overzichtje t2 18 demceber: bijvoeglijk naamwoord en meervoud

overzichtje t2
Van wat we de afgelopen tijd gedaan hebben
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

overzichtje t2
Van wat we de afgelopen tijd gedaan hebben

Slide 1 - Tekstslide

Welke onderwerpen hebben wij behandeld de afgelopen weken?
A
meervoud, bijvoeglijk naamwoord en hoofdletters
B
meervoud, bijvoeglijk naamwoord, en leestekens,
C
meervoud, bijvoeglijk naamwoord, koppelteken
D
meervoud, leestekens, koppelstreepje

Slide 2 - Quizvraag

We beginnen met meervoud

Slide 3 - Tekstslide

sommige woorden hebben twee meervouden. Hoe komt dit?
A
dit zijn leenwoorden uit het Grieks
B
dit zijn leenwoorden uit het Latijn
C
dit zijn leenwoorden uit het Engels
D
dit zijn leenwoorden uit het Duits

Slide 4 - Quizvraag

Leenwoorden uit het Latijn.
Sommige woorden hebben een 'oude' meervoudsvorm, uit het Latijn nog, en een 'nieuwe' Nederlandse vorm.

Slide 5 - Tekstslide

Welke twee uitgangen heeft datum? Schrijf eerst de Latijnse vorm op. Scheid de woorden met een komma en spatie.

Slide 6 - Open vraag

Hoe zit dit met het meervoud van afkortingen? Hoe schrijf je het meervoud van cd?

Slide 7 - Open vraag

Inderdaad.
Het meervoud van afkortingen duid je aan door een ' 
(apostrof)

Slide 8 - Tekstslide

de trema

Wanneer krijg je een extra e met een trema bij een meervoud??
Dus zeeën

Slide 9 - Tekstslide


A
Als de klemtoon op de (i)e zit: strategie
B
Als de klemtoon op een andere lettergreep ligt: bacterie

Slide 10 - Quizvraag

Schrijf van de volgende woorden het meervoud: kopie, melodie, porie

Slide 11 - Open vraag

Wat is het verschil in meervoud tussen perzik en blik?
A
er is geen verschil
B
perzikken en bliken
C
perziken en blikken

Slide 12 - Quizvraag

Hoe komt het dat er een verschil is in het de spelling van het meervoud van perzik en blik?

Slide 13 - Open vraag

Bijvoeglijk naamwoord
Welke twee vormen bijvoeglijk naamwoord?
Wat is een stoffelijk  bijvoeglijk naamwoord?
Welke trappen van vergelijking bestaan er?

Slide 14 - Tekstslide

Welke vormen van het bijvoeglijk naamwoord zijn er?
A
de veranderende en onveranderende vorm
B
de harde en zachte vorm
C
de verbogen en onverbogen vorm

Slide 15 - Quizvraag

Schrijf eerst de verbogen en dan onverbogen vorm van leuk. Scheid je woorden door een komma en een spatie.

Slide 16 - Open vraag

Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord geeft aan....

Slide 17 - Open vraag

Hoe zit het met.... hout en plastic
A
het houten huis, de plasticen pop
B
het hout huis, de plasticen pop
C
het houten huis, de plastic pop
D
het hout huis, de plastic pop

Slide 18 - Quizvraag

Groot, grot+ er, groot + st
De trappen van vergelijking. Er zijn ook onregelmatige trappen van vergelijking. 
Zoals goed, beter, best

Slide 19 - Tekstslide

Schrijf de onregelmatige trappen van het woord graag. Weer met een komma en en spatie ertussen.

Slide 20 - Open vraag

Laatste: het koppeteken

Slide 21 - Tekstslide

Typ het koppelteken

Slide 22 - Open vraag

Er zijn verschillende situaties waarin we het koppelteken gebruiken. Dit oefenen we na de vakantie verder.

Slide 23 - Tekstslide