Herhaling DNA/Eiwitsynthese

Welkom!
Leg je spullen klaar:
  • Laptop 
  • Biologieboek
  • Schrift voor aantekeningen
  • Pen
  • Mobiel in de kluis!

1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Welkom!
Leg je spullen klaar:
  • Laptop 
  • Biologieboek
  • Schrift voor aantekeningen
  • Pen
  • Mobiel in de kluis!

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen?

  • Examentraining: DNA/Eiwitsynthese


  • Oefenen met opdrachten op biologiepagina.nl of uit het examenboek





Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling DNA/Eiwitsynthese

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Enkelstrengs DNA
Polymerisatie: aan elkaar koppelen van nucleotiden

Condensatiereactie tussen 3e C-atoom van desoxyribose en fosfaatgroep van volgende nucleotide

  • 5'-uiteinde: fosfaatgroep
  • 3'-uiteinde: OH-groep

Aflezen + kopiëren: 3' -> 5' 




Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Niet-coderend DNA
  • Coderen voor eiwitten die synthese van eiwitten reguleren
  • Coderen voor andere moleculen dan eiwitten
  • Genen die hun functie hebben verloren
  • Telomeren (later meer over)

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Niet-coderend DNA
  • Mens: ongeveer 98,5% van genoom bestaat uit niet-coderend DNA. 
  • Dit DNA heeft een regulerende functie
  • een deel bestaat uit repetitief DNA (herhalingen van korte nucleotidesequenties)

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

DNA- replicatie (=verdubbeling)
Een replica maken, een exacte kopie.
Nodig voor de celdeling:  2 exact dezelfde kernen.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling Basisstof 2 (2)
DNA-replicatie

DNA begint bij een replicatiestartpunt, de waterstofbruggen tussen de basenparen wordt verbroken door het enzym helicase. Als de twee strengen uit elkaar gaan ontstaat een replicatiebel.


Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  1. De replicatie start bij een replicatie startpunt 
  2. Helicase verbreekt de waterstofbruggen --> DNA strengen uit elkaar. Er ontstaat een replicatiebel. 
  3. single strand binding proteins (SSBP's) voorkomen dat het DNA weer dubbelstrengs wordt.
  4. Primase maakt korte RNA primers die functioneren als startpunt van DNA polymerase
  5. DNA polymerase bindt een primer en verlengd deze aan de 3' uiteinde. Langs de leidende streng kan de replicatie onafgebroken doorgaan. Langs de volgende streng worden telkens korte stukken DNA gemaakt, de Okazaki-fragmenten.
  6. RNA primers worden vervangen door DNA nucleotiden
  7. Ligase verbindt alle Okazaki-fragmenten aan elkaar.
DNA replicatie

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. De replicatie start bij een replicatie startpunt
2. Helicase verbreekt de waterstofbruggen --> DNA strengen uit elkaar. Er ontstaat een replicatiebel. 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3. single strand binding proteins (SSBP's) voorkomen dat het DNA weer dubbelstrengs wordt.
4. Primase maakt korte RNA primers die functioneren als startpunt van DNA polymerase
5. DNA polymerase bindt een primer en verlengd deze aan de 3' uiteinde. Leesrichting 3' --> 5'. Maak richting van 5' --> 3'.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

5. DNA polymerase bindt een primer en verlengd deze aan de 3' uiteinde. 
- Langs de leidende streng kan de replicatie onafgebroken doorgaan. 
- Langs de volgende streng worden telkens korte stukken DNA gemaakt, de Okazaki-fragmenten.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

6. RNA primers worden vervangen door DNA nucleotiden
7. Ligase verbindt alle DNA fragmenten aan elkaar.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

RNA
  • Nucleïnezuur en meestal enkelstrengs 
  • Nucleotiden bevatten:
      - Ribose i.p.v. Desoxyribose
      - Uracil (U) i.p.v. Thymine (T)
  • Alle typen RNA spelen een rol bij de productie van eiwitten 
       - mRNA, rRNA, tRNA
Welke verschillen zien we hier?

