6.3 Zouten

6.3 Zouten
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

6.3 Zouten

Slide 1 - Tekstslide

Herhaling 6.2 Metalen
  • Eigenschappen
  • Corrosie -> edel / half edel / onedel / zeer onedel
  • Rangschikking in een rooster -> metaalrooster
  • Geladen atomen (ionen) door beweging van vrije elektronen 
  • Legeringen

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen 6.3 Zouten
Je kunt na afloop van deze les:

  • enkele kenmerken van zouten benoemen
  • uitleggen hoe een zout is opgebouwd op microniveau
  • uitleggen wat er gebeurt als een zout oplost in water

Slide 3 - Tekstslide

Eigenschappen van zouten
  • Hoog smelt- en kookpunt: Er is dus een sterke binding? Wat voor binding?
  • In vaste toestand geleidt een zout niet, maar in vloeibare toestand wel. Blijkbaar zijn er in vaste toestand geen geladen deeltjes die vrij kunnen bewegen, maar in vloeibare fase wel? 

Slide 4 - Tekstslide

Formules van zouten
  • Bestaan uit een metaalatomen en niet-metaalatomen
  • NaCl
  • Na = natrium (metaal)
  • Cl = chloor (niet-metaal) 

Slide 5 - Tekstslide

Vormen van ionen
  • Voor geleiding zijn geladen deeltjes nodig: de ionen.

  • Een zout is opgebouwd uit positieve metaalionen en negatieve niet-metaalionen

  • Hoe worden die ionen gevormd?

Slide 6 - Tekstslide

Vormen van ionen
  • Atoommodel van Bohr voor natrium en chloor -->
  • Natrium geeft zijn ene valentie-elektron aan chloor.
  • Natrium wordt dan zelf Na+
  • Chloor wordt dan zelf Cl-
  • Na+ en Cl- trekken elkaar aan en gaan in een rooster zitten

Slide 7 - Tekstslide

Het zoutrooster
  • Elke Na+ is omringd door Cl- en andersom
  • In vaste fase is dit rooster intact: geen vrij bewegende deeltjes voor geleiding
  • In vloeibare fase is dit rooster niet intact: wel vrij bewegende deeltjes voor geleiding

Slide 8 - Tekstslide

Zouten in water
  • Binding tussen Na+ en Cl- heet een ionbinding

  • Bij oplossen van een zout in water worden de ionbindingen verbroken -> oplosvergelijking

Slide 9 - Tekstslide

Wat is de beste omschrijving van een ion?
A
een ion is een atoom met een positieve lading
B
een ion is een atoom met een negatieve lading
C
een ion is een atoom met een lading

Slide 10 - Quizvraag

Welke bewering(en) is of zijn juist?
A
een ion is altijd van een metaalatoom gemaakt.
B
een metaalion heeft altijd een elektron teveel
C
niet-metaalionen zijn negatief geladen
D
een niet-metaalion heeft een proton afgestaan

Slide 11 - Quizvraag

Samengevat
  • Zouten hebben een hoog smelt- en kookpunt
  • In formules van zouten komen negatieve metaalatomen en positieve niet-metaalatomen voor
  • Zouten zijn opgebouwd uit ionen
  • Ionbinding is een sterke binding
  • Oplossen -> oplosvergelijking

Slide 12 - Tekstslide

Aan de slag
6.2 opdracht 20 t/m 31

Slide 13 - Tekstslide