Wat is LessonUp
Zoeken
Kanalen
Inloggen
Registreren
‹
Terug naar zoeken
V3 herhaling Taalverzorging 4, 5 en 6
Welkom V3T!
Oefenen Taalverzorging 4, 5 en 6
1 / 38
volgende
Slide 1:
Tekstslide
Nederlands
Middelbare school
vwo
Leerjaar 3
In deze les zitten
38 slides
, met
interactieve quizzen
en
tekstslides
.
Lesduur is:
60 min
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Onderdelen in deze les
Welkom V3T!
Oefenen Taalverzorging 4, 5 en 6
Slide 1 - Tekstslide
Programma
10 minuten lezen
Oefenen Taalverzorging 4, 5 en 6
Afsluiting en vooruitblik
Slide 2 - Tekstslide
10 minuten lezen
Slide 3 - Tekstslide
Met welke vorm van spelen met woorden heb je hier te maken?
bommelding
A
neologisme
B
portmanteau
C
homograaf
D
verhaspeling
Slide 4 - Quizvraag
Met welke vorm van spelen met woorden heb je hier te maken?
Handgemaakte veterschoenen voor heren met een smaltoelopende neus.
A
neologisme
B
homoniem
C
palindroom
D
portmanteau
Slide 5 - Quizvraag
In welke zin zit een verhaspeling?
A
Benny wilde de fietser voorbijgaan.
B
Benny wilde de fietser passeren.
C
Benny wilde de fietser voorbij passeren.
Slide 6 - Quizvraag
Met welke vorm van spelen met woorden heb je hier te maken?
Meetsysteem
A
neologisme
B
portmanteau
C
palindroom
D
homoniem
Slide 7 - Quizvraag
Met welke vorm van spelen met woorden heb je hier te maken?
Vliegschaamte
A
neologisme
B
letterlijk-figuurlijk
C
palindroom
D
homograaf
Slide 8 - Quizvraag
vergelijking
metafoor
personificatie
synesthesie
metonymia
8. Het menu biedt een kleurig palet aan smaken
7. Pfff, dat schaap liet zich weer beetnemen
6. Die kale speelt goed vandaag
5. De nachten zijn daar bitter koud
4. In de zaal hangt een prachtige Rembrandt
3. De vijand kwam als een dief in de nacht
2. In dat huis heeft de armoede haar intrek genomen
1. Soms lacht de toekomst je toe
Slide 9 - Sleepvraag
De toekomst lacht je tegemoet
Oorverdovend zonlicht
Weer gaat de wereld open als een meisjeskamer
Een discotheek heeft vaak een paar kleerkasten in dienst.
Het leven is een weg met hobbels en kuilen
Vergelijking (met of zonder als)
Synesthesie
Personificatie
Metafoor
Metonymia
Slide 10 - Sleepvraag
Metonymia
Vergelijking met 'als'
Personificatie
Metafoor
De snor was weer erg streng.
Hij is zo sluw als een vos.
De auto brulde toen ik gas gaf.
Het is hier een zwijnenstal
Slide 11 - Sleepvraag
Met welk soort metafoor heb je hier te maken?
Na de wedstrijd moest de scheidsrechter de kemphanen uit elkaar trekken.
A
vergelijking met verbindingswoord
B
zuivere metafoor
C
personificatie
D
synesthesie
Slide 12 - Quizvraag
Een voorbeeld van een zuivere metafoor is
A
Een kameel is het schip van de woestijn
B
Papier is geduldig
C
Even de neuzen tellen
D
Hij is een boom van een vent
Slide 13 - Quizvraag
Mevrouw Van Vliet antwoordde met een warme stem op de huilende jongen.
A
personificatie
B
synesthesie
Slide 14 - Quizvraag
11. De muren sloten het meisje in.
A
personificatie
B
synesthesie
Slide 15 - Quizvraag
Wat is een zuivere metafoor?
A
Mijn opa rookte als een schoorsteen
B
Het schip danste op de golven
C
Niemand wil vriendin zijn met zo'n heks
Slide 16 - Quizvraag
Wat is een voorbeeld van personificatie?
A
Hij is zo sterk als een beer
B
Hij zou haar vast en zeker hebben betaald
C
Heel Nederlands is aan het klussen
D
Papier is geduldig
Slide 17 - Quizvraag
Met welk soort metafoor heb je hier te maken?
De appel valt niet ver van de boom.
A
vergelijking met verbindingswoord
B
zuivere metafoor
C
personificatie
D
homerische vergelijking
Slide 18 - Quizvraag
Met welk soort metafoor heb je hier te maken?
Zij sprak met een warme stem het kind toe.
A
vergelijking met verbindingswoord
B
zuivere metafoor
C
personificatie
D
synesthesie
Slide 19 - Quizvraag
Met welk soort metafoor heb je hier te maken?
Wolken en zon spelen haasje over.
A
vergelijking met verbindingswoord
B
zuivere metafoor
C
personificatie
D
synesthesie
Slide 20 - Quizvraag
Met welk soort metonymia heb je hier te maken?
Iedereen riep om meer blauw op straat.
A
pars pro toto
B
totum pro parte
C
abstractum pro concreto
D
concreto pro abstractum
Slide 21 - Quizvraag
Met welk soort metonymia heb je hier te maken?
Het hele land hield zijn adem in terwijl de scheidsrechters overlegden.
A
pars pro toto
B
totum pro parte
C
abstractum pro concreto
D
concreto pro abstractum
Slide 22 - Quizvraag
Met welk soort metonymia heb je hier te maken?
Het hele land hield zijn adem in terwijl de scheidsrechters overlegden.
A
pars pro toto
B
totum pro parte
C
abstractum pro concreto
D
concreto pro abstractum
Slide 23 - Quizvraag
Van welke beeldspraak is hier sprake? Er hangt een Rembrandt in de volgende zaal.
A
metonymia (de maker)
B
metonymia (het onderdeel)
C
personificatie
D
metafoor zonder als
Slide 24 - Quizvraag
6. In welke zin(nen) is het woord IN HOOFDLETTERS als metonymia gebruikt?
A
De SCHOTEL op ons dak is tijdens de hagelbui onherstelbaar beschadigd.
B
Er is kritiek op HILVERSUM omdat de radioprogramma’s steeds minder serieus worden.
C
Ik heb geen zin in de GRIEK en ga vanavond liever Mexicaans eten.
D
Is die medialle om je nek echt van GOUD?
Slide 25 - Quizvraag
Waar of niet waar?
De formulering van een spreekwoord heeft een vaste vorm en je mag de zin dan ook niet veranderen.
A
niet waar
B
waar
Slide 26 - Quizvraag
Waar zijn veel Nederlandse speekwoorden aan ontleend?
Slide 27 - Open vraag
Welke vormen van spelen met letters zijn er?
Slide 28 - Open vraag
Wat is een neologisme?
Slide 29 - Open vraag
Welke vier vormen van woordspeling zijn er?
Slide 30 - Open vraag
Met welke vorm van spelen met taal heb je hier te maken?
Kook ik ook?
A
palindroom
B
verhaspeling
C
neologisme
D
portmanteau
Slide 31 - Quizvraag
een naamdicht wordt ook wel ... genoemd
A
artefact
B
acrostichon
C
contrafactuur
Slide 32 - Quizvraag
Met welke vorm van spelen met taal heb je hier te maken?
De psychiater wil niet gestoord worden.
A
homoniem
B
homograaf
C
palindroom
D
portmanteau
Slide 33 - Quizvraag
Met welke vorm van spelen met taal heb je hier te maken?
Iedereen heeft recht op mijn mening.
A
homograaf
B
verhaspeling
C
letterlijk-figuurlijk
D
homoniem
Slide 34 - Quizvraag
Met welke vorm van spelen met taal heb je hier te maken?
conculega
A
palindroom
B
verhaspeling
C
neologisme
D
portmanteau
Slide 35 - Quizvraag
Hoe goed beheers je de stof van Taalverzorging 4, 5 en 6?
Ik snap alles en ken alles.
Ik snap het, maar moet nog wel een beetje leren.
Ik snap het, maar moet nog flink veel leren.
Ik snap het niet.
Slide 36 - Poll
Zijn er nog vragen over de toets?
Slide 37 - Tekstslide
Afsluiting en vooruitblik
Volgende les: donderdag 23 februari
Repetitie taalverzorging 4, 5 en 6
Leren
: p. 46-47, 50-51 (let op: zegswijze en gezegde NIET) en p. 54-55 (let op: lipogram en pangram NIET) + LessonUps (zie Teams)
Bestuderen
: gemaakte opdrachten en LessonUps
Meenemen
: pen en leesboek
Slide 38 - Tekstslide
Meer lessen zoals deze
V3 herhaling Taalverzorging 4
February 2024
- Les met
19 slides
Nederlands
Middelbare school
vwo
Leerjaar 3
V3 herhaling Taalverzorging 4, 5 en 6
January 2024
- Les met
35 slides
Nederlands
Middelbare school
vwo
Leerjaar 3
H3 herhaling Taalverzorging 20 en 21
December 2024
- Les met
20 slides
Nederlands
Middelbare school
vwo
Leerjaar 3
H3 Taalverzorging H20 en H21 Beeldspraak
February 2023
- Les met
24 slides
Nederlands
Middelbare school
havo
Leerjaar 3
18-3-2025: Oefentoets nakijken + activerend beeldspraak
18 days ago
- Les met
18 slides
Nederlands
Middelbare school
havo
Leerjaar 3
18-3-2025: Oefentoets nakijken + activerend beeldspraak
23 days ago
- Les met
18 slides
Nederlands
Middelbare school
havo
Leerjaar 3
Beeldspraak: Van vergelijking tot synesthesie
March 2023
- Les met
21 slides
Beeldspraak
16 days ago
- Les met
31 slides
Nederlands
Middelbare school
vwo
Leerjaar 3