N2_thema Wonen taak 2

N2 thema Wonen taak 2
In deze taak ga je:
  • rekenen met bedragen en procenten om inzicht te krijgen in geldzaken;
  • uitrekenen hoeveel korting je krijgt;
  • informatie selecteren om een vraag te beantwoorden.
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

N2 thema Wonen taak 2
In deze taak ga je:
  • rekenen met bedragen en procenten om inzicht te krijgen in geldzaken;
  • uitrekenen hoeveel korting je krijgt;
  • informatie selecteren om een vraag te beantwoorden.

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Breuken en procenten
Hier zijn 25 hokjes gekleurd.
25 van de honderd,
dus 25/100 of 25%.
Je ziet dat het gekleurde stukje
4 keer in het hele vierkant gaat.
Het is dus 1/4.

25% = 25/100 = 1/4

Slide 3 - Tekstslide

Breuken en procenten
Er zijn 28 vakjes rood.
28 vakjes van de 100 vakjes.
DUS: 28/100ste

DUS: 28%


Slide 4 - Tekstslide


Welke breuk zie je hier?
A
1/1
B
4
C
2/4
D
1/4

Slide 5 - Quizvraag


Welke breuk zie je hier?
A
1/5
B
3/5
C
3/6
D
3/4

Slide 6 - Quizvraag


3 / 10 betekent ...
A
10 van de 3
B
3 + 10
C
3 van de 10
D
3 x 10

Slide 7 - Quizvraag


Welk deel is gekleurd?
A
1/3
B
1/2
C
2/3
D
3/6

Slide 8 - Quizvraag


1/5 = .... %

Slide 9 - Open vraag


1/4 = .... %

Slide 10 - Open vraag


3/4 = .... %

Slide 11 - Open vraag

60%
1/4
1/5
6/10
3/4
4/5
80%
25%
20%
75 %

Slide 12 - Sleepvraag

25%
75%
3/4
1/2
50%
1/4
Driekwart
Kwart
Helft

Slide 13 - Sleepvraag

Slide 14 - Video

Een percentage berekenen
 Een jas van € 59,00 krijgt 35% korting

€ 59,00 = 100% 
 1 % is € 59,00 : 100 = € 0,59 
35% is € 0,59 x 35 = € 20,65 korting
65% is € 0,59 x 65 = € 38,35 nieuwe prijs

Slide 15 - Tekstslide

Met de verhoudingstabel
%
100
1
35
59,00
0,59
20,65
: 100             x 35
: 100            x 35

Slide 16 - Tekstslide

Een fiets kost normaal € 630,00.
Je krijgt 30% korting.
Hoeveel kost de fiets nu?
A
€ 189,00
B
€ 420,00
C
€ 210,00
D
€ 441,00

Slide 17 - Quizvraag

Met de verhoudingstabel
%
100
1
30
630,00
6,30
189,00
: 100             x 30
: 100            x 30
Snelle berekening:  630,00 : 100 x 30 = 189,00 (KORTING)

Slide 18 - Tekstslide

Hoeveel is 38% van 75?

Slide 19 - Open vraag

Oefenen
met
examenopgaven

Slide 20 - Tekstslide

Josien maakt voor 9 personen deze ovenschotel.
Hoeveel gram macaroni heeft ze hiervoor nodig?
Josien maakt voor 9 personen deze ovenschotel. Hoeveel gram macaroni heeft ze hiervoor nodig?

Slide 21 - Open vraag

Uitleg
150 gram macaroni voor 2 personen is 150 : 2 = 75 gram macaroni per persoon.
9 personen x 75 gram macaroni = 675 gram macaroni in totaal.


gram
150
75
675
personen
2
1
9

Slide 22 - Tekstslide

Josien maakt voor 9 personen deze ovenschotel.
Hoeveel gram macaroni heeft ze hiervoor nodig?
Hoeveel moet je betalen?

Slide 23 - Open vraag

Uitleg
€ 3,77 + € 3,99 + € 3,67 + € 3,99 = € 15,42
Je krijgt 50% korting, dus je betaalt de helft.
€ 15,42 : 2 = € 7,71


Slide 24 - Tekstslide

Josien maakt voor 9 personen deze ovenschotel.
Hoeveel gram macaroni heeft ze hiervoor nodig?
Je woont bij je ouders. Voor het gehele gezin zijn de vaste lasten € 1107, 00 per maand. Jij betaalt een derde daarvan. Je eigen inkomen is € 741, 00 per maand. Hoeveel geld heb je dan per maand over?

Slide 25 - Open vraag

Uitleg
Jij betaalt het 1/3 deel, dat is € 1107,00 : 3 = € 369,00
Wat je van je inkomen overhoudt is
€ 741,00 - € 369,00 = € 372,00


Slide 26 - Tekstslide

Hoeveel procent is het
ledental van BNN in 2014
gegroeid ten opzichte van 2009?
Rond af op één decimaal.

Slide 27 - Open vraag

Uitleg
Aantal leden BNN in 2009 is 303.306 en in 2014 is dat 337.554.
303.306 is 100%, 1% is 303.306 : 100 = 3.033,36
Aantal leden meer in 2014 is 337.554 - 303.306 = 34.248
Hoe vaak past de 1% in 34.248? 34.248 : 3.033,36 = 11,29045019
Afgerond op  één decimaal is 11,3%.

%
100
1
11,3
aantal leden
303.306
3.033,06
34.248

Slide 28 - Tekstslide


         Kapsalon Felix en Sofie bestaat 10 jaar. Daarom kregen de klanten afgelopen week een cadeau. Er zijn 240 klanten geweest. Hiervan kozen
96 klanten voor een potje haargel. De rest koos voor een flesje shampoo.
Hoeveel procent van de klanten koos voor een flesje shampoo?

Slide 29 - Open vraag

Uitleg
240 klanten is 100%, 1% is 240 : 100 = 2,4

240 - 96 = 144 klanten kregen een flesje shampoo.
144 : 2,4 = 60
60% van de klanten kreeg een flesje shampoo.
%
100
1
60
aantal klanten
240
2,4
144

Slide 30 - Tekstslide

Hoeveel betaal je per
maand voor deze verzekering bij twee
schadevrije jaren?

Slide 31 - Open vraag

Uitleg
Bij 2 schadevrije jaren betaal je dus 100% - 65% korting = 35% van de prijs. 
€ 80,00 is 100%, 1% is € 80,00 : 100 = € 0,80
35 x € 0,80 = € 28,00
%
100
1
35
80,00
0,80
28,00

Slide 32 - Tekstslide

Je geeft € 6,80 fooi.
Hoeveel procent fooi is dat?
Rond af op één decimaal.

Slide 33 - Open vraag

Uitleg
De rekening bedraagt € 83,20.
Dat is 100%. 1% is € 83,20 : 100 = € 0, 832
€ 6, 80 : € 0, 832 = 8,17307
Afgerond op één decimaal wordt dat 8,2.
%
100
1
8,17307
83,20
0,832
6,80

Slide 34 - Tekstslide

Een zak met open
haardhout kostte
eerst € 75,00.
Nu kost zo'n zak € 100,00.
Dat is dus een stijging van 25%.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 35 - Quizvraag

Uitleg
€ 75,00 is de 100%, 1% is € 75,00 : 100 = € 0,75.
Als de stijging 25% is dan moet de zak gaan kosten:
€ 75,00 + (25 x € 0,75) = € 75,00 + € 18,75 = € 93,75
De stellig is dus niet waar.

Slide 36 - Tekstslide

Hoeveel procent van
kinderen gaat op de
fiets naar school

Slide 37 - Open vraag

Uitleg
Totaal aantal kinderen dat naar school komt:
140 (lopen) + 160 (fietsen) +  80 (auto) + 20 (overig) = 400
400 kinderen is 100%, 1% is 400 : 100 = 4
160 : 4 = 40
40% van de kinderen gaat met de fiets naar school.

Slide 38 - Tekstslide

Bij welke reclame is
de korting in procenten het grootst?
A
B
C

Slide 39 - Quizvraag

Uitleg
4 Halen en 3 betalen, dan betaal je voor één worstenbroodje 3 : 4 = 0,75 van de normale prijs. 0,75 is 75%, dus de korting bedraagt 25%.
5 Halen en 4 betalen, dan betaal je voor één worstenbroodje 4 : 5 = 0,80 van de normale prijs. 0,80 is 80%, dus de korting bedraagt 20%.
6 Halen en 5 betalen, dan betaal je voor één worstenbroodje 5 : 6 = 0,83 van de normale prijs. 0,83 is 83%, dus de korting bedraagt 17%.

Bij antwoord A krijg je de meeste korting in procenten.

Slide 40 - Tekstslide

Hoeveel procent
korting krijg je?
Rond af op hele procenten.

Slide 41 - Open vraag

Uitleg
€ 2,38 is 100%, 1% is € 2,38 : 100 = € 0,0238
€ 2,38 - € 1,79  = € 0,59
€ 0,59 : € 0,0238 = 24,78991596638655
Afgerond op hele procenten wordt dat dus 25% korting.

Slide 42 - Tekstslide