KA 27: Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen

KA 27: Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

KA 27: Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen

Slide 1 - Tekstslide

Rationeel optimisme
Verspreiden kennis
Politieke vrijheid
Politieke gelijkheid
"Mensen zullen pas vrij zijn als de laatste koning is gewurgd met de darmen van de laatste priester."
"De mens wordt vrij geboren, en toch ligt hij overal in ketenen."
"Waar geen wet is, is ook geen vrijheid."
"Sapere aude! Heb de moed om je eigen verstand te gebruiken."

Slide 2 - Sleepvraag

1. Rationeel optimisme – Immanuel Kant (1724-1804)
"Sapere aude! Heb de moed om je eigen verstand te gebruiken."

Deze uitspraak van Kant benadrukt het vertrouwen in de menselijke rede en vooruitgang. Verlichte denkers geloofden dat door rationeel denken en wetenschappelijke methoden de wereld verbeterd kon worden.

2. Verspreiden van kennis – Denis Diderot (1713-1784)
"Mensen zullen pas vrij zijn als de laatste koning is gewurgd met de darmen van de laatste priester."

Diderot was een sleutelfiguur in het verspreiden van kennis, onder andere via de Encyclopédie, een verzameling van alle wetenschappelijke en filosofische kennis van die tijd. Hij vond dat kennis bevrijdend werkt en een einde kan maken aan onderdrukking door kerk en staat.
3. Politieke vrijheid – John Locke (1632-1704)
"Waar geen wet is, is ook geen vrijheid."

Locke pleitte voor een rechtsstaat waarin wetten vrijheid beschermen in plaats van beperken. Hij was een groot voorstander van vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid en volkssoevereiniteit, wat later de basis werd voor democratische samenlevingen.

4. Politieke gelijkheid – Jean-Jacques Rousseau (1712-1778)
"De mens wordt vrij geboren, en toch ligt hij overal in ketenen."
(uit: Du Contrat Social, 1762)

Rousseau bekritiseerde sociale ongelijkheid en pleitte voor een samenleving waarin alle mensen politieke rechten hebben. Zijn ideeën over volkssoevereiniteit en directe democratie hebben veel invloed gehad op moderne opvattingen over politieke gelijkheid.

Slide 3 - Tekstslide

Deze week KA 27

Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen

  • Les 1; twee leerdoelen KA 27
  • Les 2; twee leerdoelen KA 27
  • Les 3; verwerkingsopdrachten KA 27 (welke? zie scrumbord)
Wat wordt er van je verwacht?

  • Actieve leerhouding
  • ZELF leerdoelen uitwerken m.b.v. de leertekst
  • Controle bij groepsgenoten
  • Verwerkingsopdrachten maken in je schrift
  • Vragen stellen bij onduidelijkheden

Slide 4 - Tekstslide

Leerdoel
Invalshoek: politiek, economie, sociaal, cultuur

  • De leerling kan de naam en het kernidee uitleggen van wat de Verlichting is
  • De leerling kan uitleggen hoe de Renaissance en de wetenschappelijke revolutie de voorlopers zijn voor de Verlichting
  • De leerling benoemt de idealen van de Verlichting
  • De leerling herkent en benoemt de toepassing van de Verlichting op alle terreinen van de samenleving; godsdienst, politiek, sociaal en economie 
  • De leerling kan uitleggen hoe de verspreiding van de verlichte denkbeelden plaatsvond

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

De Verlichting
De Verlichting is een geestelijke stroming die ontstond in de late 17e eeuw en duurde tot het einde van de 18e eeuw, met als kernidee dat de mens door rationeel denken (door het gebruik van de rede) zichzelf en de samenleving kan begrijpen en verbeteren. 

De verlichters vonden vrijheid het belangrijkste begrip: vrijheid om je eigen mening te vormen en uit te dragen, vrijheid om te geloven wat je wilt, vrijheid om handel te drijven met wie je maar wil. Op het gebied van de sociale verhoudingen waren verlichters in meer of mindere mate voorstander van gelijkheid.

Slide 7 - Tekstslide

De naam ‘Verlichting’ en de verlichtingsidealen
- De term ‘Verlichting’ dateert uit de 18e eeuw. Met ‘verlicht’ wordt bedoeld dat de mens zich als het ware bevrijd (verheft) uit de ‘duisternis’ van onwetendheid door op zijn eigen verstand te vertrouwen en zijn lot in eigen hand te nemen. De Duitse filosoof Kant vatte de Verlichting samen in het motto “durf te weten”.

- De verlichters streden tegen allerlei misstanden die in de 17e en 18e eeuw nog veel voorkwamen zoals godsdienstvervolging, heksenverbranding, slavernij en censuur. Ze verzetten zich tegen bijgeloof en waren erg kritisch over het opdringen van waarheden waarvoor geen bewijs bestond (dogma’s), zoals de kerk dat volgens hen deed.

- Mensen moesten de kans krijgen om zich te ontplooien tot volwaardige en verstandige burgers, en daarvoor hadden zij toegang tot kennis nodig. Verlichters legden daarom grote nadruk op het belang van opvoeding en onderwijs. Onderwijs werd gezien als dé manier om mensen op te voeden tot rationeel denkende en nuttige burgers (“opvoeden tot zedelijkheid”, zoals verlichters in Nederland het toen noemden).

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Op 1 februari 1788 schrijft de Amerikaanse politicus James Madison in een artikel:
Als de wettelijke, uitvoerende en gerechtelijke machten in dezelfde handen zijn, of dat nu van één is of van velen, en of dat nu via erfrecht, via zelfbenoeming of via verkiezingen gaat, dan kan dat terecht tirannie worden genoemd.

Leg uit welk verlicht ideaal James Madison in dit artikel verdedigt

Slide 14 - Open vraag

Gebruik bron 6.

Je concludeert dat Roland met de oprichting van het
Louvre verlichte idealen nastreeft.

Toon dit aan voor twee Verlichtingsidealen, waarbij je
je antwoord telkens ondersteunt met een andere
verwijzing naar de brief.
Bron 6

In 1792 schreef de Franse minister van Binnenlandse Zaken Jean-Marie Roland in een brief over de oprichting van het nationale museum het Louvre:

Dit Museum moet bestaan uit de grote rijkdommen die ons land bezit, wat betreft tekeningen, schilderijen, beelden en andere kunstschatten. Ik wil dat het Museum iedereen bekoort en de aandacht trekt: het moet de kunstzin voeden, verzamelaars inspireren en als een school dienen voor kunstenaars. Het moet open zijn voor de hele wereld. (…) Dit monument moet van Frankrijk worden en er mag niemand worden geweigerd hiervan te genieten.

Slide 15 - Open vraag