HEY 7.3 Dwang bij collectieve producten

7.3 Dwang bij collectieve producten
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

7.3 Dwang bij collectieve producten

Slide 1 - Tekstslide

Deelvraag
Hoe grijpt de overheid in als individuele belangen het algemene belang kunnen schaden?

Slide 2 - Tekstslide

Collectieve goederen
  • Individuele goederen - producten die kunnen worden gesplitst in individueel leverbare eenheden, waarvoor een prijs gevraagd kan worden
  • Collectieve goederen - producten die niet gesplitst kunnen worden in individuele eenheden
  • Quasi-collectieve goederen - wanneer de overheid een individueel product aanbiedt

Slide 3 - Tekstslide

Collectieve goederen
Collectieve goederen zijn goederen die door de overheid geregeld en onderhouden worden (iedereen betaalt eraan mee)  en voor iedereen beschikbaar zijn.





Voorbeeld collectief goed:
Straatverlichting: je kunt niet per persoon een rekening sturen voor het gebruik van bepaalde straatverlichting én je kunt mensen er niet van weerhouden om de straatverlichting te gebruiken.
Collectieve goederen zijn niet-uitsluitbaar en niet-rivaliserend:
Niet-uitsluitbaar = je kan mensen het recht niet ontzeggen, het is voor iedereen beschikbaar. 
  vb. De politie is er voor iedereen, je kan niemand hulp van de politie ontzeggen
Niet-rivaliserend = Als iemand er al gebruikt van maakt, kan een ander dat ook nog steeds.
  vb. Een dijk is er ter bescherming tegen het water. We hoeven niet te vechten om bescherming, iedereen wordt erdoor beschermd.

Slide 4 - Tekstslide

Individuele goederen
Individuele goederen = Producten of diensten voor jou als individu. Vaak worden deze door het bedrijfsleven geleverd.

    vb. Bijna alles wat je koopt: elektriciteit, film in de bios, taart bij de bakker, abbo Netflix.


Slide 5 - Tekstslide

Gevangenendilemma Collectieve goederen


Dominante strategie: Niet bijdragen
Nash Evenwicht: ( Niet bijdragen, Niet bijdragen )

Daarom collectieve dwang via belastingheffing

Slide 6 - Tekstslide

Collectieve goederen en het gevangenendilemma
Waarom moet de overheid daarvoor zorgen?

Er zijn geen aanbieders te vinden door het gevangenendilemma: Het individu profiteert niet van de productie, terwijl het collectief dit wel doet door middel van positieve externe effecten.

Slide 7 - Tekstslide

Gevolg:
Meeliftgedrag: gedrag dat een speler opbrengsten levert, zonder dat de speler daarvoor betaald heeft.

Slide 8 - Tekstslide

Voorbeeld
Straatverlichting. Opbrengst iedere speler: 10, Kosten totaal: 14. Door het externe effect, levert het 10 per speler op, terwijl het per speler maar 7 kost.



Slide 9 - Tekstslide

externe effecten, overheidsingrijpen
Extern effect: 
effect als gevolg van 
productie en consumptie

Negatieve externe effecten &  
positieve externe effecten

Slide 10 - Tekstslide

Collectieve dwang
Collectieve dwang kan via twee manieren:
- via de belasting: alleen de overheid kan mensen verplichten te betalen voor collectieve goederen, omdat ze mensen kan dwingen te betalen via de belastingen.
- een contract afsluiten: men kan elkaar zo aan afspraken houden.

Slide 11 - Tekstslide

Meeliftersgedrag - freerider
collectieve dwang
Meeliftersgedrag

Slide 12 - Tekstslide

Wat is de uitkomst (evenwicht)?
A
Beide geen uitverkoop
B
Boerkoel wel, Van Erp geen uitverkoop
C
Van Erp wel, Boerkoel geen uitverkoop
D
Beide wel uitverkoop

Slide 13 - Quizvraag

Is dit een gevangenendilemma?
A
Ja
B
Nee

Slide 14 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van
collectieve dwang?
A
Belasting
B
Meeliftgedrag
C
Zelfbinding
D
Kijken naar collectieve opbrengsten

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Video

Aan de slag!
7.3 Dwang bij collectieve producten
Maken opdr. 11 t/m 15
Nakijken!

Slide 17 - Tekstslide