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Transcriptie
  • Doel: Vorming van (pre)mRNA
  • Waar: Celkern
  • Door: RNA-polymerase 

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Transcriptie

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Transcriptie

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Transcriptie

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De coderende streng heeft de volgende basen:
5'-CGAATACGGATATG -3', hoe ziet de RNA-streng eruit?

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

mRNA vs PRE-mRNA
  • Resultaat transcriptie = PRE-mRNA
  • PRE-mRNA bevat introns & exons
  • PRE-mRNA naar mRNA via splicing 
  • Splicing knipt introns eruit en plakt exons aan elkaar
  • Variatie mogelijk bij 'plakken'
  • mRNA verlaat kern

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Translatie en eiwitsynthese

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Enkele feiten

  • In mRNA zijn 4 verschillende stikstofbasen (A, U, C, G)
  • Voor één aminozuur worden drie opeenvolgende nucleotiden gebruikt (triplet of codon)
  • Genetische code: de vertaling van nucleotidenvolgorde naar aminozuren met behulp van codons
  • mRNA wordt afgelezen van 5'- naar 3'-uiteinde
  • Elk eiwit start met het startcodon methionine, op mRNA AUG 5' naar 3'. 
  • De codes UAA, UAG en UGA zijn stopcodons

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Codon en drielettercodes
  • Codon  = triplet (3 basen bijv. ATT)
  • De synthese van een aminozuurketen begint altijd bij het ''start'' codon en stopt bij het ''stop'' codon.
  • Start codon is altijd AUG, er zijn meerdere stopcodonnen. Zoek eens een code op van een stop codon.


BINAS Tabel 71G

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

tRNA
  • Enkelstrengs RNA-molecuul
  • CCA aan 3'-uiteinde kan aminozuur binden
  • Drie nucleotiden (onderin) vormen anticodon, binden aan codon mRNA

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

tRNA
Bijvoorbeeld:
  • codon voor Serine = AGC, 
  • worden gelezen door tRNA met anticodon UCG 

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

tRNA-molecuul

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ribosoom
  • twee delen
  • drie tRNA-bindingsplaatsen
  • mRNA-bindingsplaats
  • mRNA afgelezen van 5' naar 3'

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

DNA-replicatie en transcriptie altijd van 3' 
naar 5'- kant aflezen,
Translatie is van 5' naar 3-kant aflezen!!

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ribosomen

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ribosoom

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Snel, veel eiwitten maken

Polyribosomen: clusters van ribosomen

Release-factor: bindt aan stopcodon in mRNA = loslaten aminozuurketen + ribosoom valt uiteen

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Polyribosoom
  • meerdere ribosomen binden hetzelfde mRNA
  • ribosoom klaar met translatie bij stopcodon, bindt direct weer bij startcodon
  • releasefactor zorgt dat aminozuurketen loslaat

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Genregulatie

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Genregulatie vs Genexpressie
Genregulatie: het aan/uitzetten van een gen
Genexpressie: 
               - als gen 'aan': transcriptie en translatie treden op
               - hangt af van milieufactoren (pr + eu) en celfunctie (eu) 
               - rol van regulatorgenen die coderen voor een repressor (pr) of transcriptiefactoren (eu) 

(eu)= eukaryoot
(pr)= prokaryoot
(eu)= eukaryoot

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Genregulatie prokaryoten
  • Structuurgenen = genen die informatie bevatten voor het vormen van RNA of eiwit.
  • Operon = deel van DNA dat alle genen bevat die de vorming van een eiwit reguleren (promotor + operator + z, y en a genen) 
  • Repressors = (regulerende eiwitten) remmen of stoppen genexpressie door binding aan operator 
         - Inactivatie of activatie door binding

Slide 42 - Tekstslide

- Structuurgenen die samen een functie uitvoeren liggen achter een gezamelijke promotor 

Hoe kan een prokaryoot genexpressie van een operon regularen?
- Regulatorgenen coderen voor regulerende eiwitten = Repressors 
0

Slide 43 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
Oefenboek examen: 

Klaar?

 Ga naar Biologiepagina.nl en maak de oefenexamenvragen bij 5VWO DNA. 

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies