oefenen

oefenen
1 / 16
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

oefenen

Slide 1 - Slide

Wat is de betekenis van IV?
A
interveneus
B
intraveneus
C
in verkeer

Slide 2 - Quiz

Wat is de betekenis van: IP
A
in principe
B
intraperitoneaal
C
interperitoneaal

Slide 3 - Quiz

op welke manier kun je 100 varkens antbiotica toedienen?

Slide 4 - Open question

1 tablet bevat 5 mg prednison
dosering: 2 mg/kg. Hoeveel pillen geef je kat van 7,5 kg?

Slide 5 - Open question

Wat is antipyretisch?
A
tegen het braken
B
koortsverlagend
C
tegen pus

Slide 6 - Quiz

In het lichaam komen barrieres voor waar medicijnen niet doorheen kunnen. Noem er 1

Slide 7 - Open question

leg uit wat wordt bedoeld met de 'therapeutische breedte"

Slide 8 - Open question

Wanneer wordt een diergeneesmiddel sneller opgenomen?
A
via inhalatie
B
via subcutane inject

Slide 9 - Quiz

Wanneer wordt een middel sneller opgenomen:
A
tablet oraal
B
zetpil

Slide 10 - Quiz

Welke 2 organen spelen de grootste rol in het uitscheiden van medicijnen?

Slide 11 - Open question


A

Slide 12 - Quiz


A

Slide 13 - Quiz


A

Slide 14 - Quiz


A

Slide 15 - Quiz

Een dier met heel veel pijn, geef je eerder een opiaat
A
fout
B
goed

Slide 16 - Quiz