5.3 /5.4 Oren en ogen

Goedemorgen!
Vandaag:

* Wat weten we nog?
* Lezen 
* Uitleg 5.3 Oren en ogen
* Opdrachten maken
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo k, gLeerjaar 1

In deze les zitten 30 slides, met tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Goedemorgen!
Vandaag:

* Wat weten we nog?
* Lezen 
* Uitleg 5.3 Oren en ogen
* Opdrachten maken

Slide 1 - Tekstslide

Wat weten we nog?
Kunnen jullie de weg die een prikkel aflegt uitleggen?

Gebruik de volgende woorden:
- Prikkel
-Gebeurtenis
- Zintuig
- Zintuigcellen
- Impuls
- Actie

Slide 2 - Tekstslide

Wat weten we nog?
Wat is een passende prikkel voor:

- Smaakzintuig
- Tastzintuig
- Gezichtszintuig
Smaakzintuig = smaak
Tastzintuig = aanraking
Gezichtszintuig =  licht

Slide 3 - Tekstslide

Wat weten we nog?


Welke laag van de huid bestaat uit dode huidcellen?

Slide 4 - Tekstslide

Wat weten we nog?

Welke aanpassingen heeft de huid om de lichaamstemperatuur te kunnen regelen?
1.
2.
3.

Slide 5 - Tekstslide

Lezen basisstof 5.3 Oren en ogen

Begin met lezen van basisstof 5.3 op:
bladzijde 92.


timer
3:00

Slide 6 - Tekstslide

Leerdoelen basisstof 5.3

1. Je kunt de delen van het oor benoemen met hun functie

2. Je kunt de bouw en werking van het oog beschrijven

Slide 7 - Tekstslide

Het oor
In de oren liggen de gehoorzintuigen.

Geluid zijn trillingen in de lucht,
de oorschelp vangt de trillingen op.

Daarna gaan ze de gehoorgang in. 

Slide 8 - Tekstslide

De binnenkant van het oor
Door de gehoorgang komen de trillingen aan bij het trommelvlies

Achter het trommelvlies ligt de trommelholte. Hierin zitten de 3 gehoorsbeentjes.

Het trommelvlies geeft de trillingen door aan de gehoorsbeentjes.

Die gehoorbeentjes geven de trillingen door aan het slakkenhuis
Het slakkenhuis zet de trillingen om in impulsen.


Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Link

Slide 11 - Tekstslide

Welkom 
Denk om…
  • Zitten op je eigen plek!
  • Boek (dicht) + schrift, pen op tafel. 
  • Tas op de grond.


timer
3:00

Slide 12 - Tekstslide

Goedemorgen!
Vandaag:

  • leerdoelen
  •  filmpje
  • Uitleg 5.4 ogen 
  • Opdrachten maken

Slide 13 - Tekstslide

Leerdoelen basisstof 5.4
  • Je kunt de bouw en werking van het oog beschrijven

Slide 14 - Tekstslide

Het oog

  • In het oog bevindt zich het gezichtszintuig. Deze zorgt ervoor dat we kunnen zien.

  • De oogleden, wimpers en wenkbrauwen beschermen het oog tegen vuil en/of vocht.

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Het oog: de buitenkant
  • In het oog bevindt zich het gezichtszintuig. Deze zorgt ervoor dat we kunnen zien.
  • De oogleden, wimpers en wenkbrauwen beschermen het oog tegen vuil en/of vocht.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

De binnenkant van het oog

Aan het harde oogvlies zitten oogspieren vast. De oogspieren draaien het oog in de richting waar je naar kijkt.

De oogbol is gevuld met een soort gelei: het glasachtig lichaam

Achter de iris en de pupil zit de lens. Die zorgt voor het scherp zien.

Slide 19 - Tekstslide

Het oog: de binnenkant
  • aan het harde oogvlies zitten oogspieren  vast.
  • De oogspieren draaien het oog in de richting waar je naar kijkt.
  • De oogbol is gevuld met een soort gelei: het glasachtig lichaam
  • Achter de iris en de pupil zit de lens. Die zorgt voor het scherp zien.

Slide 20 - Tekstslide

De wand van het oog:

De wand van het oog bestaat dus uit 3 langen:

1. Harde oogvlies
2. Vaatvlies
3. Netvlies

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

Gele- blinde vlek

Bij de gele vlek liggen de meeste zintuigcellen. Hier zie het meeste details.

De plaats in het netvlies waar de oogzenuw het oog verlaat, noem je de blinde vlek. Hier zitten helemaal geen zintuigcellen


Slide 23 - Tekstslide

Gele vlek

  • Plaats in het centrum van het netvlies
  • hiermee zie je het scherpst met je zintuigcellen 
Blinde vlek

  • Plaats van het netvlies waar de oogzenuw het oog verlaat
  • hier geen zintuigcellen 

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slechtziendheid

Iemand kan bijziend of verziend zijn.

  • Als je bijziend bent, kun je alleen dichtbij scherp zien
  • Als je verziend bent, kan je alleen in de verte goed zien

Slide 26 - Tekstslide

Bijziend

  • Iemand die alleen van dichtbij scherp kan zien.


Verziend

  • Iemand die alleen in de verte scherp kan zien.

Slide 27 - Tekstslide

Aan het werk
Hoofdstuk 5  Waarneming, gedrag en regeling
Paragraaf 5.3 oren
  • Maak opdracht 1 t/m 6 blz 86
  • werk op fluistertoon
Klaar?
maak een tekening van een oog en benoem de onderdelen

timer
15:00

Slide 28 - Tekstslide

Opdrachten bij deze basisstof:
Controle
MAKEN opdracht 1 t/m 8 blz. 94
Checklist
Kan je de begrippen uitleggen van de basisstof
Zijn de opdrachten volledig gemaakt?
Snap je alle opdrachten?

KEUZE vaardigheden:

        Oefen de flitskaarten
        Maak 4 quizvragen
PLUS opdrachten:

        Puzzelboekje 
        Knip en plakopdracht

Slide 29 - Tekstslide

Volgende les:

Opdracht in groepjes: oefenen met huid/ oog / oor

Opdrachten van basisstof 5.3 afmaken

Slide 30 - Tekstslide