40. Zelfstandig werkwoord en hulpwerkwoord

Doel:  Ik kan zelfstandige werkwoorden en hulpwerkwoorden herkennen.    
Goedemorgen, 

Start je laptop en LessonUp alvast op.

Leg ook je boek en schrijfmateriaal klaar.


online
online
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Doel:  Ik kan zelfstandige werkwoorden en hulpwerkwoorden herkennen.    
Goedemorgen, 

Start je laptop en LessonUp alvast op.

Leg ook je boek en schrijfmateriaal klaar.


online
online

Slide 1 - Tekstslide

De docent had mijn vraag verkeerd verstaan.
pv = 

wg = 

ow =

Slide 2 - Tekstslide

Doel:  Ik kan zelfstandige werkwoorden en hulpwerkwoorden herkennen.    
Blauwe boek - Start met Planning Les 40  (zelfst. - stil) 
Meer dan Lezen moet af zijn.
Woordenschat - zo ver mogelijk. 

Groene boek - instructieles
online
214-215

Slide 3 - Tekstslide

Hoe zat het ook al weer? 
Voorkennis woordsoorten: 
- zelfstandig naamwoord
- lidwoord
- bijvoeglijk naamwoord

- wat is een werkwoord? Wat is een werkwoordelijk gezegde?



Slide 4 - Tekstslide

-Alle werkwoorden + aantal + pv-

Ik luister naar mijn favoriete muziek via Spotify.

Slide 5 - Open vraag

Sleep alle werkwoorden naar 'werkwoorden' alles wat geen werkwoord is sleep je naar 'geen werkwoord'.
Werkwoorden
Geen werkwoord
huis
goede bedoelingen
verhuizen
heb willen houden
zijn
zijn hond

Slide 6 - Sleepvraag



Doel: Ik kan zelfstandige werkwoorden en hulpwerkwoorden herkennen. 

Slide 7 - Tekstslide

Instructie: video-uitleg                 + lezen instr.tekst

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Slide 10 - Video

    Begeleid inoefenen
Boek: van opdracht 1-6 1e (2) opdrachten met IP - boek
- 1
- 2
- 3
- 4
- 5
- 6

Slide 11 - Tekstslide

kleine lesafsluiting  -  5 minuten
online
Planning les 40 



Huiswerk ma 29 januari: Planning les 40
Inleveren boekverslagdoos: vrij 2 februari

Slide 12 - Tekstslide


De persoonsvorm hoort altijd bij het werkwoordelijk gezegde.
A
juist
B
onjuist

Slide 13 - Quizvraag

Mijn koptelefoon maakt geen contact met mijn mobiel.

Persoonsvorm (pv) =
A
Mijn koptelefoon
B
maakt
C
mobiel
D
contact

Slide 14 - Quizvraag

Mijn koptelefoon maakt geen contact met mijn mobiel.


Het werkwoordelijk gezegde (wg)=
A
Mijn koptelefoon
B
maakt
C
maakt contact
D
mijn mobiel

Slide 15 - Quizvraag

Mijn koptelefoon maakt geen contact met mijn mobiel.


Het onderwerp (ow)=
A
Mijn koptelefoon
B
maakt
C
maakt contact
D
mijn mobiel

Slide 16 - Quizvraag

Gebruik het ww en maak het wg langer.

hebben Mona maakt voor de hele familie cupcakes.

Slide 17 - Open vraag

Online / boek
                       Planning les 40                    Pla    Stillezen
 

                        1 - 2 - 3 in je schrift                      Planning Les 40  op 5-6



Noteer het huiswerk: vrijdag 26 januari: Ne Planning les 40


     online
Klaar
214 -215
   +

Slide 18 - Tekstslide

werkwoordelijk gezegde?

Hij heeft gisteren zijn pap niet gegeten.
A
hij heeft
B
heeft
C
heeft gegeten
D
heeft zijn pap gegeten

Slide 19 - Quizvraag

Het werkwoordelijk gezegde?

Wie was er vanmiddag aan het spelen?
A
wie
B
was
C
was spelen
D
was aan het spelen

Slide 20 - Quizvraag


Ik kan onderscheid maken tussen zelfstandige werkwoorden en hulpwerkwoorden.
Ja
Nee
Bijna

Slide 21 - Poll

Slide 22 - Tekstslide

Wat zijn werkwoorden?
A
de, het , een
B
slimme, mooie, rode
C
fiets, boek, volleybal
D
lopen, werken, denken

Slide 23 - Quizvraag

Wat zijn lidwoorden?
A
de, het , een
B
slimme, mooie, rode
C
fiets, boek, volleybal
D
lopen, werken, denken

Slide 24 - Quizvraag

Wat zijn zelfstandige naamwoorden?
A
de, het , een
B
slimme, mooie, rode
C
fiets, boek, volleybal
D
lopen, werken, denken

Slide 25 - Quizvraag

Wat zijn bijvoeglijke naamwoorden?
A
de, het , een
B
slimme, ijzeren, rode
C
fiets, boek, volleybal
D
lopen, werken, denken

Slide 26 - Quizvraag

Wat is 'de' voor woordsoort?
A
werkwoord
B
zelfstandig naamwoord
C
bepaald lidwoord
D
onbepaald lidwoord

Slide 27 - Quizvraag

Noteer de bijvoeglijke naamwoorden

Die gekke Tommy gooide zijn nieuwe iPhone zo in de plastic afvalbak.

Slide 28 - Open vraag