Herhaling literaire termen 3h

Herhaling literaire termen
3hd
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Herhaling literaire termen
3hd

Slide 1 - Tekstslide

Regels LessonUp
  • Ik log in met mijn eigen naam: voor- en achternaam met hoofdletters
  • Ik geef antwoord op een serieuze manier
  • Mijn antwoorden zijn van normale lengte

Slide 2 - Tekstslide

Wat is lectuur?

Slide 3 - Open vraag

Lectuur
Alles wat gelezen kan worden
In de literatuurlessen:
De simpelere fictieverhalen en -boeken:
- minder diepgang
- voorspelbaar
- eenvoudig taalgebruik
- typetjes, platte personages
- gesloten einde met happy end
- volgens de heersende moraal
- wat de lezer wil horen/al weet

Slide 4 - Tekstslide

Wat is literatuur?

Slide 5 - Open vraag

Literatuur
De wat ingewikkeldere fictieverhalen en -boeken:
- diepgang
- onvoorspelbaar
- moeilijker taalgebruik
- personages ontwikkelen zich (groeien)
- vaker open einde en ook open plekken
- maatschappijkritisch
- laat je nadenken

Slide 6 - Tekstslide

Wat zijn open plekken?

Slide 7 - Open vraag

Open plekken
  • Gebeurtenissen in het verhaal die niet helemaal duidelijk zijn.
  • Je weet niet precies wat er gebeurt of gebeurd is.
  • Je kunt er vragen over stellen (hamvraag)

  • Soms wordt een open plek verderop in het verhaal nog wel ingevuld, dus dan weet je later wel wat er gebeurd is.

Slide 8 - Tekstslide

Wat is een hamvraag?

Slide 9 - Open vraag

Hamvraag
Hamvraag in literatuur: vragen die in je opkomen tijdens het lezen van je boek waar je wat langer over kunt nadenken en/of die uitnodigen tot een gesprek of discussie (géén opzoekvragen of vragen naar woordbetekenissen e.d.).

Een hamvraag is een vraag…
– die volgens jou heel belangrijk is voor het verhaal als geheel
– over iets wat je niet loslaat na het lezen, wat je bezig blijft houden
– waarop waarschijnlijk meer dan één antwoord mogelijk is en
– die uitnodigt tot discussie (verschillende meningen)

Slide 10 - Tekstslide

Welke 4 vertelperspectieven zijn er?

Slide 11 - Open vraag

Vertelperspectief
  • Ik-perspectief
  • Meervoudig ik-perspectief
  • Personaal perspectief (hij/zij-perspectief)
  • Auctoriale verteller (alwetende verteller)

Slide 12 - Tekstslide

Wat is een flashback?

Slide 13 - Open vraag

Flashback
  • Bij een flashback ga je ineens een stuk terug in de tijd en lees je over wat er eerder is gebeurd

Daarna ga je weer verder waar het verhaal gebleven is

Slide 14 - Tekstslide

Wat is een flashforward?

Slide 15 - Open vraag

Flashforward
  • Bij een flashforward spring je ineens een stuk verder in de tijd en lees je wat er dan gaat gebeuren.

Daarna ga je weer verder waar het verhaal gebleven is

Slide 16 - Tekstslide

Wat is tijdverdichting?

Slide 17 - Open vraag

Tijdverdichting
  • Een schrijftechniek waarbij de auteur langdurige of herhalende gebeurtenissen versneld vertelt.  -> tijd gaat veel sneller

Slide 18 - Tekstslide

Wat is tijdvertraging?

Slide 19 - Open vraag

Tijdvertraging
  • Een techniek waarbij schrijvers een scène vertraagd vertelt: een gebeurtenis die in werkelijkheid snel voorbij zou zijn, duurt in het verhaal veel langer. -> tijd gaat veel langzamer

Slide 20 - Tekstslide

Wat is verteltijd?

Slide 21 - Open vraag

Verteltijd
  • De verteltijd is de tijd die het kost om te vertellen
  • We benoemen dat in het aantal bladzijdes

Slide 22 - Tekstslide

Wat is vertelde tijd?

Slide 23 - Open vraag

Vertelde tijd
  • De vertelde tijd is de lengte van de tijd waarover de auteur schrijft
  • We benoemen dat in het aantal jaren/maanden/uren/enz.

Slide 24 - Tekstslide

Wat is intertekstualiteit?

Slide 25 - Open vraag

Intertekstualiteit
  • Met de term intertekstualiteit wordt bedoeld dat teksten altijd verbonden zijn met andere bestaande teksten: uit de literatuur, maar ook uit de samenleving. 

Slide 26 - Tekstslide

Wat is een motto?

Slide 27 - Open vraag

Motto
  • Een motto of kenspreuk is een korte tekst die de intentie of levenshouding van de gebruiker van het betreffende motto weergeeft.
  • Je vindt een motto vooraan in het boek
  • Literair werk wordt soms voorafgegaan door een motto in de vorm van een (min of meer raadselachtig) citaat. De schrijver geeft hiermee een hint voor de interpretatie van zijn boek.

Slide 28 - Tekstslide

Wat is beeldspraak?

Slide 29 - Open vraag

Beeldspraak
  • Beeldspraak is figuurlijk taalgebruik. Dat wil zeggen dat er niet letterlijk wordt gezegd wat er wordt bedoeld.
  • Je ziet het ook vaak terug in spreekwoorden en gezegdes.

Slide 30 - Tekstslide