 15 min
Onderdelen in deze les
Klas 4
Hoofdstuk 7
Nederland Handelsland
7.1 Wat voeren we uit?
Slide 1 - Tekstslide
Lesdoelen 7.1
- Wat levert export Nederland op? - Waarom is niet alle import voor Nederland bestemd?
- Welke invloed heeft de wisselkoers op import & export?
Slide 2 - Tekstslide
Begrippen
Internationale handel
Import (quote)
export (quote)
open en gesloten economie
betalingsbalans
goederenbalans / dienstenbalans / wederuitvoer
wisselkoers
Slide 3 - Tekstslide
0
Slide 4 - Video
Internationale handel
Het kopen van of verkopen aan bedrijven in het buitenland. Internationale handel bestaat dus uit het in- en uitvoeren van goederen en diensten
Slide 5 - Tekstslide
Import (invoer)
Import: er gaat geld naar het buitenland
Bijvoorbeeld: We voeren bananen in Shakira geeft een concert in de Ziggo Dome Jullie zijn op schoolreis geweest naar Frankrijk!
Slide 6 - Tekstslide
Slide 7 - Tekstslide
Export (uitvoer)
Export: Het buitenland betaald ons geld
Bijvoorbeeld : Een Nederlands baggerbedrijf baggert in Dubai Shakira drinkt cola en fiets door Oost We verkopen kaas aan Duitsland
Slide 8 - Tekstslide
Slide 9 - Tekstslide
Nederlandse vrouw in de V.S.
Slide 10 - Tekstslide
Amerikaanse man in NL
Slide 11 - Tekstslide
Nederlanders houden graag vakantie in het buitenland. Als ze met een buitenlandse vliegmaatschappij reizen dan is er sprake van:
A
export van goederen.
B
export van diensten.
C
import van goederen.
D
import van diensten.
Slide 12 - Quizvraag
Als twee of meer landen met elkaar handelen noem je dat:
A
importeren
B
exporteren
C
internationale handel
D
buitenlandse zaken
Slide 13 - Quizvraag
Wat is geen vorm van internationale handel?
A
Nederland verkoopt aan China
B
Duitsland koopt van Nederland
C
Brussel koopt van Londen
D
Amsterdam verkoopt aan Eindhoven
Slide 14 - Quizvraag
Als je in Duitsland naar de kapper gaat is dat:
A
Importeren
B
Exporteren
Slide 15 - Quizvraag
Als wij iets verkopen naar het buitenland noem je dat:
A
Importeren
B
Exporteren
C
internationale handel
D
verkopen
Slide 16 - Quizvraag
Sleep de gebeurtenissen in het juiste vak.
import
export
Ik ben op vakantie in Frankrijk.
DSM verkoopt plastic aan Duitsland.
Een zakenman uit de VS logeert in het Amstel Hotel.
Je koopt iets bij Ali Express.
Slide 17 - Sleepvraag
Een voordeel van meer export is ...
A
dat de werkgelegenheid daalt.
B
dat de werkgelegenheid stijgt.
Slide 18 - Quizvraag
Het voordeel van import voor de Nederlandse consument is ...
A
meer keuze in goederen en diensten.
B
minder keuze in goederen en diensten.
Slide 19 - Quizvraag
Gesloten economie
Noord-Korea heeft een gesloten economie
Of Noord-Koreanaar verhouding veel met het buitenland handelt kun je meten m.b.v. de export- en importquote.
Slide 20 - Tekstslide
Open economie
Nederland heeft een open economie
Of Nederland naar verhouding veel met het buitenland handelt kun je meten m.b.v. de export- en importquote.
Slide 21 - Tekstslide
import- en exportquote
Het percentage van de totale importwaarde of exportwaarde ten opzichte van het nationaal inkomen.
Slide 22 - Tekstslide
Nationaal inkomen
De optelsom van alle inkomens uit arbeid en bezit (zoals loon, rente, huur, pacht).
