1. Tekst A: een advertentie voor Ultimate Frisbee-trainingen
2. Tekst B: een uitleg over de geschiedenis van Ultimate Frisbee en hoe je het moet spelen
3. Tekst C: een persoonlijk verhaal van een Ultimate Frisbee-speler.
Ultimate frisbee
Slide 15 - Tekstslide
Exercise5, page 52
1.true
2.false
3.true
4. true
5.false
6. false
7.true
1. True– Op de poster staat mixed competition, dus jongens en meisjes samen.
2.False– Op de poster staat non-contact, dus dat is een duidelijk verschil met rugby en American football.
3. True– De trainingen zijn op dinsdag en donderdag, dus twee keer per week.
4.True– Twee teams van zeven spelers is veertien spelers.
5. False– Er is bij Ultimate géén scheidsrechter. In de tekst staat: no referee.
6.False– Over voetbal zegt Samantha: It wasn't really my game. Dus dat vond ze niet echt leuk. Ultimate vond ze meteen heel erg leuk: I loved it immediately.
7.True – Ze waren niet heel goed, maar wonnen uiteindelijk wel: we did win in the end.
Slide 16 - Tekstslide
Exercise 6,page 53
1. Studenten gooiden de metalen borden waarop de taarten lagen, naar elkaar.
2. Hij is makkelijker te vangen. (Hij was niet lichter!)
3. Je kunt scoren door de frisbee te vangen in de eindzone.
4. Je gooit de frisbee naar elkaar, in de richting van de eindzone. Als je hem vangt, mag je niet meer lopen, maar moet je gooien. Als je hem niet vangt, mag de tegenpartij hem pakken.