3.7 - WOORDSOORTEN - BASIS

1 / 24
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

PTA'S
  • 21 oktober Hoofdstuk 1 en 2 (lezen en woorden)
  • 18 november Artikel “wie ben ik”.
  • 20 januari Zakelijke brief / sollicitatiebrief
  • 10 februari Recensie
  • 11 maart Hoofdstuk 3, 4 & 5 (lezen en woorden)
  • 31 maart Kijk- & Luistertoets
  • 12 mei Herschrijf het einde
  • 10 t/m 20 juni Presentatie stage & LOB

Slide 2 - Slide

PLANNING VANDAAG
5 minuten
STARTEN
10 minuten
LEZEN
5 minuten
UITLEG 
15 minuten
ZELFSTANDIG WERKEN
5 minuten
LEERDOEL BEHAALD?
5 minuten
AFSLUITEN

Slide 3 - Slide

timer
10:00
LEZEN

Slide 4 - Slide

LEERDOEL



Na deze les kan je:
WOORDSOORTEN BENOEMEN

Slide 5 - Slide

Woordsoorten benoemen:


Je geeft elk woord in de zin een naam

Slide 6 - Slide

Welke lidwoorden ken je?

Slide 7 - Open question

Geef een voorbeeld van een zelfstandig naamwoord

Slide 8 - Open question

Zelfstandig naamwoord

1. Een ZN kun je verkleinen: dorp - dorpje

2. Ook steden, namen van landen, straatnamen en rivieren zijn een ZN.

3. Je kunt er een lidwoord voorzetten

Slide 9 - Slide

Welk woord is een ZN?
A
loopt
B
bewonderen
C
Deurningerstraat
D
hij

Slide 10 - Quiz

In welke zin is 'fiets' een ZN?
A
Ik fiets elke dag naar huis.
B
Mijn fiets is gisteren gestolen.

Slide 11 - Quiz

Bedenk een BN bij dit plaatje.

Slide 12 - Slide

Bijvoeglijk naamwoord bij plaatje:

Slide 13 - Open question

Voorzetsels:

Voorzetsels zijn vaak korte woordjes. Je kent ze misschien als:  'kooiwoorden' of 'vakantiewoorden'.


..... de kooi (in, op, onder, achter, naast)

...... het vakantie (voor, na, tijdens)


Maar ook woorden zoals met of naar zijn voorzetsels.

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Ik ben kampioen in judo geworden.
'geworden' is een:

Slide 16 - Open question

Ik heb hem drie euro betaald.
'betaald' is een:

Slide 17 - Open question

Er is mij groot onrecht aangedaan.
'onrecht' is een:

Slide 18 - Open question

Er is mij groot onrecht aangedaan.
'mij' is een:

Slide 19 - Open question

Pieter en ik liepen langs de Rijn.
Noteer de zelfstandige naamwoorden.

Slide 20 - Open question

Aan de slag!
Maak opdracht

Klaar?
Aan de slag met 3.7
Maken
3.7 1 t/m 5
+ test jezelf








timer
10:00
Huiiswerk
3.7 1 t/m 5 
+ test jezelf

Slide 21 - Slide

TEST JEZELF
  • Ga naar Magister -- > elo --> Talent max.
  • Voer klassencode is: 350048
  • In linker balk icoon test jezelf
  • Kies Werkwoordspelling


Slide 22 - Slide

Wat hebben we geleerd?
Kunnen we woordsoorten benoemen?

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide