Rekenen met GEWICHT!

Lesplanning 
- Herhaling/Check-in
- Lesdoelen 
- Uitleg opdracht
- Test jezelf / Check - out 

1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 4

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Lesplanning 
- Herhaling/Check-in
- Lesdoelen 
- Uitleg opdracht
- Test jezelf / Check - out 

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel
Aan het einde van de les:
Kunnen jullie een recept omrekenen.
Kunnen jullie de verschillende gewichten en inhoudsmaten herkennen.

Slide 2 - Tekstslide

Liter, deciliter, centiliter, milliliter
Omrekenen voorbeelden:

1 L =                     ....  dl

200 ml =             .... cl

3 dl =                   ...... ml


Slide 3 - Tekstslide

Reken om
5 kg                 =                  g    
2, kg                =                  g
7000 gram   =               kg
500 gram      =              kg
2 t                     =               kg
6,24 t               =               kg

Slide 4 - Tekstslide

Met bacon en spekjes wordt hetzelfde bedoeld.
de vraag is, hoeveel keer moet je de 
ingrediënten van dit recept halen?

Stap 1; hoeveel keer meer spekjes 
heb je gebruikt voor het totaal?
1,8 kg = 1800 gram : 120 gram = 
15x zoveel als in het recept
Stap 2, je moet dus ook 15x zoveel 
tomaten halen! 15 x 450 gr (zie recept)
= 6750 gram = 6,75 kg 

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Oefening
Maak opdracht 6 Meten en Wegen
6.1 Vloeistoffen
6.2 Vaste stoffen
6.3 Maatbekers

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

1 kilo is
A
2 ons
B
4 pond
C
4 ons
D
2 pond

Slide 10 - Quizvraag

0,9 gram =
A
900 gram
B
9 gram
C
9000 gram
D
90 gram

Slide 11 - Quizvraag

0,05 kg
A
500 gram
B
50 gram
C
5 gram
D
0,5 gram

Slide 12 - Quizvraag

20 ons =
A
2 pond
B
200 gram
C
2 kilo
D
20 kilo

Slide 13 - Quizvraag

2 gram =
A
20.000 miligram
B
2000 miligram
C
200 miligram
D
20 miligram

Slide 14 - Quizvraag

80 gram=
A
8000 miligram
B
800 miligram
C
80.000 miligram
D
80 miligram

Slide 15 - Quizvraag

1 kilo=
A
100 gram
B
1000 gram
C
10.000 gram
D
100.000 gram

Slide 16 - Quizvraag

Bij twee supermarkten zijn er aanbiedingen. Supermarkt 1 heeft 250 gram kip voor 2,15 euro en bij Supermarkt 2 kost 100 gram kip 0,75 euro. Welke supermarkt is het goedkoopst?
A
supermarkt A
B
Supermarkt B

Slide 17 - Quizvraag

In een zak chips zit normaal altijd 500 gram. Nu krijg je 40% extra. Hoeveel gram zit er nu in?
A
500 gram
B
700 gram
C
200 gram
D
70 gram

Slide 18 - Quizvraag

Toen Nora werd geboren woog ze 4230 gram. Nu is de wijkverpleegkundige geweest en Nora weegt nu 6960 gram. Hoeveel gram is Nora zwaarder geworden?
A
2730
B
2720
C
2740
D
2750

Slide 19 - Quizvraag