Les 42. Formuleren p.3 Verwijzen naar bezit

O2B4 Welkom!
Ga direct op je plaats zitten in stilte
Op je eigen plek! :)
Laptops DICHT op je tafel.

1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

O2B4 Welkom!
Ga direct op je plaats zitten in stilte
Op je eigen plek! :)
Laptops DICHT op je tafel.

Slide 1 - Tekstslide

Toets
S.O. over twee weken

Slide 2 - Tekstslide

Doel
Je leert verwijzen naar bezit.

Slide 3 - Tekstslide

Herhaling - verwijzen
Meike is blij. Meike heeft mooie sneakers gekocht.
beter: Meike is blij. Zij heeft mooie sneakers gekocht.
ook goed: Meike is blij, want zij heeft nieuwe sneakers gekocht.

Ik verf de deur. De deur was groen. De deur is nu blauw.
beter: Ik verf de deur. Hij was groen. Nu is hij blauw.

Slide 4 - Tekstslide

Wat is bezit?

Slide 5 - Tekstslide

Wat is bezit?
Giliam speelt met Giliams voetbal.
Van wie is de bal?

Slide 6 - Tekstslide

Wat is bezit?
Giliam speelt met Giliams voetbal.

Het is duidelijk van wie de bal is: van Giliam. Toch leest de zin niet prettig. 
In een zin waar een bezit in staat, gebruik je een verwijswoord.
Giliam speelt met zijn voetbal.
Bezittelijke voornaamwoorden staan 

Slide 7 - Tekstslide

Beter?
Bezittelijke voornaamwoorden staan altijd vóór het bezit waar het bij hoort: 
haar moeder; onze vrienden; dit is mijn vulpen. 
Het verwijswoord past meestal bij het onderwerp van de zin.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Video
Bekijk de video op Nieuw Nederlands.

Slide 10 - Tekstslide

Aan het werk!
Cursus 6 - Formuleren - Paragraaf 3 - Verwijzen naar bezit
opdrachten 1  2  3  5  7 8 


timer
1:00

Slide 11 - Tekstslide

Wat hebben we geleerd?

Slide 12 - Tekstslide

Tot morgen

Slide 13 - Tekstslide