H2: les 3 samengestelde zinnen

Welkom H2
Het is Boekenweek en daarom krijg je een 
boekenweekgeschenk als je deze week een
boek koopt.  
timer
10:00
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Welkom H2
Het is Boekenweek en daarom krijg je een 
boekenweekgeschenk als je deze week een
boek koopt.  
timer
10:00

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen deze les/week?
h5: grammatica samengestelde zinnen

Je kunt onderschikkende en nevenschikkende voegwoorden herkennen en gebruiken

Slide 2 - Tekstslide

Toen ik mijn iPhone liet vallen, zat er een flinke barst in.
Doorloop zelfstandig het stappenplan:

Stap 1: wat is de pv?
Stap 2: wat is het onderwerp?
Stap 3: staat er komma of voegwoord?
Stap 4: kan er iets tussen pv en ow?
> ja? Dan is het een bijzin
> nee? Dan is het een hoofdzin

Slide 3 - Tekstslide

Toen ik mijn iPhone liet vallen, zat er een flinke barst in.
Doorloop zelfstandig het stappenplan:

Stap 1: wat is de pv? LIET & ZAT 
Stap 2: wat is het onderwerp? IK & ER 
Stap 3: staat er komma of voegwoord? TOEN (EN EEN KOMMA)
Stap 4: kan er iets tussen pv en ow? 
> ja? Dan is het een bijzin > TOEN IK MIJN IPHONE LIET VALLEN
> nee? Dan is het een hoofdzin > ZAT ER EEN FLINKE BARST IN 

Slide 4 - Tekstslide

VOEGWOORDEN
Voegwoorden zijn een soort lijm. Ze plakken woorden, woordgroepen en zinnen aan elkaar. 

Welk voegwoord past hiertussen? 
Ik ben boos op mijn broertje. Hij heeft mijn koekje opgegeten. 
Ik kocht gisteren cola popcorn. 



Slide 5 - Tekstslide

VOEGWOORDEN
Je hebt voegwoorden die hoofdzinnen met elkaar verbinden. En je hebt voegwoorden die hoofdzinnen en bijzinnen verbinden.
Nevenschikkend (gelijk)
Onderschikkend (ongelijk)
Plakken hoofdzinnen aan elkaar, of woorden en woordgroepen.
Plakken een hoofdzin en bijzin aan elkaar. 
dus, en, maar, of en want
als, dan, dat, doordat, hoewel, of, omdat, opdat, tenzij, toen...

Slide 6 - Tekstslide

Voorbeelden
Ik heb nieuwe schoenen, maar ik heb ze te klein gekocht. 
onderschikkend / nevenschikkend

Toen ik gisteren huiswerk maakte, speelde mijn broertje op de Playstation. 
onderschikkend / nevenschikkend

Denk je dat hij morgen weer op de schaatsen staat? 
onderschikkend / nevenschikkend

Slide 7 - Tekstslide

Verkiezingen 
  • Voegwoorden zijn klein, maar hebben veel impact. 
  • Of, maar en want, betekenen iets heel anders. 

Politici in debatten:
Ik vind dat we boeren moeten uitkopen, want groen mag niet ten koste gaan van intensieve landbouw.


Ik vind dat we boeren moeten uitkopen als groen ten koste gaat van intensieve landbouw.


Slide 8 - Tekstslide

Aan de slag: in tweetallen
  • Je mag zachtjes overleggen
  • Je gaat 6 samengestelde zinnen maken en onderdelen benoemen. 
  • De opdracht staat op It's Learning. 
  • Je levert de opdracht voor het einde van deze les in. 
  • Dan gaan we er een aantal bespreken.

Ben je klaar?
Dan ga je opdracht 1 en 2 maken van h5 grammatica voegwoorden.

Slide 9 - Tekstslide

Afsluiter
Je hebt geleerd
dat je nevenschikkende en onderschikkende voegwoorden kunt onderscheiden

Dat heb je geleerd door
te luisteren en te oefenen

Hoe verder?
Deze week ronden we dit onderwerp af.  

Slide 10 - Tekstslide