Les 6: present simple

Unit 2  Scotland
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Unit 2  Scotland

Slide 1 - Tekstslide

Afbeelding: The Jacobite Steam Train / Hogwarts Express
Fort William To Mallaig Return 
66km enkele reis (iets meer dan 2u)

Described as the greatest railway journey in the world, this 84 mile round trip takes you past a list of impressive extremes. Starting near the highest mountain in Britain, Ben Nevis, it visits Britain's most westerly mainland railway station, Arisaig; passes close by the deepest freshwater loch in Britain, Loch Morar and the shortest river in Britain, River Morar, finally arriving next to the deepest seawater loch in Europe, Loch Nevis!

Wat gaan we doen vandaag
Lezen 
Woordjes overhoren
Huiswerk nakijken
Grammatica: present simple 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Clothing 
1. Please leave your                                          at the door.
2. Can I                       these shoes in a bigger size?
3. It is raining outside, so I should wear a                            .
4. Could you                            your shoes when you come inside. 
5. This                       is too                       . I cannot breathe.
6. I always buy my                      at Levis.
 

raincoat
jeans
take off
try on
dirty
dress
shoes
tight

Slide 3 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf de volgende getallen voluit:
12, 23, 70, 100

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk nakijken

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present simple 
De tegenwoordige tijd noemen we in het Engels de present simple.
We gebruiken de present simple als iets altijd, vaak of nooit gebeurt.
Signaalwoorden die de present simple aangeven: always, never, sometimes. often, during the week, etc.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe maak je de present simple?
SHIT-regel: She, He, IT = werkwoord + s





I, you, we, they
hele werkwoord
vb. I like animals
he, she, it
werkwoord + s
vb. he likes animals

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitzonderingen he/she/it
Eindigt het werkwoord op:
een medeklinker + y?                                               een klinker + y?
I worry - He worries                                                   I enjoy - She enjoys
                                                                                            klinker: a,u,o,i,e

een -o of een sis-klank (s,z,ch,sh)? 
I go      -      He goes                                     
I wash      -        She washes


Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vul de juiste werkwoordsvorm in:
Ferdinand ........... (to be) my best friend.
A
is
B
are
C
be

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul de juiste werkwoordsvorm in:
My brother and I ............. (to fight) a lot.
A
fights
B
fight

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul de juiste werkwoordsvorm in:
Sarah often ............ (to walk) her dog.
A
walks
B
walk

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen vandaag
Lezen 
Herhalen grammatica
Grammatica: present simple oefenen

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vul de juiste werkwoordsvorm in:
1. Tommy ................ (live) at 107 Pine Lane.
2. Bob and Martha ................... (enjoy) baking cupcakes.
3. Nina .................. (take) medicine when she is sick.
4.  Mr. Anderson ................. (teach) chemistry at Hill High School.
5.   We ................... (eat) pasta once a week.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Voor maandag:
Maken blz. 21 van het afgedrukte werkboekje 
Tip: bekijk blz. 20 voor uitleg

Leren woordjes op blz. 80/81 van je boek

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen vandaag
Luisteropdracht
Woordjes overhoren
Grammatica: present simple ontkenningen

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Luisteren naar opdracht 10 en 11 van unit 2.2 op blz. 55

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Time


Voorbeeldzin
Engels
Nederlands
I will meet you before school.
before
We sometimes order pizza on Fridays.
sometimes
We moeten opschieten! Anders zijn we te laat.
opschieten

te laat
Pien moet vroeg opstaan 's ochtends.
vroeg
's ochtends
Tom often walks. 
often
1
2
3
4
5
6
7

Slide 17 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Antwoorden woordjes
1. voor(dat)
2. soms
3. hurry
4. (too) late
5. early
6. in the morning
7. vaak

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present simple
Ontkenningen (-) in de present simple maak je met don't / doesn't + hele werkwoord.



I, you, we, they
don't / do not + hele werkwoord
vb. I don't play the piano.
he, she, it
doesn't / does not + hele werkwood
She doesn't play the piano.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk 
Nakijken blz. 21 van je werkboekje (zie nakijkblad Magister bij het huiswerk van vandaag)
Voor morgen: maken blz. 23 van je werkboekje


Heb je vragen, stel ze!

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vul de juiste ontkennende vorm in:
Piet ................. (to like) rain.
A
likes
B
like
C
doesn't like
D
don't likes

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul de juiste ontkennende vorm in:
Maria and Tom ................... (to study) hard most of the time.
A
study
B
doesn't study
C
don't study
D
don't studies

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen vandaag
Lezen
Grammatica: present simple vragen
Huiswerk controle

Slide 24 - Tekstslide

1d: lezen ipv luisteren
Luisteren naar opdracht 10 en 11 van unit 2.2 op blz. 55

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present Simple recap
Bevestigend
Ontkennend
Vragend
I, you, we, they + .....................................
I, you, we, they +
.......................................
................ I, you, we, they + .........................
he, she, it +
......................................
he, she, it +
.......................................
................ he, she, it + ...........................................

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present simple
Vragen in de present simple maak je met do / does + het onderwerp + het hele werkwoord.


I, you, we, they
Do + onderwerp + hele werkwoord
vb. Do they go to the movies tonight?
he, she, it
Does + onderwerp + hele werkwoord
vb. Does your dog eat donuts?

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke vraagzin is juist?
A
Do she cook often?
B
Does he play the guitar?
C
Does we have homework?
D
Do it bite if I pet it?

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Huiswerk vrijdag
Maken blz. 25 van je werkblad
Leren woordjes days/months op blz. 84 van je werkboek
Nakijken blz. 21 en 23 van je werkblad

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies