Examentraining B

Examentraining B
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 47 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Examentraining B

Slide 1 - Tekstslide

Lesopbouw

 herhaling theorie
 toets inzien

Slide 2 - Tekstslide

Persoonlijke financiën

Slide 3 - Tekstslide

Verzekeren
  • Bij een verzekering verplicht de verzekeraar zich om tegen ontvangst van een premie de verzekerde schadeloos te stellen wegens een verlies, schade, of gemis van verwacht voordeel door een onzeker voorval.

  • Polis: is een verzekeringsovereenkomst. Alle informatie, rechten en plichten m.b.t. de verzekering zijn hierin opgenomen.

  • Verzekerde som: maximumbedrag dat de verzekeraar uitkeert. 

Slide 4 - Tekstslide

Schadeverzekering
  • Een schadeverzekering zorgt ervoor dat je verzekerd ben tegen de financiële gevolgen van schade

  • Brandverzekering
  • Reis verzekering
  • Motorvoertuigenverzekering

Slide 5 - Tekstslide

Levensverzekering
- Een levensverzekering zorgt ervoor dat je verzekerd ben tegen het  financiële risico als gevolg van overlijden of (lang) leven


Slide 6 - Tekstslide

Sparen
'gewoon' sparen is geld dat je op je bankrekening zet. 
Deze vorm van sparen is niet risicovol

Depositogarantiestelsel

Hoogte interest afhankelijk van: looptijd dat je je spaargeld vast zeg; hoogte van het spaarbedrag; ontwikkelingen op financiële markt

Slide 7 - Tekstslide

Lenen
Je betaalt interest en lost je lening af in termijnen

Waarom interest:
  • vergoeding van de tijd
  • afdekken risico
  • vergoeding administratiekosten

Slide 8 - Tekstslide

Soorten Consumptief krediet








6. Private Lease

Slide 9 - Tekstslide

Lineaire hypotheek          Annuïtaire hypotheek

Slide 10 - Tekstslide

Kopen 
of 
huren

Slide 11 - Tekstslide


Enkelvoudige interest


(vaak) bij leningen
rente over beginkapitaal


Samengestelde intrest


Alleen bij sparen mogelijk!
Rente over rente

Slide 12 - Tekstslide

Enkelvoudige interest
K = kapitaal
i = percentage rente ( rekengetal )
t = looptijd

Formule: Interest = K x i x t
let op: i en t zijn, als er niets genoemd staat, in jaren
10.000 x 0,06 x 3 = 1800 euro interest

Slide 13 - Tekstslide

Samengestelde interest/Eindwaarde
jaar 1: 10.000 x 1,06 = 10.600
jaar 2: 10.600 x 1,06 = 11.236
jaar 3: 11.236 x 1,06 = 11.910,16

E = K x (1+i)^n
Eindbedrag = 10.000 x ( 1,06 )^3 = 11.910,16
Interest 11.910,16-10.000= 1910,16



Slide 14 - Tekstslide

Contante waarde

Je wilt over 15 jaar 100.00 hebben, hoeveel moet je dan nu op je rekening zetten als je 2,4% samengestelde rente krijgt?
E = 100.000
i = 0,024
n = 15
100.000 x (1 + 0,024)-15 = €70.064,92

Slide 15 - Tekstslide

Rente 
Rente = reeks van gelijke bedragen die met gelijke tussenruimten worden betaald of ontvangen

gelijke bedragen = termijnen
betaal/ontvang datum = vervaldatum
de tijd tussen twee vervaldata = periode
Andere betekenis als Interest!!!!

Slide 16 - Tekstslide

Eindwaarde van een rente
E = eindwaarde
 
a = eerste term van de meetkundige rij (ofwel rente/termijn)

r = de reden (1 + i)

n = aantal termijnen (aantal stortingen)

Slide 17 - Tekstslide

Contante waarde van een rente
  • Bij de contante waarde van een rente berekenen andersom rekenen dan bij de eindwaarde van een rente
  • Berekenen van een contante waarde van een reeks bedragen
  • We brengen de termijnen naar links op de tijdslijn  terugrekenen naar het verleden

Slide 18 - Tekstslide

Contante waarde van een rente
C= eindwaarde

a = eerste term van de meetkundige rij (ofwel rente/termijn)
r = de reden (1 + i)
n = aantal termijnen (aantal stortingen)


Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Schenken = een overeenkomst waarbij een schenker ten koste van zijn/haar eigen vermogen de ontvanger (begunstigde) verrijkt zonder tegenprestatie

 Kenmerken schenking:
- overeenkomst (en de schenking is aangenomen)
- om niet (geen tegenprestatie)
- verarming schenker en verrijking begiftigde
- bevoordelingsbedoeling (vrijgevigheid)
Schenking

Slide 21 - Tekstslide

ANBI
Algemeen nut beogende instelling 
- "Goede doelen"
- meestal een stichting

Schenking vrijgesteld van schenkbelasting
+ (deels) aftrekbaar voor de inkomstenbelasting van de schenker 
SBBI
Sociaal belang behartigende instelling 
- Voor een specifieke (beperkte) groep mensen
- meestal een vereniging 

Schenking vrijgesteld van schenkbelasting 

Slide 22 - Tekstslide

Belangrijke begrippen Erven
Nalatenschap (erfenis): Alle bezittingen en schulden op de dag van overlijden van de erflater (overleden persoon)
Erflater: De overledene
Erfopvolging bij versterf: zonder testament
Erfopvolging bij uiterste wil: met testament
Versterfrecht: de wetgeving die van toepassing is als er geen testament is




Slide 23 - Tekstslide

 - bij vererving erven alleen echtgenoot/kinderen (1e groep)
   --> het gaat om juridische kinderen van de overledene
 - geen echtgenoot/kinderen? --> ouders, broers en zussen (2e groep) erven
 - geen ouders, broers en zussen? --> grootouders (3e groep) erven
 - geen grootouders? -->  overgrootouders (4e groep) erven

    --> binnen een groep heeft iedere persoon recht op een gelijk deel van de
          nalatenschap
Versterferfrecht = het erfrecht dat geldt als de erflater geen testament heeft
 --> er bestaat een volgorde van groepen erfgenamen binnen 
       het versterfrecht

Slide 24 - Tekstslide

Onterven = het door de erflater bepalen dat iemand geen erfgenaam en dus geen
 rechtsopvolger meer is van de overledenen
 --> als een kind wordt onterfd, kan h/zij de legitieme portie opeisen (in geld en < 5jr) 


Legitieme portie = het deel van de erfenis waarop de legitimaris (het kind) altijd
 recht heeft
 --> vaak is de legitieme portie de helft van het erfdeel of de legitieme massa
       volgens het versterferfrecht

Wilsrechten = kinderen kunnen hun vordering beschermen bij een nieuw
 huwelijk van de langstlevende ouder


Nog een paar begrippen:

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Belasting

Slide 27 - Tekstslide

Van eenmanszaak naar rechtspersoon

Slide 28 - Tekstslide

Rechtsvormen 

Slide 29 - Tekstslide

Eenmanszaak/ VOF

Slide 30 - Tekstslide

Besloten Vennootschap

Slide 31 - Tekstslide

Naamloze vennootschap

Slide 32 - Tekstslide

Drie belangrijke organen BV / NV
Raad van commissarissen houdt toezicht
Bij de BV wordt de Raad van Bestuur ook wel directie genoemd.

Slide 33 - Tekstslide

Vereniging 

Slide 34 - Tekstslide

Stichting 

Slide 35 - Tekstslide

Bevoegdheden OR
Adviesrecht: de werkgever geeft de OR de gelegenheid om advies te geven over voorgenomen besluiten. Beslissing blijft bij de werkgever.
Instemmingsrecht: wanneer OR voorgenomen besluit afwijst, dan mag werkgever het niet uitvoeren.
Informatierecht: de werkgever is verplicht alle informatie te verstrekken die de OR nodig heeft om zijn taken goed te kunnen vervullen.
Initiatiefrecht: De OR mag zelf met voorstellen komen over alle sociale, organisatorische en financiële zaken van de onderneming.

Slide 36 - Tekstslide

Maatschappelijke behoeften
Organisaties voldoen aan maatschappelijke behoeften door het leveren van producten, het bieden van werkgelegenheid, werken aan innovatie, leveren van een inkomen en leveren van belastingopbrengsten.

Slide 37 - Tekstslide

Absolute omvang
Groottecriteria




Minimaal 2 van de 3 criteria

Slide 38 - Tekstslide

Relatieve omvang = marktaandeel

Slide 39 - Tekstslide

MVO richt zich op een combinatie van:

Slide 40 - Tekstslide

Wat is VERPLICHT wanneer je een onderneming opricht:
  1. Inschrijving bij Kamer van Koophandel (KvK)
  2. Registratie bij de belastingdienst
  3. Vergunningen aanvragen indien nodig

Slide 41 - Tekstslide

3 onderdelen ondernemersplan:
+ swot-analyse

Slide 42 - Tekstslide

Keuzes maken

                                                  Planmatig ( Causation)

Uitgangspunt

                                                    vanuit middelen (Effectuation)

Slide 43 - Tekstslide

10.1 & 10.2
Causation 
Causation: Planmatig & doelgericht werken

  1. Marktsegmentatie : De markt opdelen  -> Geografische-, demografische-, sociaaleconomisch-, Psychologisch- & gedrags - kenmerken
  2. Doelmarkt : Wel & niet interessant
  3. Positionering : Positief imago creëren

10.1

Slide 44 - Tekstslide

 Effectuation
  • principes van effectuation:

  1. bird in the hand principe (start met wie je bent, wat je kunt en wat je hebt)
  2. affordable loss principe (investeer enkel wat je bereid bent te verliezen)
  3. lemonade principe (speel in op ontwikkelingen van de markt)
  4. crazy quilt  principe (samenwerken, netwerkopbouwen)
  5. pilot in the plane principe (je bepaald zelf je toekomst en bent verantwoordelijk voor fouten)
je moet deze principes van elkaar kunnen onderscheiden en kunnen toepassen in een gegeven context

Slide 45 - Tekstslide

Financiering 
  • Inbreng eigen vermogen ondernemer (spaargeld) 
  • Familie
  • Bank 
  • Crowdfunding  

Slide 46 - Tekstslide

Toets inzien

Slide 47 - Tekstslide