Spelling Blok 4 1KT

Spelling - Blok 4
  • Aan het einde van deze les kan je de persoonsvorm in de verleden tijd correct schrijven.
  • Aan het einde van deze les kan je het voltooid deelwoord correct schrijven.
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Spelling - Blok 4
  • Aan het einde van deze les kan je de persoonsvorm in de verleden tijd correct schrijven.
  • Aan het einde van deze les kan je het voltooid deelwoord correct schrijven.

Slide 1 - Tekstslide

Bedenk een zin.
Verander de tijd en zet die nieuwe zin onder de originele zin. Hoe heet het woord dat verandert?

Slide 2 - Open vraag

Slide 3 - Tekstslide

PVVT (persoonsvorm
verleden tijd)
Sterke werkwoorden = klankveranderende werkwoorden
Hebben geen regels! Dit moet je weten door te lezen.

Zwakke werkwoorden = klankvaste werkwoorden 
Kijk bij het ex-kofschip alleen naar de medeklinkers!

Slide 4 - Tekstslide

Welke regel gebruiken
we bij de persoonsvorm verleden tijd?

Slide 5 - Open vraag

Sleep de stappen naar de goede plek!
1.
2.
3.
4.
5.
Is het woord een pv?
Sexy fokschaap!
Sterk of zwak?
TT of VT?
Schrijf de ik-vorm op

Slide 6 - Sleepvraag

De laatste jaren (tobben) hij met zijn gezondheid.
(persoonsvorm verleden tijd)

Slide 7 - Open vraag

Persoonsvorm verleden tijd
(vermoeden) ... jullie dat hij iets stal?

Slide 8 - Open vraag

Persoonsvorm verleden tijd
Ik … (verbazen) me over de wilskracht van het verlegen meisje.

Slide 9 - Open vraag

Persoonsvorm verleden tijd.

Vorig jaar ... (verhuizen) hij naar Hoorn.

Slide 10 - Open vraag

VD (voltooid deelwoord)
1. Zoek eerst de persoonsvorm!
2. Is deze een vorm van 'hebben', 'zijn' of 'worden'?
3. Ja? Dan is het laatste werkwoord een voltooid deelwoord.

Voltooid deelwoorden beginnen vaak met ge-, be-, ver-, ont-, er-, her-, mis-.


Slide 11 - Tekstslide


Wanneer is iets een VD?

Slide 12 - Open vraag

Er is deze week weer veel (gebeuren).
A
persoonsvorm tegenwoordige tijd
B
persoonsvorm verleden tijd
C
hele werkwoord
D
voltooid deelwoord

Slide 13 - Quizvraag

Er is deze week weer veel (gebeuren).
A
gebeurt
B
gebeurd
C
gebeurdt

Slide 14 - Quizvraag

Wij hebben al heel wat rare dingen met haar (beleven).
A
voltooid deelwoord
B
hele werkwoord
C
persoonsvorm tegenwoordige tijd
D
persoonsvorm verleden tijd

Slide 15 - Quizvraag

Wij hebben al heel wat rare dingen met haar (beleven).
A
beleefd
B
beleeft
C
beleevd
D
beleevt

Slide 16 - Quizvraag

Aan de slag!
Weektaak: 
Blok 4 Spelling: 4.6 t/m 4.10. 
HW voor maandag.

Je kan alvast starten met 4.6 t/m 4.8. De rest van de theorie leg ik morgen uit. 

Slide 17 - Tekstslide

Bedenk meervouden
van zelfstandige naamwoorden

Slide 18 - Woordweb

Theorie (meervoud van zelfstandige naamwoorden)
zelfstandige naamwoorden = 
  • mensen, dieren, dingen, enz. 
  • Je kunt er meestal een lidwoord voor zetten
  • Je kunt er meestal meer van maken: meervoud

Vaak hoor je hoe je het meervoud schrijft:
tent - tenten        rivier - rivieren       vakantie - vakanties 

Slide 19 - Tekstslide

Theorie (meervoud op -en)
Zelfstandige naamwoorden kunnen in het meervoud eindigen op -en

                                   letter erbij         letter weg           letter veranderen
hond-honden      pak-pakken      beer-beren        muis-muizen
paard-paarden    fles-flessen     daad-daden      werf-werven


Slide 20 - Tekstslide

Theorie (meervoud op -s of 's)
Zelfstandige naamwoorden kunnen in het meervoud eindigen 
op -s                                                voetballer - voetballers             etalage - etalages

of -'s                                                 camera - camera's                      kiwi - kiwi's
                                                            foto - foto's                                    paraplu - paraplu's 

Let op de uitspraak! Als er een -s aan vast kan zonder dat de uitspraak verandert, dan gebruik je GEEN apostrof (')



Slide 21 - Tekstslide

Meervoud van 'studie'?

Slide 22 - Open vraag

Meervoud van 'pony'?

Slide 23 - Open vraag

Als een zelfstandig naamwoord eindigt op -ee, dan schrijf je -ën.
Als er een verkeerde uitspraak kan ontstaan, schrijf je -’s.
Bij sommige zelfstandige naamwoorden verandert een letter als je het meervoud schrijft: s wordt z en f wordt v.
Bij sommige zelfstandige naamwoorden moet je een klinker weghalen of een medeklinker erbij zetten.
ree
idee
oma
foto
huis
baby
blok
boom
erf
staaf

Slide 24 - Sleepvraag

Meervoud met -s
Meervoud met -'s
loempia
camera
giraffe
menu
niveau
keu
app
vitrine
avocado
café
dominee
etage

Slide 25 - Sleepvraag

En nu werken jullie!

Slide 26 - Tekstslide