H7.5 Oppervlakte en vergroten

Welkom
Paragraaf 7.5 Oppervlakte en vergroten

Leg voor je open:  blz 81  

1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 3

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom
Paragraaf 7.5 Oppervlakte en vergroten

Leg voor je open:  blz 81  

Slide 1 - Tekstslide


grondvlakcirkel=π62
Bereken de inhoud:
 h = 14 en diameter is 12
grondvlakcirkel=π62

Slide 2 - Open vraag

Inhoud van de piramide

Slide 3 - Open vraag

Lesdoelen
  • Je leert wat het beeld is en het origineel. 
  • Je leert de vergrotingsfactor uit te rekenen bij platte figuren.

Slide 4 - Tekstslide

Uitleg theorie

Slide 5 - Tekstslide

4

Slide 6 - Video

00:36
Als je een lengte hebt van 2 cm en je gaat deze 5 keer vergroten. Wat wordt dan de nieuwe lengte?
A
2,5
B
7
C
10
D
geen van allen

Slide 7 - Quizvraag

01:06
Wat is de eigenschap van een vierkant
A
Alle zijden zijn even lang
B
Alle hoeken zijn even groot
C
Alle zijden zijn even lang en alle hoeken zijn 90 graden
D
Geen van allen

Slide 8 - Quizvraag

01:34
Dus hoe vaak kan het kleine vierkant in het grote vierkant
A
2 keer
B
3 keer
C
6 keer
D
9 keer

Slide 9 - Quizvraag

02:33
Hoe vaak kan de kleine kubus in de grote kubus geplaatst worden.
A
6 keer
B
9 keer
C
27 keer
D
108 keer

Slide 10 - Quizvraag

Slide 11 - Video

Oppervlakte bij vergroten
  • Teken in je schrift een rechthoek ABCD van 1 bij 2 cm. 
  • Teken een rechthoek EFGH waarvan de zijden 2x zo lang zijn als die van rechthoek ABCD
  • Hoe vaak past rechthoek ABCD in rechthoek EFGH
  • Hoe vaak is de oppervlakte vergroot?

Slide 12 - Tekstslide

Theorie
Wat is de vergrotingsfactor?


Wat is de oppervlakte van het origineel?


Wat is de oppervlakte van het beeld?


Oppervlakte beeld = vergrotingsfactor 2 x oppervlakte origineel

Slide 13 - Tekstslide

Je kan het!
Enkele oefeningen...

Slide 14 - Tekstslide

Als de vergrotingsfactor 2 is, dan...
A
is het beeld net zo groot als het origineel
B
zijn de afmetingen van beeld 2x zo groot als die van origineel
C
zijn de afmetingen van beeld de helft van het origineel
D
weet je niet hoe groot de afmetingen van je beeld worden

Slide 15 - Quizvraag

Als de vergrotingsfactor 0,5 is, dan...
A
is het beeld net zo groot als het origineel
B
zijn de afmetingen van beeld 2x zo groot als die van het origineel
C
zijn de afmetingen van beeld de helft van het origineel
D
weet je niet hoe groot de afmetingen van je beeld worden

Slide 16 - Quizvraag

Wat valt je op als je de vergrotingsfactor van de zijde vergelijkt met de vergrotingsfactor van de oppervlakte?
A
vergrotingsfactor oppervlakte is dubbele van vergrotingsfactor zijde
B
vergrotingsfactor oppervlakte is hetzelfde als vergrotingsfactor zijde
C
vergrotingsfactor oppervlakte is kwadraat van vergrotingsfactor zijde
D
er valt niks op

Slide 17 - Quizvraag

Een pasfoto heeft een oppervlakte van 6 cm2. De pasfoto wordt vergroot met vergrotingsfactor 5. Wat wordt de nieuwe oppervlakte?
A
30 cm2
B
180 cm2
C
60 cm2
D
150 cm2

Slide 18 - Quizvraag

Wat is de vergrotingsfactor?
A
vergrotingsfactor: 4,5 x 45 = 202,5
B
vergrotingsfactor: 4,5 : 45 = 0,1
C
vergrotingsfactor: 45 : 4,5 =10
D
Er is te weinig informatie.

Slide 19 - Quizvraag

Je kan het!
sommen  uit je boek...
53, 54 , 55, 58, 59 en 60 en 61

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Formule vergrotingsfactor opp
opp. beeld =  
vergrotingsfact.2opp.origineel

Slide 22 - Tekstslide

som 53 Boek
de opp tv klein = 2840 cm2
de lengte tv klein 81,5 cm
de opp. tv groot = ?????
de lengte tv groot =  116 cm


:



    

28401,422=5727cm2
1,422
vergrotingsfactor oppervlakte
vergrotingsfactor lengte
81,5116=1,42
oppervlakte TV groot =

Slide 23 - Tekstslide

som 54 Boek
Elin: diagonaal  4 inches
Vriendin : diagonaal 5,2 inches
Hoeveel keer groter is Noa's smartphone?


1,32=1,69
vergrotingsfactor lengte
vergrotingsfactor oppervlakte
5,2 : 4 = 1,3

Slide 24 - Tekstslide

som 55 Boek
Opp. klein =  15 cm2
lengte = 20 cm
opp. groot
lengte 69
Hoeveel keer groter: 
60 : 20 = 3 x
 
vergrotingsfactor lengte
vergrotingsfactor oppervlakte
3220=920=180cm2
oppervlakte groot 
32=9

Slide 25 - Tekstslide

som 58 Boek

Wat is de vergrotingsfactor opp.

 



1  : 2000
vergrotingsfactor van de opp: 
oppervlakte origineel
X=35140.000.000=2000
op schaal gemaakt?
X2=35140.000.000
Opp. tekening = 35 cm2
Opp. echt=4 ha =1,4 hm2 x100 x100 x100 x100 = 140.000.000 cm2

Slide 26 - Tekstslide

som 59 Boek
Schaal tekening? 

 


  1  : 25
Afmeting echte schuur?
22 cm x 25 = 550 cm : 10 : 10 = 5,5 m
17 cm x 25 = 425 cm : 10 : 10 = 4,25 m


vergrotingsfactor van de opp: 
X=374233.570=24,99=25
op schaal gemaakt?
X2=374233.570
Schuur:
Opp. tekening= 22 cm x 17 cm = 374 cm2
Opp. schuur = 23,375 m2 = 
x 100 x 100 =    233.570 cm2
lengte schuur
breedte schuur

Slide 27 - Tekstslide

som 60 Boek
Bereken lengte model? 

 


  1  : 50
Afmeting schaalmodel?
72,7 m
72,7 m: 50 =  1,45 m


vergrotingsfactor van de opp: 
X=0,338m2845m2=50
lengte echt : 72,7 m
Opp. vleugel model=  0,338 m2
Opp. vleugel echt    = 845 m2  

lengte vleugel echt
lengte vleugel model?
X2=0,338m2845m2

Slide 28 - Tekstslide

som 61 Boek
Bereken lengte  papier A1? 

 


  1 (A4 papier)  : 4 (A1 papier)
Afmetingen A1 papier?
29,7 cm x 2,83 =  84      cm 
21 cm     x 2,83 =   59,5  cm


vergrotingsfactor van de opp: 
X=0,0625m20,5m2=2,828..=2,83

Opp.papier A4 = 29,7 x 21 cm = 0,0625 m2
Opp.papier A1= 0,5 m2

lengte A1 papier?
breedte A1 papier?
X2=0,0623m20,50m2

Slide 29 - Tekstslide

Tot ziens iedereen

Slide 30 - Tekstslide