H03 Mondelinge communicatie

Welkom bij Business Services
WELKOM BIJ
BUSINESS SERVICES
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Welkom bij Business Services
WELKOM BIJ
BUSINESS SERVICES

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

DEZE LES
  1. Je bent op tijd in de les.
  2. Je neemt een eigen device mee naar mijn les.
  3. Je maakt opdrachten en levert deze op tijd in.
  4. Jas uit, pet/muts etc. af.
  5. In het lokaal mag je alleen water drinken, niet eten.
  6. Telefoons op zacht en in je tas (niet in je zak).
Aan het einde van dit hoofdstuk leer je:
  • Hoe je telefoongesprekken beantwoordt en afsluit.
  • Het gebruik van verschillende manieren om te communiceren.
Hoofdstuk 03
MONDELINGE COMMUNICATIE

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn communicatieve vaardigheden?

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is communicatie?
Communicatie is wanneer iemand informatie deelt met een ander.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Communicatiedoelen
Stel je voor: een sportschool lanceert een nieuwe fitnesscursus.

Informeren: De sportschool legt uit wat de cursus inhoudt, welke oefeningen worden gedaan en op welke dagen de lessen zijn.
Overtuigen: Ze benadrukken de voordelen, zoals een betere conditie en persoonlijke begeleiding door een professionele trainer.
Activeren: Ze moedigen mensen aan om zich direct in te schrijven via de website of aan de balie.
Amuseren: Ze maken een leuke promotievideo met energieke muziek en enthousiaste deelnemers om de cursus aantrekkelijk te presenteren.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aspecten communicatie
Degene die de communicatie doet.
Het bericht / de boodschap van de communicatie.
Degene die de communicatie ontvangt.
De reactie van de ontvanger op de boodschap van de zender.
Doelgroep
Groep mensen aan wie je je product of dienst aanbiedt.
Formele communicatie
Is netjes en zakelijk. Dit gebruik je bijvoorbeeld in een e-mail naar een klant of een gesprek met je leidinggevende.
Informele communicatie
Is meer ontspannen en persoonlijk. Dit gebruik je bijvoorbeeld in een appje naar een collega of een praatje in de pauze.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Communicatiemiddelen
Mondelinge communicatie
Vindt plaats tussen twee of meer mensen.
Schriftelijke communicatie
Kan gericht zijn aan één persoon of aan meerdere personen tegelijk, dit kan ook een e-mail zijn.
Offline communicatie
Is contact zonder internet, zoals een gesprek in het echt, een brief of een flyer.
Online communicatie
Gebeurt via internet, zoals een e-mail, appje of videogesprek.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Storingen in de communicatie

Slide 9 - Tekstslide

Mag ik het blijven zeggen?
Heeft hij gezegd dat u het niet mocht doorvertellen?
Waarom doet u niet mee?
U bent toch niet aan het opnemen hè?

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

OPDRACHTEN  MAKEN
opdracht 1.01 t/m 1.04
bladzijde 15 t/m 22
Opdrachten maken
HOOFDSTUK 03
bladzijde 107 t/m 117
opdracht 3.01 t/m 3.04

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het telefoongesprek
Een belangrijke taak voor een assistant business services is het voeren van telefoongesprekken.

Op het moment dat je namens de organisatie een telefoongesprek voert, ben je het visitekaartje van de organisatie.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aspecten bij het telefoongesprek
Techniek: Je moet weten hoe de telefoon werkt en hoe je gesprekken doorverbindt.
Kennis: Je moet genoeg weten over het bedrijf om klanten goed te helpen.
Houding: Klantvriendelijkheid en een goede instelling zijn belangrijk.
Communicatie: Je moet goed luisteren, duidelijk praten en helder uitleggen.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gedragsregels bij het telefoongesprek
  1. Zorg voor een goede voorbereiding.
  2. Wees vriendelijk en beleefd.
  3. Geef de klant je volledige aandacht.
  4. Vertel wat je doet tijdens het gesprek.
  5. Bel terug als dat nodig is.
  6. Herhaal belangrijke informatie.
  7. Maak aantekeningen.
  8. Spreek duidelijk.
  9. Laat merken dat je luistert.
  10. Sluit het gesprek netjes af.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Nederlands telefoonalfabet

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

D E W K A L I
D van Dirk
E van Eduard
W van Willem
K van Karel
A van Anna
L van Lodewijk
I van Isaak

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Telefoonmemo
Veel bedrijven gebruiken standaardformulieren om belangrijke informatie uit een telefoongesprek op te schrijven. Hierop staan alle belangrijke punten die je moet noteren.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Datum en tijdstip van het telefoongesprek.
Naam van de klant, zijn adres, postcode, woonplaats en telefoonnummer.
Boodschap en belangrijke gegevens, zoals een concrete vraag.
De naam voor wie het gesprek bedoeld is en wat hij/zij moet doen.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

OPDRACHTEN  MAKEN
opdracht 1.01 t/m 1.04
bladzijde 15 t/m 22
Opdrachten maken
HOOFDSTUK 03
bladzijde 117 t/m 125
opdracht 3.05 t/m 3.09

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soorten telefoongesprekken

Soorten telefoongesprekken
Informatief gesprek: Je geeft de klant alleen informatie.

Adviesgesprek: Je geeft informatie, maar probeert de klant ook te overtuigen of aan te zetten tot actie.

Klachtgesprek: Je luistert naar de klacht van de klant en zoekt samen naar een oplossing.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken van een klacht
  1. Het product of de dienst is niet zoals verwacht.
  2. Er is iets kapot.
  3. Afspraken zijn niet nagekomen of verkeerd uitgevoerd.
Fasen van een klachtengesprek
  1. Laat de klant zijn verhaal doen.
  2. Laat merken dat je de klant begrijpt.
  3. Zeg duidelijk wat het probleem is.
  4. Bedenk samen een oplossing.
  5. Kies samen de beste oplossing.
  6. Herhaal de afspraak, voer deze uit en check of alles goed is gegaan.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

OPDRACHTEN  MAKEN
opdracht 1.01 t/m 1.04
bladzijde 15 t/m 22
Opdrachten maken
HOOFDSTUK 03
bladzijde 126 t/m 134
opdracht 3.10 t/m 3.18

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ABSG1Q  GIT
check out...

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies