1. Pleonasme (sneeuw is altijd wit)
2. Tautologie (moe en uitgeput betekenen hetzelfde)
3. Personificatie (de maan kan niet glimlachen)
4. Metafoor (kemphanen = ruziënde supporters)
5. Vergelijking ("als een bewaker" geeft een expliciete vergelijking)
6. Personificatie (de wind kan niet echt snijden)
7. Vergelijking ("zo hoog als een kangoeroe" is een expliciete vergelijking)
8. Metafoor (kinderen vertonen overeenkomst met hun ouders)
9. Tautologie (blij en verheugd betekenen hetzelfde)