Les 64: Cursus Spelling - Leenwoorden § 3 + Koppelteken en weglatingsstreepje § 4

Hallo 2Vd
Pak je spullen alvast (leesboek) en Nieuw Nederlands + schrift. Ga zitten volgens het klassenschema.
timer
10:00
Wat gaan we doen vandaag?
  • 10 minuten lezen(Stiefkind)p 120-125
  • Uitleg Cursus 7 Spelling § 
  • Zelf oefenen
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Hallo 2Vd
Pak je spullen alvast (leesboek) en Nieuw Nederlands + schrift. Ga zitten volgens het klassenschema.
timer
10:00
Wat gaan we doen vandaag?
  • 10 minuten lezen(Stiefkind)p 120-125
  • Uitleg Cursus 7 Spelling § 
  • Zelf oefenen

Slide 1 - Tekstslide

Zelf oefenen
Cursus 7 spelling §3
Wat:  Maak opdracht 1, 2 en 6 blz. 252-253
Hoe:  Individueel, online op de laptop
Hulp:  docent, buur.
Tijd: 15 min.
Uitkomst: Geoefend met spelling van leenwoorden
Klaar?
Lezen in je leesboek
of huiswerk
timer
15:00

Slide 2 - Tekstslide

week 14 les 2+3 - 2htvtb
Eerste uur:
  • 10 minuten stillezen
  • Nakijken/doornemen huiswerk § 2 
  • Uitleg Cursus 7 Spelling § 3
  • Zelf oefenen § 3







timer
10:00

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen
- Je kunt leenwoorden op de juiste manier spellen.
- Je kunt het koppelteken en weglatingsstreepje correct gebruiken


Slide 4 - Tekstslide

Koppelteken
De meeste samenstellingen schrijf je aan elkaar:
kassameisje, wijkagent, politiebureau, schoolkantine

Bij een klinkerbotsing (oo, aa, oe, ui) gebruik je een koppelteken:
auto-ongeluk, lente-ui, video-opname. Een klinkerbotsing is een botsing van twee klinkers die samen een klank in de Nederlandse taal vormen. 

Slide 5 - Tekstslide


Koppelteken

Dus in samenstellingen die verkeerd gelezen kunnen worden, plaatsen we een koppelteken:

zo-even, stage-uren, radio-omroep, na-apen.

Slide 6 - Tekstslide

Het koppelteken
Je gebruikt een koppelteken als er in het samengestelde woord cijfers voorkomen.

bijvoorbeeld:
80-jarige, 70-plusser.

Slide 7 - Tekstslide

Koppelteken
Je gebruikt een koppelteken
als er in het samengestelde
woord een afkorting voorkomt of 
sint, st, Sint.

Bijvoorbeeld:
usb-stick, mbo-opleiding, 
A5-formaat, Sint-Nicolaas

Slide 8 - Tekstslide

Koppelteken
Je gebruikt een koppelteken bij
aardrijkskundige namen.

Bijvoorbeeld: 
Zuid + Holland = Zuid-Holland.
Zuid-Afrika, Noord-Italië, 
's-Gravenhage, West-Amerika.

Slide 9 - Tekstslide

Koppelteken
In woorden met de voorvoegsels:
adjunct-                 leerling-
aspirant-                niet-
bijna-                       non-
ex-                             oud-
interim-                                                         ex-roker
kandidaat-                                                   oud-voorzitter

Slide 10 - Tekstslide

Koppelteken
Je gebruikt een koppelteken als 
het tweede deel van de samenstelling
een hoofdletter heeft.

Bijvoorbeeld: 
pro-Europees, on-Nederlands.

Slide 11 - Tekstslide

Koppelteken?
A
drieëndertig
B
drie en dertig
C
drie-en-dertig

Slide 12 - Quizvraag

Koppelteken of geen koppelteken?
A
Astma-aanval
B
Astmaaanval

Slide 13 - Quizvraag

§4 Weglatingsstreepje
Als je een deel van een woord weglaat, mag dat met een weglatingsstreepje.

Slide 14 - Tekstslide

§4 Weglatingsstreepje
Als je het eind van het woord weglaat, komt het streepje bij het eerste woord aan het eind.

Bijvoorbeeld: op- of aanmerkingen


Slide 15 - Tekstslide

§4 Weglatingsstreepje

Laat je een heel woord weg, dan gebruik je geen streepje. 
Bijvoorbeeld: Hoge en lage cijfers.

Slide 16 - Tekstslide

§4 Weglatingsstreepje
Als je het begin van het woord weglaat, komt het streepje aan het begin van het tweede woord.

Bijvoorbeeld:  damesjassen en -jurken.

Slide 17 - Tekstslide

Waar is het weglatingsstreepje correct gebruikt?
A
in voor- en tegenspoed
B
bestuurs- en strafrecht
C
in voorspoed en tegen-
D
straf- en bestuursrecht

Slide 18 - Quizvraag

Waar is het weglatingsstreepje correct gebruikt?
A
voor- en nadelen
B
voor en na-delen
C
voor en -nadelen
D
voor en nadelen

Slide 19 - Quizvraag

Waar is het weglatingsstreepje correct gebruikt?
A
binnen en buitenkant
B
binnen- en buitenkant

Slide 20 - Quizvraag

cursus 7 §4 spelling
Wat: Maak de opdracht van  opdracht 1 t/m 3 op blz. 254-255
Hoe:  Individueel, maar je mag op fluisterniveau overleggen met degene die naast je zit. 
Hulp: Theorie uit je boek of internet.
Tijd: 15 min.

Klaar?
Lezen in je leesboek
of huiswerk
timer
8:00
Afmaken: Maak §3 opdracht 1, 2 en 6 blz. 252-253 af

Slide 21 - Tekstslide

Leerdoelen
- Je kunt leenwoorden op de juiste manier spellen.
- Je kunt het koppelteken en weglatingsstreepje correct gebruiken


Slide 22 - Tekstslide

Fijne dag!
Ruim rustig je spullen op en blijf zitten tot de bel gaat

Slide 23 - Tekstslide