Literatuurgeschiedenis

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

leerdoelen
  • je weet wat literatuurgeschiedenis is
  • je weet dat taal verandert in de loop der tijd
  • je maakt kennis met teksten uit middeleeuwse verhalen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je van de middeleeuwen?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je van taal in de middeleeuwen?

Slide 4 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Hoe brachten de mensen in de middeleeuwen hun verhalen over aan elkaar?
A
ze schreven ze op
B
ze zongen de verhalen, want ze waren op rijm
C
ze tekenen de verhalen voor elkaar
D
ze hadden geen verhalen

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Troubadours en minstrelen
Een troubadour en een minstreel waren een dienaar van de adelijke mensen in de middeleeuwen. 
Door muziek, zang en toneelspel brachten ze verhalen en gedichten over. 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie konden er lezen en schrijven in de middeleeuwen?
A
iedereen
B
alleen de koning
C
monniken
D
boeren

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Pennenkrabbel
Een monnik schreef het oudst gevonden stukje Nederlands (Diets).
Dit was rond 1100.
Het was een pennenkrabbel om de pas geslepen veer mee te testen. 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is niet waar over taal in de middeleeuwen?
A
Schrijftaal was voor iedereen te gebruiken.
B
Verhalen waren vaak op rijm om ze zo goed door te kunnen vertellen.
C
De taal was een mengvorm van verschillende talen door contact met andere volken.
D
Het Nederlands is in die tijd vooral een spreektaal, geen schrijftaal.

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Oudnederlands
Het Nederlands is in die tijd vooral een spreektaal, geen schrijftaal.
Het is mengvorm van Oudnederlands, Germaans en Kents en lijkt op Latijns. 
De Nederlandse taal en literatuur ontwikkelden zich voortdurend door contact met de buurvolken.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat denk je dat deze tekst betekent?

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Kijk tot 2:25 uur
Je kunt ook de video op de volgende dia kijken. 

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke woorden uit het tekstje lijken op het Nederlands van nu?

Slide 15 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Waar gaan de meeste middeleeuwse verhalen over?

A
Heiligen
B
Ridders
C
Koningen
D
Liefde

Slide 16 - Quizvraag

Alle antwoorden zijn goed.
Middeleeuwse verhalen
Het (Oud)nederlands was de taal van alledag, maar wanneer er iets op papier gezet moest worden, gebeurde dat in het Latijn. 

Latijn was de taal van de kerk, omdat het vooral de monniken in kloosters waren die teksten (over)schreven. Dit verklaart ook waarom vele van de vroege teksten religieus van aard zijn.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je nu van geschreven taal in de middeleeuwen?

Slide 18 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Je hebt nu kennisgemaakt met het eerst geschreven ‘Nederlands’ en je weet je meer over middeleeuwse teksten. In de volgende opdracht ga je je verdiepen in personages uit de middeleeuwse literatuur. 
Deze opdracht doe je niet alleen. Je werkt in een tweetal. Maar ieder werkt wel een eigen personage uit. Je helpt elkaar met informatie zoeken, tekst bedenken en vlogs opnemen.

Lees nu eerst je opdrachtblad goed door. 

Slide 19 - Tekstslide

Deel opdrachtenblad uit en deel de namen uit. 
Kijk terug op de leerdoelen. Hoeveel leerdoelen heb je deze les behaald?
* je weet wat literatuurgeschiedenis is
* je weet dat taal verandert in de loop der tijd
* je maakt kennis met teksten uit middeleeuwse verhalen
Alle
2 van de 3
1 van de 3
geen

Slide 20 - Poll

Deze slide heeft geen instructies