25 Lang leven en dood deel 1

§ 3.6 Leven
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
WFT BasisMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 135 min

Onderdelen in deze les

§ 3.6 Leven

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Andere volgorde
In de LU een andere volgorde dan in het boek.
Deze volgorde is logischer 😀

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pijlersysteem
Privé vermogen is ook een particuliere verzekering

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1e pijler
Volks- en werknemersverzekeringen
  • Overheid bepaalt de premie: geen relatie met het risico
  • Overheid bepaalt wie verzekerd is/recht heeft op uitkering
  • Premie vaak relatie met inkomen
  • Deelname verplicht voor de groepen

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

WIA
Hebben we al behandeld

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Juliette, de echtgenote van Harrie, is overleden. Juliette heeft Harrie en haar vijfjarige dochter achtergelaten. Harrie blijft, ondanks het verlies, fulltime doorwerken.
Komt Harrie in aanmerking voor een Anw-uitkering?

Kies het juiste antwoord uit de volgende mogelijkheden:
A
Nee, hij voldoet niet aan de voorwaarden.
B
Ja, hij komt in aanmerking voor een uitkering ter hoogte van 70% minimumloon.
C
Ja, maar alleen als zijn inkomen niet te hoog is.

Slide 11 - Quizvraag

Als een partner overlijdt heeft de achterblijvende partner recht op een Anw-uitkering als de achterblijvende partner een minderjarig kind verzorgt of minstens 45% arbeidsongeschikt is. Dit geldt voor Harrie. Omdat de Anw inkomensafhankelijk is, kan er in dit geval niet met zekerheid gesteld worden of Harrie een uitkering krijgt.
Het juiste antwoord is: Ja, maar alleen als zijn inkomen niet te hoog is.
2e pijler: werkgevers
 Pensioen

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pijlersysteem
Privé vermogen is ook een particuliere verzekering

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Video PFZW

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pensioenregeling via een werkgever

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Op welke leeftijd start je met het opbouwen van een pensioen bij een werkgever?
Als de werkgever een pensioenregeling aanbiedt ......
A
15 jaar
B
18 jaar
C
21 jaar
D
25 jaar

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kapitaaldekkingsstelsel (pensioen)

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kapitaaldekkingsstelsel

De ingelegde premies worden gespaard en belegd. De opbrengst wordt in de toekomst uitgekeerd.

Pensioen via werkgever
Omslagstelsel

Premies en belastingen worden gebruikt om direct uitkeringen te betalen.


AOW

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het omslagstelsel
Het kapitaaldekkingstelsel
Sparen
Het pensioen
AOW

Slide 22 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vergrijzing in Nederland

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vergrijzing 2015
Vergrijzing 2040

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

i/a ratio
Een veelgebruikte maatstaf om de grootte van de sociale zekerheid te bepalen, is de i/a ratio:

De verhouding tussen het aantal mensen met een uitkering (inactieven = i) en het aantal mensen dat belasting en premie betaalt om deze uitkeringen te financieren (actieven = a). In Nederland is de i/a-ratio ongeveer gelijk aan 70%.

Dit betekent dat tegenover 100 actieven ongeveer 70 inactieven staan.


Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

i/a ratio
Inactieven
= de uitkeringstrekkers van 15 jaar en ouder
=  AOW, ANW, ZW, WAO, WAZ, Wajong, WW, vorstverlet, ABW, IOAW en IOAZ
(omgerekend naar volledige uitkeringen.)

Actieven
= werkzame personen van 15 jaar en ouder verminderd met het ziekteverzuim in uitkeringsjaren
(omgerekend naar volledige banen (arbeidsjaren)

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De gevolgen van Vergrijzing
Er komen meer AOW'ers door de vergrijzing. 
1) Hierdoor worden de uitgaven voor de AOW hoger 
2) De zorgkosten worden steeds hoger

Oplossingen:
Leeftijdgrens verhogen
AOW-uitkering verlagen
AOW-premie verhogen


Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Er zijn drie pijlers waarin inkomen voor later wordt opgebouwd. Wat zit er in de eerste pijler?
A
AOW
B
Pensioen via werkgever
C
Aanvullend pensioen via lijfrente
D
Zelf vermogen opbouwen

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zit het met de opbouw van het pensioen van een zelfstandig ondernemer?

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zelf aan de slag!

Opdracht 22 AOW en vergrijzing


Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies