Les 7.3.2 Ontleedbare stoffen: enkelvoudige ionen

Les 7.3.2 Ontleedbare stoffen: enkelvoudige ionen
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 21 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Les 7.3.2 Ontleedbare stoffen: enkelvoudige ionen

Slide 1 - Tekstslide

Planning
  • Korte herhaling 7.3 Ontleedbare stoffen: enkelvoudige ionen
  • Nieuwe uitleg 7.3 Ontleedbare stoffen: enkelvoudige ionen
  • Opdrachten maken + extra oefenopgaven
  • Opdrachten nakijken

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen 7.3
  • 7.3.1 Je kunt de ontleedbare stoffen (verbindingen) onderverdelen in moleculaire verbindingen en ionaire verbindingen (zouten).
  • 7.3.2 Je kunt uitleggen hoe positieve en negatieve ionen ontstaan.
  • 7.3.3 Je kunt de namen en notaties van een aantal veelvoorkomende enkelvoudige ionen geven.
  • 7.3.4 Je kunt aangeven of metaalionen en niet-metaalionen positief of negatief geladen zijn.
  • 7.3.5 Je kunt benoemen dat ionaire verbindingen (zouten) verbindingen zijn tussen positieve ionen en negatieve ionen.
  • 7.3.6 Je kunt de verhoudingsformule van zouten met enkelvoudige ionen opstellen.

Slide 3 - Tekstslide

Moleculen
ionaire verbindingen
Moleculaire verbindingen
Elementen / 
niet-ontleedbare stoffen
Verbindingen / ontleedbare stoffen

Slide 4 - Tekstslide

enkelvoudige negatieve ionen
Naamgeving positief ion: je zet het woord -ion’ achter de naam van het bijbehorende atoom.
  • VB. uit een natriumatoom ontstaat een natrium-ion, Na+
  • VB. uit een zinkatoom ontstaat een zink-ion, Zn2+

Naamgeving negatief ion
: achter het eerste deel van de Nederlandse/Latijnse naam van het element zet je de uitgang ‘-ide’, gevolgd door het woord ‘ion’.
  • VB. uit een chlooratoom ontstaat een chloride-ion, Cl-
  • VB. uit een zuurstofatoom ontstaat een oxide-ion, O2-


Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

ionaire verbinding
  • Zouten zijn ionaire verbindingen.
  • Ionbinding: in zouten trekken positieve en negatieve ionen elkaar aan.
  • Ionbinding is zeer sterk
  • Alle zouten zijn bij kamertemperatuur vast.
  • Zout: een stof die uit ionen is opgebouwd.

Slide 8 - Tekstslide

Nu naar nieuwe stof!

Slide 9 - Tekstslide

Voorbeeld: keukenzout
  • In natriumchloride (keukenzout) zitten Na+-ionen en Cl--ionen.
  • Voor alle zouten geldt dat de totale positieve lading gelijk is aan de totale negatieve lading.
  • Na+-ionen en de Cl-- ionen verhouden zich 1:1. Dus formule is NaCl.

Slide 10 - Tekstslide

Opstellen formule van een zout (verhoudingsformules)
Stappenplan opstellen zoutformule
  1. Noteer de naam van het zout.
  2. Noteer de ionen die zich in het zout bevinden.
  3. Bepaal hoeveel je van elk ion nodig hebt, om net zoveel positief als negatieve lading te krijgen.
  4. Schrijf de formule op: gebruik indexgetallen als je een ion 2 of meer keer gebruikt. (index moeten zo laag mogelijke en hele getallen zijn).

Slide 11 - Tekstslide

Samen oefenen
Kaliumbromide
  • K+ en Br
  • 1x en 1x (beide lading 1)
  • KBr
Calciumsulfide
  • Ca2+ en S2-
  • 1x en 1x (beide lading 2)
  • CaS

Slide 12 - Tekstslide

Samen oefenen (2)
Natriumoxide
  • Na+ en O2-
  • 2x en 1x (worden beide lading 2)
  • Na2O
Aluminiumoxide
  •  Al3+ en O2-
  • 2x en 3x (worden beide lading 6)
  • Al2O3


Slide 13 - Tekstslide

Aan de slag!
  • Maken oefenblad (antwoorden op de achterkant!)
  • Klaar? laat mij even weten dat je klaar bent
  • Daarna: maken 9 t/m 12 (vanaf blz 35)

Slide 14 - Tekstslide

9a
  • zilverbromide
  • Ag+ en Br-
  • 1x            1x
  • AgBr

Slide 15 - Tekstslide

9b
  • Aluminiumbromide
  • Al3+ en Br-
  • 1x            3x
  • AlBr3

Slide 16 - Tekstslide

9c
  • calciumchloride
  • Ca2+ en Cl-
  • 1x            2x
  • CaCl2

Slide 17 - Tekstslide

9d
  • kaliumsulfide
  • Ken S2-
  • 2x        1x
  • K2S

Slide 18 - Tekstslide

10
  • C

Slide 19 - Tekstslide

11
  • MnO2

Slide 20 - Tekstslide

12
  • A

Slide 21 - Tekstslide