verkleint de kans op predatie of maakt het jagen makkelijker
vergroot de kans op vinden van een partner (voortplanting)
vergroot de kans op grootbrengen jongen (voortplanting)
belangrijke vaardigheden leren van elkaar (imitatie)
Slide 7 - Tekstslide
Evolutie van sociaal gedrag
- Als door sociaal gedrag de totale overlevingskans van de individuen van een soort toeneemt, dan vindt selectiedruk plaats in het voordeel voor dit gedrag.
- Het gedrag zal zich dan binnen de populatie verspreiden.
Het territorium wordt verdedigd door te dreigen en evt. te vechten is territoriumgedrag
Slide 13 - Quizvraag
Twee katers die hevig naar elkaar dreigen, gaan plotseling beide hun vacht schoonlikken. Hoe heet het gedrag dat de katten dan vertonen?
A
imponeergedrag
B
overspronggedrag
C
omgericht gedrag
D
ambivalent gedrag
Slide 14 - Quizvraag
Bij veel dieren die in groepen leven is er sprake van een rangorde. Wat is een rangorde?
A
De volgorde van dieren van oud naar jong
B
De volgorde waarin dieren mogen eten
C
Het oudste dier is de baas
D
Ieder dier kent zijn plaats
Slide 15 - Quizvraag
Hoe heet het gedrag wat je vertoont (naar een organisme in een hogere orde) om een conflict te vermijden
A
overgeefgedrag
B
imponeergesdrag
C
statengedrag
D
verzoeningsgedrag
Slide 16 - Quizvraag
Bas heeft zijn 4 kippen geobserveerd om te kijken wie elkaar pikt. Zijn resultaten: *kip 1 pikt kip 4 *kip 2 pikt kippen 1, 3 en 4 *kip 3 pikt kip 1 en 4 Wat is de rangorde in de ze groep?
A
kip 2 staat boven aan de rangorde, kip 4 onderaan
B
kip 4 staat boven aan de rangorde, kip 2 onderaan
C
de volgorde in rangorde is
kip 3, 4, 2 en als laatste 1
D
de volgorde in rangorde is
kip 2, 4,3 en als laatste 1
Slide 17 - Quizvraag
leerdoel gedrag bij mensen
Je kunt aan de hand van een context toelichten wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen gedrag bij mensen en dieren
Slide 18 - Tekstslide
Slide 19 - Video
Wat is een voorbeeld van aangeboren gedrag?
A
Een kind strikt de schoenveters nadat zijn ouders hem dat opdragen
B
Een konijn duikt zijn holletje in bij het zien van een vos
C
Een pasgeboren vogeltje opent zijn bek om aan te geven honger te hebben
D
Een man zwaait naar de buurvrouw die langsloopt
Slide 20 - Quizvraag
Is dit aangeleerd of aangeboren gedrag?
A
Aangeleerd
B
Aangeboren
Slide 21 - Quizvraag
Wat is een voorbeeld van aangeboren gedrag
A
Een hond komt terug wanneer je hem roept
B
Kunnen schrijven
C
Een baby huilt wanneer hij honger heeft
D
Als de bel gaat pakken jullie je spullen in
Slide 22 - Quizvraag
Welke is aangeleerd gedrag?
A
Alleen plaatje 1
B
Alleen plaatje 2
C
Geen van beide plaatjes
D
Allebei de plaatjes
Slide 23 - Quizvraag
gapen in de baarmoeder
A
aangeleerd
B
aangeboren
Slide 24 - Quizvraag
Rolpatronen
Slide 25 - Tekstslide
Rolgedrag en rolpatroon
Gedrag dat bij een bepaalde rol hoort = rolpatroon
Slide 26 - Tekstslide
Rolpatronen
Hoe iemand zich volgens
anderen moet gedragen
Deze rolpatronen kunnen ook veranderen
Slide 27 - Tekstslide
Slide 28 - Video
Door de vrouwenemancipatie zijn de rolpatronen in veel gezinnen veranderd. a. Hoe waren vóór de emancipatie meestal de rolpatronen in een gezin? b. Hoe zien de rolpatronen er in veel gezinnen na de vrouwenemancipatie uit?
Slide 29 - Open vraag
Cultuur
Cultuur wordt bepaald door normen en waarden.
Verandert door de tijd heen.
Cultuur verschilt per land, regio en groep.
Slide 30 - Tekstslide
Bedenk een voorbeeld van hoe jouw cultuur je gedrag beinvloed