Thema 5 basisstof 4, 5 & 6

Biologie
Mevr. Zwijns (zwn@sgdc.nl)
WELKOM!
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Biologie
Mevr. Zwijns (zwn@sgdc.nl)
WELKOM!

Slide 1 - Tekstslide

Biologen houden zich bezig met de levende natuur.
Een levend wezen noem je een organisme
"Niet zwemmen na het eten"

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Autonome zenuwstelsel
Parasympatisch:
Orthosympatisch: 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we deze les doen?
  • herhaling
  • Basisstof 4: Reflexen en het autonome zenuwstelsel
  • Basisstof 5: impulsgeleiding
  • Basisstof 6: spieren

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Komt binnen bij een zintuigcel
Elektrische signaaltje via een zenuw
Reactie
Respons
Prikkel
Impuls

Slide 5 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor soort zenuwcel is nr. 2?
A
Bewegingszenuwcel
B
Gevoelszenuwcel
C
Schakelcel

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Dendriet
Cellichaam
Kern
Axon
Myelineschede
Synaps

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ruggenmerg
Hersenstam
Hersenen
Grote hersenen
Kleine hersenen
perifere zenuwstelsel

Slide 8 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

hersenschors
hersenstam
kleine hersenen

Slide 9 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het verwijden/vernauwen van je bloedvaten wordt aangestuurd door het
A
Animale zenuwstelsel
B
Autonome zenuwstelsel
C
Beide

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het strekken van je been wordt aangestuurd door het
A
Animale zenuwstelsel
B
Autonome zenuwstelsel
C
Beide

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Indeling op functie
Zenuwstelsel
Animaal
Autonoom (vegetatief)
Staat niet onder invloed van wil
Orthosympatisch
energie
Parasympatisch
rust & herstel
Zenuwstelsel: Indeling op functie
BINAS 88B

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk type zenuwcel heeft korte dendrieten en een lang axon?
A
Schakelcel
B
Gevoelszenuwcel
C
Bewegingszenuwcel

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bouw zenuwcel
In de basis is elke zenuwcel gelijk
  • Bij de dendrieten komt een impuls binnen (naar celkern toe)
  • Via een axon wordt een impuls verstuurd (van celkern af).

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bewegings-
zenuwcel
Schakelcel
Gevoels-
zenuwcel

Slide 15 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Route van impulsen door zenuwen:
Dendriet
Axon
gevoelszenuw
bewegingszenuw
schakelcellen

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Parasympatisch
Orthoympatisch
Bevordert de assimilatie
Stimuleert de nierwerking
Verhoogt de hartslagfrequentie
Bevordert de dissimilatie
Verlaagt de ademfrequentie
Stimuleert het gladde spierweefsel in de darmen
Remt speekselklieren

Slide 17 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk bespreken

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Basisstof 5: Impulsgeleiding
het autonome zenuwstelsel

Thema 5: Regeling

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • 5.5.1 Je kunt beschrijven hoe impulsgeleiding plaatsvindt.
  • 5.5.2 Je kunt beschrijven hoe impulsoverdracht plaatsvindt.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
Wat:
Thema 5, basisstof 5: impulsgeleiding
Lezen 
Hulp nodig:

kom naar mijn bureau
Klaar?
begin aan de vragen (52 - 61)
Aan de slag!
timer
10:00

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Impulsgeleiding in een zenuwcel

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Impulsgeleiding (zonder myelineschede)

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Impulssterkte en -frequentie
Impulssterkte: de grootte van de verandering in elektrische 
lading van het celmembraan 
Is voor alle zenuwcellen gelijk

Impulsfrequentie: aantal impulsen per tijdseenheid
Variëert afhankelijk van de sterkte van de prikkel. 
sterke prikkel --> meer impulsen


Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Impulssterkte en frequentie
Alles of niets principe
  • zwakke prikkel onder de drempelwaarde  ==>  NIETS
  • sterke prikkel ==> drempelwaarde bereikt ==> IMPULS

  • nog sterkere prikkel ==> meer imulsen

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Actiepotentiaal
  • Een actiepotentiaal ontstaat óf wel, óf niet, er is geen tussenweg. 
  • Als deze ontstaat, gaat de lading altijd van - 70 mV naar +30 mV en weer via iets lager dan -70mV naar - 70 mV. 
BINAS 
??

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Impulsgeleiding uitbeelden

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Impulsgeleiding (zonder myelineschede)
Sprongsgewijze impulsgeleiding (met myelineschede)

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Neurotransmitters en impulsoverdracht
  1. Blaasjes met neurotransmitters (signaalstof) versmelt met celmbraan als er een impuls aankomt
  2. Neurotransmitter komt vrij in synaptische spleet
  3. Neurotransmitter bindt aan receptor van doelwitcel en geeft de 'boodschap' door

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Hersenen
grijze stof
  • in de hersenschors
  • cellichamen van de schakelneuronen
witte stof 
  • in het merg
  • axonen van schakelneuronen
  • kleur door de myelineschede om de axonen

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Basisstof 6: Spieren

Thema 5: Regeling

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • 5.6.1 Je kunt de bouw en functie van glad spierweefsel en dwarsgestreept spierweefsel beschrijven.
  • 5.6.2 Je kunt de bouw en werking van spieren beschrijven.
  • 5.6.3 Je kunt de effecten van training, revalidatie en dopinggebruik uitleggen.

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3 type spierweefsels
Skeletspieren
- dwarsgestreept spierweefsel 
- bestaat uit spiervezels (versmelting spiercellen)
aan botten vast
- aangestuurd door animale zenuwstelsel
Hartspieren
- dwarsgestreept spierweefsel 
- in hart

Glad spierweefsel
- glad spierweefsel 
- bestaat uit losse spiercellen
- in huid en wand van holle organen
- aangestuurd door autonome zenuwstelsel
BINAS 90C

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
Wat:
Thema 5, basisstof 6: spieren
Lezen +  vragen maken
Hulp nodig:
kom naar mijn bureau
Klaar?
kom een verdiepende opdracht halen
Aan de slag!
timer
20:00

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opbouw skeletspieren
  • Spierbundel met daaromheen spierschede
  • Spierbundels opgebouwd uit spiervezels
  • Spiervezels opgebouwd uit spierfibrillen
  • Spierfibrillen opgebouwd uit filamenten (myosine & actine)
  • Tussen spierfibrillen mitochondriën en glycogeen
BINAS 90C

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Samentrekken van spieren
  • impulsen komen aan in motorisch eindplaatje
  • actine en myosine eenheden schuiven in elkaar
  • energie wordt verkregen door verbranding glucose

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Extra uitleg
de slides hierna geven extra uitleg

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 42 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • Je kunt de functie van reflexen en een reflexboog beschrijven.
  • Je kunt de werking van het autonome (vegetatieve) zenuwstelsel beschrijven.


Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk donderdag 28/03
Thema 5 BS4
alle opdrachten!

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

EXTRA UITLEG
de slides hieronder kun je gebruiken voor extra uitleg

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies