VWO 1 - spreekwoorden en uitdrukkingen

Hoofdstuk 5:
Spreekwoorden, gezegdes & uitdrukkingen 
Spreekwoorden en uitdrukkingen
4 - Taal
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 5:
Spreekwoorden, gezegdes & uitdrukkingen 
Spreekwoorden en uitdrukkingen
4 - Taal

Slide 1 - Tekstslide

Aan het einde van de les:
- ken je het verschil tussen letterlijk en figuurlijk taalgebruik.
- weet je wat spreekwoorden en uitdrukkingen zijn. 
- ken je het verschil tussen spreekwoorden en uitdrukkingen.

Slide 2 - Tekstslide

Spelen met woorden: rebus
Geef iedereen de kans om de rebussen op te lossen: roep geen antwoorden door de klas, maar doe de rebus in je hoofd.
  • Bekijk eerst de rebus goed en probeer hem in je hoofd op te lossen (schrijf je antwoord eventueel in je schrift op)

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide


Slide 5 - Open vraag

Slide 6 - Video

Actueel
Spreekwoorden en uitdrukkingen zijn nog heel actueel.

Slide 7 - Tekstslide

Letterlijk of figuurlijk?
a. Onze tuinman is een beer van een kerel.
b. Charly vond de bruine beer in het wildpark het mooist.

a. De nieuwe skipiste is het neusje van de zalm.
b. Het neusje van de zalm eten we gewoonlijk niet op.

Slide 8 - Tekstslide

Spreekwoord of uitdrukking?
Een uitdrukking is een woordcombinatie met een vaste betekenis. Je kunt de uitdrukking een beetje aanpassen.
Het is een combinatie van woorden die samen een eigen (figuurlijke) betekenis hebben.
Voorbeeld: `'Je laatste adem uitblazen' is een uitdrukking die in veel talen wordt gebruikt in de betekenis van 'sterven'.
Tranen met tuiten-> Tim huilt tranen met tuiten.


Slide 9 - Tekstslide

Spreekwoord of uitdrukking?
Een spreekwoord is een korte en krachtige vaste uitdrukking met een algemene waarheid of wijsheid --> heeft een vaste volgorde
Voorbeelden:
' De laatste loodjes wegen het zwaarst.' 
Het betekent dat het laatste gedeelte van iets het moeilijkst is en heeft niks met loodjes te maken, dus spreekwoord.
'De appel valt niet ver van de boom.'
Tim valt niet ver van de boom-> kan niet, dus spreekwoord

Slide 10 - Tekstslide

Spreekwoord of uitdrukking?

Zo sterk zijn als een leeuw.
A
spreekwoord
B
uitdrukking

Slide 11 - Quizvraag

Spreekwoord of uitdrukking?

Hij praat als een kip zonder kop.
A
spreekwoord
B
uitdrukking

Slide 12 - Quizvraag

Spreekwoord of uitdrukking?

Na regen komt zonneschijn.
A
spreekwoord
B
uitdrukking

Slide 13 - Quizvraag

Spreekwoord of uitdrukking?

In de huid kruipen van

A
spreekwoord
B
uitdrukking

Slide 14 - Quizvraag

Test je spreekwoordenkennis:

De ....... valt niet ver van de boom.
A
peer
B
banaan
C
druif
D
appel

Slide 15 - Quizvraag

Spreekwoorden hebben een...
A
letterlijke betekenis
B
figuurlijke betekenis

Slide 16 - Quizvraag

spreekwoord
A
je kunt de woorden veranderen
B
je kunt de zin niet veranderen
C
letterlijke betekenis
D
een deel van een zin

Slide 17 - Quizvraag




                       Welk spreekwoord is juist?
A
De kat in de pot vinden
B
De hond in de pot vinden

Slide 18 - Quizvraag

Een spreekwoord is:
A
Een grapje
B
Een korte zin met een waarheid of wijsheid
C
Slechte woorden/schelden
D
Iets wat letterlijk wordt bedoeld

Slide 19 - Quizvraag

Wat betekent dit spreekwoord?
A
Je kan goed blaffen.
B
Je laat je boterham met kaas niet afpakken.
C
Je kan goed voor jezelf opkomen.
D
Je houdt van kaas.

Slide 20 - Quizvraag

Welk spreekwoord zie je hier?
A
De kat in de boom kijken.
B
De kat uit de boom kijken.
C
De kat bekijken.
D
Laat de kat maar in de boom zitten.

Slide 21 - Quizvraag

Werk voor deze les:

  • Cursus 4 Taal, woordenschat, blz. 92 - 93
  • Maken opdracht 1 t/m 5 (Verplicht opdracht 2 en 4)

Wat niet af is = huiswerk! - Schrijf het in je Plenda

Slide 22 - Tekstslide