Aan het eind van deze week:
- Ken je de stijlfiguren eufemisme, ironie, understatement en sarcasme.
- weet je wat metonymie en synesthesie zijn;
- ken je de betekenis van een aantal thematische uitdrukkingen;
- kun je verschillende collocaties herkennen en gebruiken.
Eerst: herhaling vorige week!
Open je laptop en start LessonUp op.