Grammatica WWG/NWG

Grammatica WWG/NWG
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

Grammatica WWG/NWG

Slide 1 - Tekstslide

Bij een naamwoordelijk gezegde...
A
...wil het onderwerp iets.
B
...doet het onderwerp iets.
C
Staan alleen maar werkwoorden
D
... is het onderwerp iets

Slide 2 - Quizvraag

Zin: Die droomreis zal onbetaalbaar blijven. Het naamwoordelijk gezegde is :
A
zal [onbetaalbaar] blijven
B
zal onbetaalbaar blijven
C
[zal] onbetaalbaar [blijven]
D
[onbetaalbaar] blijven

Slide 3 - Quizvraag

Welke zin bevat een naamwoordelijk gezegde?
A
Hij heeft gegeten.
B
Hij heeft een zusje gekregen.
C
Hij heeft corona.
D
Hij is een vrolijke Frans.

Slide 4 - Quizvraag

In een naamwoordelijk gezegde......
A
zit soms een lijdend voorwerp
B
nooit een lijdend voorwerp
C
altijd een lijdend voorwerp
D
ik pas

Slide 5 - Quizvraag

Welke zin bevat een naamwoordelijk gezegde?
A
Hij lijkt mij heel aardig.
B
Zij heeft een aardige vriendin.
C
Zij fietste gisteren naar school.
D
Hij wil een vrolijke nummer horen.

Slide 6 - Quizvraag

Een naamwoordelijk gezegde is altijd een..
A
actie
B
eigenschap/kenmerk

Slide 7 - Quizvraag

WWG of NWG: Hij is al de hele dag aan het vissen.
A
WWG
B
NWG

Slide 8 - Quizvraag

wwg of nwg?
Ik voel me erg misselijk
A
wwg
B
nwg

Slide 9 - Quizvraag

wwg of nwg?
Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest!
A
wwg
B
nwg

Slide 10 - Quizvraag

wwg of nwg?
Mijn ouders waren erg teleurgesteld in mij
A
wwg
B
nwg

Slide 11 - Quizvraag

Het bleek een moeilijke toets.
WWG OF NWG
A
WWG
B
NWG

Slide 12 - Quizvraag

WWG of NWG: De buurman was in de tuin.
A
WWG
B
NWG

Slide 13 - Quizvraag

WWG of NWG: Pieter was aan het slapen in de auto.
A
WWG
B
NWG

Slide 14 - Quizvraag

WWG of NWG?

Henk studeert voor dokter.
A
NWG
B
WWG

Slide 15 - Quizvraag

wwg of nwg
Het beestje wordt goed verzorgd.
A
werkwoordelijk gezegde
B
naamwoordelijk gezegde

Slide 16 - Quizvraag

wwg of nwg?
Het is een prachtig beest om te zien.
A
werkwoordelijk gezegde
B
naamwoordelijk gezegde

Slide 17 - Quizvraag

wwg of nwg?

De broeken schijnen goedkoper te worden.
A
wwg
B
nwg

Slide 18 - Quizvraag

WWG of NWG?
De vogels zijn naar het zuiden gevlogen.

A
WWG
B
NWG

Slide 19 - Quizvraag