Herhaling present simple

Silent Reading
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Silent Reading

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present Simple
Vocabulary
En
Ne
tiny
escalator
behind
ground floor
Ne
En
kerk
binnengaan
trap
gevangenis

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vocabulary
En
Ne
tiny
heel klein
escalator
roltrap
behind
achter
ground floor
begane grond
Ne
En
kerk
church
binnengaan
(to) enter
trap
stairs
gevangenis
prison

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present simple 
De tegenwoordige tijd noemen we in het Engels de present simple.
We gebruiken de present simple als iets altijd, vaak of nooit gebeurt.
Signaalwoorden die de present simple aangeven: always, never, sometimes. often, during the week, etc.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Neem de tabel over en vul hem in
Schrijf de juiste vormen van de werkwoorden 
walk   take   go   carry
(+) Bevestigend
He, She, It
I, You, We, They

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Neem de tabel over en vul hem in
Schrijf de juiste vormen van de werkwoorden 
walk   take   go   carry
(+) Bevestigend
He, She, It
walks takes goes carries
I, You, We, They
walk take go carry

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe maak je de present simple?
SHIT-regel: She, He, IT = werkwoord + (e)s





I, you, we, they
hele werkwoord
vb. I like animals
he, she, it
werkwoord + (e)s
vb. he likes animals

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitzonderingen he/she/it
Eindigt het werkwoord op:
een medeklinker + y?                                               een klinker + y?
I worry - He worries                                                   I enjoy - She enjoys
                                                                                            klinker: a,u,o,i,e

een -o of een sis-klank (s,z,ch,sh)? 
I go      -      He goes                                     
I wash      -        She washes


Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Neem de tabel over en vul hem in
Schrijf de juiste vormen van de werkwoorden 
walk   take   go   carry
(-) Ontkennend
He, She, It
I, You, We, They

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Neem de tabel over en vul hem in
Schrijf de juiste vormen van de werkwoorden 
walk   take   go   carry
(-) Ontkennend
He, She, It
doesn't walk/take/go/carry
I, You, We, They
don't walk/take/go/carry

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present simple
Ontkenningen (-) in de present simple maak je met don't / doesn't + hele werkwoord.



I, you, we, they
don't / do not + hele werkwoord
vb. I don't play the piano.
he, she, it
doesn't / does not + hele werkwood
She doesn't play the piano.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Neem de tabel over en vul hem in
Schrijf de juiste vormen van de werkwoorden 
walk   take   go   carry
(?) Vragen
He, She, It
I, You, We, They

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Neem de tabel over en vul hem in
Schrijf de juiste vormen van de werkwoorden 
walk   take   go   carry
(?) Vragen
He, She, It
Does  he/she/it    walk/take/go/carry
I, You, We, They
Do  I, you, we, they   walk/take/go/carry

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present simple
Vragen in de present simple maak je met do / does + het onderwerp + het hele werkwoord.


I, you, we, they
Do + onderwerp + hele werkwoord
vb. Do they go to the movies tonight?
he, she, it
Does + onderwerp + hele werkwoord
vb. Does your dog eat donuts?

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vul de juiste werkwoordsvorm in:
1. Tommy ................ (live) at 107 Pine Lane.
2. Bob and Martha ................... (enjoy) baking cupcakes.
3. Nina .................. (take) medicine when she is sick.
4.  Mr. Anderson ................. (teach) chemistry at Hill High School.
5.   We ................... (eat) pasta once a week.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vul de juiste werkwoordsvorm in:
Ferdinand ........... (to be) my best friend.
A
is
B
are
C
be

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul de juiste werkwoordsvorm in:
My brother and I ............. (to fight) a lot.
A
fights
B
fight

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul de juiste werkwoordsvorm in:
Sarah often ............ (to walk) her dog.
A
walks
B
walk

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul de juiste ontkennende vorm in:
Piet ................. (to like) rain.
A
likes
B
like
C
doesn't like
D
don't likes

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul de juiste ontkennende vorm in:
Maria and Tom ................... (to study) hard most of the time.
A
study
B
doesn't study
C
don't study
D
don't studies

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke vraagzin is juist?
A
Do she cook often?
B
Does he play the guitar?
C
Does we have homework?
D
Do it bite if I pet it?

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies