In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Slide 1 - Tekstslide
Welkom!
Slide 2 - Tekstslide
Wat leer je?
Zinsdelen benoemen opfrissen
Enkelvoudige en samengestelde zinnen
Dubbele zinsdeelstreepjes
Hoofd- en bijzinnen
Slide 3 - Tekstslide
Zou jouw
hoofdpersoon
een vriend
van je kunnen
zijn? Waarom
wel of niet?
Slide 4 - Tekstslide
Taaluitdaging
Beschrijf aan je buur
een boek, film, tv-serie, toneelstuk,
musical of game
in precies vijf woorden! De ander raadt het.
Slide 5 - Tekstslide
Zinsdelen benoemen, hoe doe je dat?
Stappenplan blz. 150
1. persoonsvorm
2. zinsdeelstrepen
3. werkwoordelijk gezegde
4. onderwerp
5. lijdend voorwerp
Slide 6 - Tekstslide
Zet zinsdeelstreepjes
en benoem de zinsdelen
Hij schopt de bal naar zijn nieuwe trainer.
Slide 7 - Tekstslide
De enkelvoudige zin
De enkelvoudige zin heeft één persoonsvorm.
Deze zin is altijd een hoofdzin.
o en pv staan naast elkaar.
Hijschopt de bal naar zijn nieuwe trainer.
Voetbalt zij sinds kort bij ADO?
Slide 8 - Tekstslide
Ben je wel eens in een wildpark geweest? Deden mensen daar vreemde dingen?
ja
nee
Slide 9 - Poll
De samengestelde zin
Deze bestaat uit twee of meer zinnen.
Dus zijn er twee of meer persoonsvormen.
In wildparken doenmensenvreemde dingen, omdat zehun kinderen een onvergetelijk moment willen bezorgen.
Slide 10 - Tekstslide
Ik weet het weer en benoem de zinsdelen!
Let op, er zitten meerdere pv's in deze samengestelde zin.
Als mensen in natuurparken rondrijden, doen ze vreemde dingen.
Slide 11 - Tekstslide
Ik weet het weer en benoem de zinsdelen!
Let op, er zitten meerdere pv's in deze samengestelde zin.
Als mensen in natuurparken rondrijden, doen ze vreemde dingen. Als / mensen / in natuurparken / rondrijden // doen / ze / vreemde dingen. - o - pv + wg pv+wg o lv
In een samengestelde zin plaats je dubbele zinsdeelstrepen: //
Slide 12 - Tekstslide
Nog eentje dan, ... en let op het aantal pv's!
Ze gaan uit de auto omdat ze hun kinderen een onvergetelijk moment willen bezorgen.
Ze / gaan/ uit de auto // omdat / ze / hun kinderen / een onvergetelijk moment / willen o pv+wg - - o mv lv pv+wg
/ bezorgen.
Slide 13 - Tekstslide
De hoofdzin en bijzin
De samengestelde zin bestaat uit twee of meer zinnen:
hoofdzin + hoofdzin (pv + o staan naast elkaar)
--> en, of, maar, want, dus
In de bijzin staan pv en o niet naast elkaar (alle andere voegwoorden):
hoofdzin + bijzin
bijzin + hoofdzin
Slide 14 - Tekstslide
Wat weet je van de woordvolgorde in de hoofdzin?
Slide 15 - Open vraag
De bijzinsvolgorde
In een bijzin staan alle werkwoorden, aan het eind van de zin. De pv en o staan uit elkaar. Je kunt een ander woord tussen de pv en o zetten. Probeer maar eens met 'niet' of 'vandaag'.
In wildparken doenmensen vreemde dingen,
omdat ze hun kinderen een onvergetelijk moment willenbezorgen.
Slide 16 - Tekstslide
Slide 17 - Tekstslide
Slide 18 - Tekstslide
Hoofdzin = pv + o
Slide 19 - Tekstslide
bijzin: pv en o uit elkaar
Slide 20 - Tekstslide
Ik heb morgen een toets, dus ga ik vroeg naar bed.
A
hoofdzin+hoofdzin
B
hoofdzin+bijzin
C
bijzin+hoofdzin
Slide 21 - Quizvraag
Terwijl de regen met bakken uit de hemel komt, zitten wij lekker binnen.
A
hoofdzin+hoofdzin
B
hoofdzin+bijzin
C
bijzin+hoofdzin
Slide 22 - Quizvraag
Wat?
§4.7 Grammatica zinsdelen:
1abcde t/m 4abcde en 5 maken
Hoe?
Stil alleen of samen fluisteren
Hulp?
Boek --> klasgenoot --> Straver
Resultaat?
Niet af? Zet als huiswerk in je agenda!
Leerdoel?
Enkelvoudige en samengestelde zinnen, hoofd- en bijzin
Klaar?
taak 12, lezen, leren voor de leestoets
Slide 23 - Tekstslide
Ik denk, dat het morgen weer droog is.
A
hoofdzin+hoofdzin
B
hoofdzin+bijzin
C
bijzin+hoofdzin
Slide 24 - Quizvraag
Kahoot met logo's
Kahoot!
Slide 25 - Tekstslide
Hoe ging het in de klas?
Wat weet je nu?
Slide 26 - Tekstslide
Wat weet je nu?
Enkelvoudige en samengestelde zinnen
Dubbele zinsdeelstreepjes
Hoofd- en bijzinnen
Slide 27 - Tekstslide
Einde van de les
Slide 28 - Tekstslide
Wat werkt het beste, overhoren of navertellen?
1. Noteer in een tweetal vier vragen over 4.3 Lezen. Noteer op een ander blaadje de antwoorden. Geef de vragen aan een ander duo. Welk duo had de meeste vragen goed?
2. Vertel in maximaal 2 minuten aan je klasgenoot wat je geleerd hebt in deze paragraaf. Wissel daarna van rol.
Slide 29 - Tekstslide
Expertgroepen
Elk groepje bespreekt in 2 minuten de beste antwoorden van één vraag. Daarna presenteren de expertgroepen dit.