Wat zegt dit? Je kunt pas vergelijken met andere landen als je het inkomen per hoofd van de bevolking weet.
Slide 23 - Tekstslide
import- en exportquote
Slide 24 - Tekstslide
Importquote
het percentage van het nationaal inkomen (= wat totaal in een land wordt verdiend) dat wordt uitgegeven aan import
Exportquote
het percentage van het nationaal inkomen (= wat totaal in een land wordt verdiend) dat wordt verdiend met export
Slide 25 - Tekstslide
Samenvattend
Open economie Gesloten economie
Een land dat relatief veel Een land dat relatief weinig
handelt met het buitenland handelt met het buitenland
Hoe hoger de exportquote => hoe opener de economie
Hoe hoger de importquote => hoe opener de economie
Slide 26 - Tekstslide
In een land is de waarde van de totale uitvoer € 150 miljard. Het nationaal inkomen is € 405 miljard. Bereken de exportquote.
Slide 27 - Open vraag
Het nationaal inkomen van een land is € 785 miljard. De importwaarde is € 456 miljard. Bereken de importquote.
Slide 28 - Open vraag
Wat zijn kenmerken van een land met een open economie?
A
Weinig invoer (import) en uitvoer (export) in verhouding tot de productie.
B
Veel invoer (import) en veel uitvoer (export) in verhouding tot de productie.
Slide 29 - Quizvraag
Veel handelen met het buitenland heet:
A
open economie
B
gesloten economie
C
internationale economie
D
nationale economie
Slide 30 - Quizvraag
Nederland heeft een ... economie.
A
gesloten
B
open
Slide 31 - Quizvraag
Betalingsbalans
Betalingsbalans
Betalingsbalans:
Een overzicht van alle betalingen aan het buitenland en alle ontvangsten uit het buitenland
Overschot
Overschot op de betalingsbalans:
export > import
(er komt meer geld binnen door export dan dat er via de import uit gaat)
O
Tekort
Tekort op de betalingsbalans:
import > export
(er gaat meer geld uit door import, dan er binnenkomt door export)
T
Slide 32 - Tekstslide
Goederenbalans (handelsbalans)
De goederenbalans (of handelsbalans) geeft een overzicht van de exportwaarde en de importwaarde van goederen.
Slide 33 - Tekstslide
Dienstenbalans
De dienstenbalans geeft een overzicht van de exportwaarde en de importwaarde van diensten.
Slide 34 - Tekstslide
Voorbeeld wederuitvoer:
Auto uit de V.S. komt naar Nederland en is voor Duitsland bestemd.
Slide 35 - Tekstslide
Hoeveel % bestaat uit wederuitvoer?
Wederuitvoer is € 193,5 miljard
Totaal uitvoer goederen is € 431,4 miljard
193,5 / 431,4 x 100 = 44,9%
Slide 36 - Tekstslide
De betalingsbalans geeft de waarde weer van de:
A
geïmporteerde en geëxporteerde goederen
B
geïmporteerde en geëxporteerde diensten
C
alle betalingen en ontvangsten uit het buitenland
Slide 37 - Quizvraag
Als de waarde van de geïmporteerde goederen groter is dan de waarde van de geëxporteerde goederen heb je:
A
een overschot op de handelsbalans
B
een tekort op de handelsbalans
C
een evenwicht op de handelsbalans
Slide 38 - Quizvraag
Wederuitvoer is 194,5 miljard
Totaal uitvoer goederen is 431,4 miljard
Bereken de wederuitvoer in procenten van het totaal uitvoer goederen .
A
45,1%
B
45,10%
C
45,2%
D
45,20%
Slide 39 - Quizvraag
Invloed van wisselkoersen
De wisselkoersen van vreemde valuta hebben invloed op de internationale handel. Vooral de dollarkoers is belangrijk. Veel goederen worden in Amerikaanse dollars afgerekend.
Slide 40 - Tekstslide
Als de wisselkoers van de euro stijgt, dan ... (twee antwoorden zijn goed)