Klinisch redeneren : 6 stappen volgens Marc Bakker

klinisch redeneren
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

klinisch redeneren

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Intro Klinisch redeneren
Zes stappen volgens
Marc Bakker
uitgelegd

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les doel
Aan het einde van de les 
kun je de 6 stappen van klinisch redneren benoemen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is klinisch redeneren?
= vaardigheid om eigen observaties en interpretaties aan medische kennis te koppelen om zodoende te beredeneren welke stappen je moet nemen tijdens je handelen.
"Ontwikkelen 'klinische blik"



Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

en waarom wordt het gebruikt?
interventies
vervolgstappen
onvoorziene situaties
keuzes verantwoorden
 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Klinisch redeneren volgens de 6 stappen van Marc Bakker

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

6 stappen
1: Oriëntatie situatie
2: Klinische probleemstelling
3: Aanvullend klinisch onderzoek
4: Klinisch beleid
5: Klinisch verloop
6:  Evaluatie /nabeschouwing

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Oriëntatie op de situatie
Er is iets aan de hand!
  • gegevens verzamelen (je observaties)
  • voorgeschiedenis
  • Je voert een risicoanalyse uit en je beslist of je de arts moet informeren


SBAR
situatie (S)
achtergrond (B)
beoordeling (A)
aanbeveling (R)

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak gebruik van de EWS
= Early Warning Score
verslechtering van de patiënt vroegtijdig signaleren
Niet-pluisgevoel
Het niet-pluisgevoel is een spontaan opkomend, alarmerend gevoel van alertheid en is het resultaat van intuïtieve kennis. Deze intuïtieve kennis is gebaseerd op kennis en ervaring van de verpleegkundige.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. klinische probleemstellingen
Wat is er aan de hand?
  • problemen in kaart brengen
  • kennis van ziektebeelden is belangrijk
  • gewenst/ongewenst

Slide 10 - Tekstslide

In deze stap zijn de zorgthema s belangrijk:

Beschreven in de ICF classificatie van de WHO

Er zijn er 12: 
Ademhaling
circulatie
vocht en elektrolytenbalans
bloed
neurologisch systeem
thermoregulatie
afweersysteem...

Elk van deze onderdelen heeft een paar deelonderdelen

In deze casus met name nr voor ademhaling:

 luchtwegen
- ademprikkel
- ademarbeid
- diffusie
- perfusie


Stap 2
Je bedenkt wat er aan de hand kan zijn bij de zorgvrager, wat de gevolgen van de verandering in de (gezondheids)situatie zijn voor het leven van deze zorgvrager en wat mogelijke problemen kunnen zijn.

  • Je ordent de gegevens.
  • Je formuleert hypothesen. (Wat je verwacht te vinden)
  • Je legt verbanden tussen de problemen.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3. aanvullend onderzoek
Aantonen van de ziekte/gevolgen
  • verantwoordelijkheid van de arts
  • denk aan; röntgenfoto, bloedonderzoek of kweek

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stap 3
  • Heb ik voldoende gegevens?
  • Welke aanvullende observaties kan ik doen?
  • Zijn er aanvullende onderzoeken nodig? Welke?
  • Kan ik deze aanvullende onderzoeken zelf doen of moet dit in overleg met of na toestemming van een andere discipline?
  • Moet ik een collega of andere discipline informeren en/of hiermee overleggen?
  • Zijn er potentiële problemen waar ik rekening mee moet houden?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4. Klinisch beleid
In deze stap formuleer je verpleegkundige diagnosen, stel je zorgdoelen op en bepaal je de verpleegkundige interventies. Ook maak je afspraken met de zorgvrager en zijn naasten over wie welke zorg aan de zorgvrager verleent.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stap 4
Het verpleegkundig beleid
Het verpleegkundig beleid is de aanpak van de verpleegproblemen zoals je die in het verpleegplan vastlegt.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

5. klinisch verloop
Wat je kunt verwachten bij de patiënt
  • complicaties
  • risico's
  • bijwerkingen van medicatie

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stap 5
Op het moment dat je bij het observeren weer een probleem tegenkomt (bijvoorbeeld een nabloeding na een chirurgische ingreep), begin je voor dat probleem weer bij stap 1 van klinisch redeneren.
Alles leg je vast in de rapportage

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

6. nabeschouwing

  • kwaliteit, patiëntveiligheid
  • heb je goed gehandeld als verzorgende/verpleegkundige?
  • Als je reflecteert op de bereikte resultaten van de zorgverlening, kun je jezelf afvragen of je het probleem van de zorgvrager compleet in beeld hebt gebracht. Heb je zaken over het hoofd gezien?

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vragen?

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies