3hv C4 Taal: 6. Uitdrukkingen en collocaties

§6 Uitdrukkingen en collocaties
p. 102
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

§6 Uitdrukkingen en collocaties
p. 102

Slide 1 - Tekstslide

Tekst
startopdracht
Herken de beeldspraak
Lees de volgende zinnen en bepaal welke vorm van beeldspraak erin voorkomt. Schrijf erachter of het een vergelijking, synesthesie, personificatie of metonymie is.

De zon streelde mijn gezicht terwijl ik op het strand lag. → __________
Haar stem klonk als fluweel in mijn oren. → __________
Een golf van paniek overspoelde hem. → __________
De schreeuwende kleuren van het schilderij deden pijn aan mijn ogen. → __________
Hij bestelde nog een glas en proostte op de avond. → __________
Schrijf bij elke vorm van beeldspraak de juiste definitie. Kies uit: Vergelijking, 
Synesthesie, Personificatie en Metonymie

Een stijlfiguur waarbij zintuigen met elkaar worden vermengd, zoals geluid dat wordt gekoppeld aan een kleur. → __________
Een stijlfiguur waarbij een object of begrip menselijke eigenschappen krijgt. → __________
Een stijlfiguur waarbij een object of persoon wordt aangeduid met een woord dat ermee te maken heeft, zoals 'een glas drinken'. → __________
Een stijlfiguur waarbij iets wordt vergeleken met iets anders, vaak met de woorden 'als' of 'zoals'. 
timer
2:00
vwo
havo

Slide 2 - Tekstslide

Tekst
startopdracht
Herken de beeldspraak

De zon streelde mijn gezicht terwijl ik op het strand lag. → Personificatie
Haar stem klonk als fluweel in mijn oren. → Vergelijking
Een golf van paniek overspoelde hem. → Metonymie (metafoor gebaseerd op associatie, paniek wordt als een golf voorgesteld)
De schreeuwende kleuren van het schilderij deden pijn aan mijn ogen. → Synesthesie
Hij bestelde nog een glas en proostte op de avond. → Metonymie (het glas staat symbool voor de drank)
Definities invullen

Een stijlfiguur waarbij zintuigen met elkaar worden vermengd, zoals geluid dat wordt gekoppeld aan een kleur. → Synesthesie
Een stijlfiguur waarbij een object of begrip menselijke eigenschappen krijgt. → Personificatie
Een stijlfiguur waarbij een object of persoon wordt aangeduid met een woord dat ermee te maken heeft, zoals 'een glas drinken'. → Metonymie
Een stijlfiguur waarbij iets wordt vergeleken met iets anders, vaak met de woorden 'als' of 'zoals'. → Vergelijking
vwo 
havo

Slide 3 - Tekstslide

In deze les:
  • Startopdracht 
  • Korte uitleg uitdrukkingen en collocaties
  • Opdrachten maken 
  • Gezamenlijk afsluiten

Slide 4 - Tekstslide

Leerdoelen:
  • Je kent de betekenis van een aantal thematische uitdrukkingen
  • Je kunt uitdrukkingen en collocaties herkennen en goed gebruiken.



vwo
Je kent de betekenis van de uitdrukkingen uit de Griekse mythologie.
Taalactiviteit

Noteer onbekende begrippen in je schrift en zoek de betekenis op.

Slide 5 - Tekstslide

Uitdrukking
Een vaste groep woorden met een figuurlijke betekenis; meestal kun je de vorm aanpassen.

Slide 6 - Tekstslide

Thematische uitdrukkingen
Een aantal uitdrukkingen over één onderwerp.
Zo sterk als een beer.
Als een olifant door de porseleinkast gaan
Zo sluw als een vos.
Als een kip zonder kop.
Zo snel als een haas.
Een bezige bij zijn

Slide 7 - Tekstslide

Collocaties
(min of meer) vaste combinaties van woorden, zoals een beslissing nemen en willens en wetens.
een zelfstandig naamwoord met een vast werkwoord: een besluit nemen;
uitdrukkingen met een werkwoord: het onderspit delven; de plank misslaan;
uitdrukkingen zonder werkwoord: het volle pond; een gelopen race;
uitdrukkingen met een woordpaar: op stel en sprong; wis en waarachtig;
uitdrukkingen met een woordpaar en een vast werkwoord: paal en perk stellen (aan); van toeten noch blazen weten; kant noch wal raken.

Slide 8 - Tekstslide

Uitdrukkingen uit de Griekse mythologie

Slide 9 - Tekstslide

Tekst
(t)huiswerk
Opdracht 1t/m 3

Klaar? Heb je nog een leesboek?
Opdracht 1 t/m 3 

Klaar? Heb je nog een leesboek?
havo
vwo

Slide 10 - Tekstslide

Tekst
Heb je je leerdoelen behaald?
Je kent de betekenis van een aantal thematische uitdrukkingen
Je kunt uitdrukkingen en collocaties herkennen en goed gebruiken.
vwo
Je kent de betekenis van de uitdrukkingen uit de Griekse mythologie..
Taalactiviteit

Heb je nog nieuwe woorden genoteerd?

Slide 11 - Tekstslide