In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.
Onderdelen in deze les
Welkom bij de quizzzz
SucceS!
Slide 1 - Tekstslide
Tot welke stam van de dieren hoort dit dier?
A
Sponsdieren
B
Weekdieren
C
Stekelhuidigen
D
Neteldieren
Slide 2 - Quizvraag
Van welke gewervelde is dit de schedel?
A
Krokodil
B
Orca
C
Zeehond
D
Snoek
Slide 3 - Quizvraag
Heeft een medewerker in een dierenasiel met biologie te maken?
A
ja
B
nee
Slide 4 - Quizvraag
Als een dier schubben met slijm heeft wat voor een dier is dit dan?
A
vissen
B
zoogdieren
C
Amfibieën
D
Reptielen
Slide 5 - Quizvraag
Welk voedsel is beter verteerbaar? Plantaardig voedsel of dierlijk voedsel?
A
Plantaardig voedsel
B
Dierlijk voedsel
Slide 6 - Quizvraag
Gewervelden zijn ...
A
Tweezijdig symmetrisch
B
Veelzijdig symmetrisch
C
Niet symmetrisch
Slide 7 - Quizvraag
Plantencellen hebben een celmembraan
A
Waar
B
Niet waar
Slide 8 - Quizvraag
Wat is een erfelijke eigenschap?
A
Litteken
B
Piercing
C
Blauwe ogen
Slide 9 - Quizvraag
Het verteringstelsel van een planteneter is ..... dan die van een vleeseter
A
even lang
B
korter
C
Langer
Slide 10 - Quizvraag
Het lichaam voorzien van zuurstof is de taak van?
A
Het verteringstelsel
B
Het bloedvatenstelsel
C
Het ademhalingsstelsel
D
Het zuurstofsstelsel
Slide 11 - Quizvraag
Een dier heeft knipkiezen. Dit dier is een:
A
Planteneter
B
Alleseter
C
Vleeseter
Slide 12 - Quizvraag
Een dier heeft plooikiezen. Dit dier is een:
A
Planteneter
B
Alleseter
C
Vleeseter
Slide 13 - Quizvraag
Dieren zonder wervelkolom noem je ongewervelde dieren
A
Ja
B
Nee
Slide 14 - Quizvraag
Dit dier is GEWERVELD
A
Klopt
B
Klopt niet
Slide 15 - Quizvraag
Welke dieren zijn gewerveld?
A
Vogel
B
Vogel en inktvis
C
Vogel, inktvis, en mossel
D
Inktvis en mossel
Slide 16 - Quizvraag
Wat is een kenmerk van de gewervelden?
A
Ze hebben een vacht
B
Ze hebben een wervelkolom
C
Ze hebben poten
D
Ze leven op het land
Slide 17 - Quizvraag
Gewervelden hebben een
A
... uitwendig skelet
B
... inwendig skelet
C
... geen skelet
Slide 18 - Quizvraag
Waarvoor zijn de bladeren van planten zo belangrijk voor de plant?
A
Als voedsel
B
Zorgt ervoor dat de wereld mooier is
C
Voor fotosynthese
D
Alle voorgaande
Slide 19 - Quizvraag
Dit dier is GEWERVELD
A
Klopt
B
Klopt niet
Slide 20 - Quizvraag
In planten cellen zit cellulose. Wij mensen missen het enzym wat cellulose kan afbreken. Hoe kan het dat wij toch planten kunnen eten zonder ziek te worden?
A
Door goed te kauwen
B
Door ons zure maagsap
C
Door bacteriën in onze darmen
D
Door de peristaltische bewegingen in de darm
Slide 21 - Quizvraag
Vindt in een paard fotosynthese plaats?
Fotosynthese kan alleen in de bladgroenkorrel plaatsvinden.
De bladgroenkorrel zit in het blad van een plant.
Een paard is geen plant. Dus vindt er geen fotosynthese plaats
A
Ja
B
Nee
Slide 22 - Quizvraag
Dit dier is GEWERVELD
A
Klopt
B
Klopt niet
Slide 23 - Quizvraag
Welk orgaanstelsels zie je hier?
A
Ademhalingstelsel
B
Voortplantingstelsel
C
Verteringstelsel
D
Beenderenstelsel
Slide 24 - Quizvraag
Als je je voedsel goed kauwt, kunnen de verteringssappen beter op het voedsel inwerken
A
Juist
B
Onjuist
Slide 25 - Quizvraag
Dit dier is
A
tweezijdig symmetrisch
B
veelzijdig symmetrisch
C
niet symmetrisch
Slide 26 - Quizvraag
Wat zijn cellen?
A
Dat is je lichaam zonder je hoofd en je armen en benen.
B
Dat is het middenrif.
C
Dat zijn delen van het lichaam met een bepaalde taak.
D
De kleinste bouwstenen van je lichaam.
Slide 27 - Quizvraag
Wat is Biologie?
A
Biologie is een soort natuurkundig proces
B
Biologie is de leer van het leven
C
Biologie is alles leren over mensen
D
Biologie is alles over het plantenleven
Slide 28 - Quizvraag
Tot welke stam van de dieren hoort dit dier?
A
Gewervelden
B
Geleedpotigen
C
Neteldieren
D
Weekdieren
Slide 29 - Quizvraag
Wat betekent het woord ordenen?
A
Het indelen in groepen op basis van gemeenschappelijke kenmerken
B
Eencellig organisme
C
Verdelen in domeinen en rijken
D
Hoe de cellen eruit zien
Slide 30 - Quizvraag
Welke groepen gewervelden zijn er?
A
vissen, amfibieën en reptielen
B
vissen, amfibieën, reptielen, vogels en mensen
C
vissen, amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren
D
vogels en zoogdieren
Slide 31 - Quizvraag
Wat valt niet onder de gewervelden?
A
Amfibieën
B
Reptielen
C
Koningsvaren
D
Zoogdieren
Slide 32 - Quizvraag
Hoe heet het laatste stukje darm van het verteringstelsel
A
dikke darm
B
twaalfvingerige darm
C
blinde darm
D
endeldarm
Slide 33 - Quizvraag
Welke onderdelen hebben zowel dierencellen als plantencellen
A
Celwand, vacuole, celkern
B
Celwand, celkern, cytoplasma
C
Celmembraan, celkern, vacuole
D
Celmembraan, celkern, cytoplasma
Slide 34 - Quizvraag
Dayo heeft na het gebruik van antibiotica tegen zijn kiesontsteking last van diarree. Welk orgaan in het verteringstelsel werkt waarschijnlijk niet naar behoren?
A
De maag
B
De dunne darm
C
De alvleesklier
D
De dikke darm
Slide 35 - Quizvraag
wat is voedselbederf
A
door micro-organismen is het voedsel ongeschikt
B
je kunt het nog eten
C
alleen bacteriën kunnen dat veroorzaken
D
alleen schimmels kunnen dat veroorzaken
Slide 36 - Quizvraag
Welk orgaanstelsels zie je hier?
A
Ademhalingstelsel
B
Voortplantingstelsel
C
Verteringstelsel
D
Beenderenstelsel
Slide 37 - Quizvraag
De nieren horen bij het
A
Verteringstelsel
B
Uitscheidingstelsel
Slide 38 - Quizvraag
Hebben cellen van mensen andere kenmerken dan cellen van dieren?