12 Zenuwstelsel

Zenuwstelsel
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 240 min

Onderdelen in deze les

Zenuwstelsel

Slide 1 - Tekstslide

Aan het eind van de les kun je :

  • Vertellen wat de functie is van het zenuwstelsel.
  • Vertellen wat de indeling is van het zenuwstelsel.
  • Uitleggen wat de bouw en werking is van de verschillende onderdelen van het zenuwstelsel.
  • Uitleggen welke weg wordt afgelegd van het zintuigelijk gebied naar het motorisch gebied.

Slide 2 - Tekstslide

Wat weet je al van het zenuwstelsel?

Slide 3 - Woordweb

Centraal zenuwstelsel
  • Hersenen: grote en kleine hersenen, tussenhersenen, hersenstam
  • Ruggenmerg
  • Beschermt door schedel en wervelkolom.


Slide 4 - Tekstslide

Perifeer zenuwstelsel
Indeling:
  • Alle zenuwen buiten het centrale zenuwstelsel 
  • Perifere zenuwstelsel verbinding met de rest van je lichaam
  • Perifere zenuwstelsel bestaat uit twee delen
    autonome zenuwstelsel en animale zenuwstelsel  

Slide 5 - Tekstslide

Autonome zenuwstelsel 
Indeling:
  • Dit stelsel regelt de processen waar je niet bewust van bent (ademhalen, vertering van eten in je darm, hartslag)

  • Bestaat ook uit twee delen: 
    Sympathische zenuwstelsel/ Parasympatisch zenuwstelsel 

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Animale zenuwstelsel 
Indeling:
  • Dit stelsel regelt de processen waar je wel bewust van bent (bewegen van je arm) 

Slide 8 - Tekstslide

Hersenen en ruggenmerg behoren tot het centrale zenuwstelsel
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quizvraag

Wat past bij een sympatische werking van het zenuwstelsel?
A
Vernauwde pupillen
B
Vertraagde hartslag
C
Vertraagde ademhaling
D
Vertraagde spijsvertering

Slide 10 - Quizvraag

Welk deel van het autonome zenuwstelsel is actief als iemand nauwe pupillen heeft, een rustige hartslag en ademhaling en een actieve spijsvertering?
A
Sympatisch
B
Parasympatisch

Slide 11 - Quizvraag

Het parasympatisch deel van het autonome zenuwstelsel werkt als je in rust bent
A
Waar
B
Niet waar

Slide 12 - Quizvraag

Functies zenuwstelsel
  • Zintuigelijke informatieverwerking: impulsen via zenuwcellen naar hersenen
  • Opname van informatie: verwerken en opnemen
  • Motorische coördinatie: prikkels
    naar spieren.

Slide 13 - Tekstslide

Motorisch en zintuigelijk gebied grote hersenen 
  • Zintuigelijk gebied: verwerkt signalen van zintuigen
  • Motorisch gebied: stuurt signalen naar skeletspieren.
  • Secundair ondersteunend
  • Bladzijde 300 erbij pakken 

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

De hersenen 
  • Grote hersenen --> cerebrum
  • De grote hersenen maken dat jij jij bent. 
  • Persoonlijkheid, creativiteit en je geheugen 
  • Twee hersenhelften linker en rechterhemisfeer. Verbonden door de hersenbalk. 
  • Witte hersenweefsel diep gelegen 
  • Grijs hersenweefsel om het witte hersenweefsel heen
  • Groeve oppervlakte 



 

Slide 16 - Tekstslide

Hersenstam 
  • Verlengde merg stuurt basisfuncties aan zoals ademhaling, hartslag en bloeddruk 

  • De pons verbinding tussen de middenhersenen en het verlengde merg verbindt de controle gebieden in het verlengde merg met de kleine hersenen 

  • De middenhersenen verbinden het ruggenmerg met de hersenen bewegingen die spieren maken gecoördineerd 



Slide 17 - Tekstslide

Kleine hersenen 
  • De functie van de kleine hersen is het coördineren van bewegingen. 

  • Verbindingen lopen tussen de grote hersenen, het ruggenmerg, de hersenstam en de kleine hersenen. 

  • Wanneer dit niet goed werkt dan schok je heel erg of je loopt als iemand die dronken is. 

Slide 18 - Tekstslide

De tussenhersenen 
De thalamus -->hierin komen signalen binnen, vooral sensorisch signalen. Dat betekent dat ze van de zintuigen naar de grote hersenen worden gebracht. Voorbeelden: temperatuur, pijn, geluid en druk. 
Daarnaast regelt de thalamus je concentratie. 

De hypothalamus --> heeft verschillende functies 
Dorst en honger, slaap, de temperatuur van je lichaam, aanmaak van hormonen. Worden door de hypofyse naar het bloed gebracht. 

Slide 19 - Tekstslide

Emoties 
  • Verschillende hormonen en neurotransmitters hebben effect op hoe jij je voelt

  • Serotonine: dit is een neurotransmitter die maakt dat je je blij voelt 

  • Cortisol: dit is een hormoon dat wordt aangemaakt als je gestrest bent

  • Oxytocine: dit hormoon noemen we ook wel het knuffelhormoon



Slide 20 - Tekstslide

Limbisch systeem 
  • Aanliggende kern: dit regelt genot, verslaving en beloning 

  • Zeepaardje (hippocampus) regelt het geheugen voor de lange termijn

  • Amandelvormige kern: regelt angst, seksueel gedrag en agressie.
    Hier ontstaan emoties als reactie op informatie buiten ons lichaam

Slide 21 - Tekstslide

Somatosensorische schors 
Gebied van Wernicke
Sensorische spraakcentrum.
Met dit gebied begrijp je wat andere zeggen

Gebied van Broca  
Motorisch spraakcentrum
Met dit gebied ben je instaat te praten 

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Link

Opbouw zenuwcel 
Bladzijde 310 

Slide 24 - Tekstslide

Reflex
Bladzijde 314 

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide