5V Herh. H8

Herh. H8 
1 / 27
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Herh. H8 

Slide 1 - Slide

Deze les:
- Quiz
- Herh. 8.1 en 8.2
- Aan de slag!

Slide 2 - Slide

Wie maken er organische stoffen uit anorganische stoffen?
A
de consumenten
B
de producenten
C
de reducenten
D
zowel de reducenten als de producenten

Slide 3 - Quiz

Zuurstof, fosfaat, water, koolstofdioxide en nitraat zijn..
A
anorganische stoffen
B
organische stoffen

Slide 4 - Quiz

Welk(e) element(en) bevatten alle organische stoffen?
A
C
B
C en H
C
C, H en O
D
C en O

Slide 5 - Quiz

Sleep de termen naar de juiste beschrijvingen toe:
Deze organismen zetten de organische stoffen in detritus om in anorganische stoffen
Deze organismen assimileren organische stoffen
Deze organismen doen aan voortgezette assimilatie. Ze nemen organische stoffen op uit hun omgeving
producenten
consumenten
reducenten

Slide 6 - Drag question

Sleep ieder tekstblok naar één van de plekken in dezelfde kleur
Autotroof
Heterotroof
Consument
Producent
Energie uit zonlicht
Energie uit andere organismen

Slide 7 - Drag question

Een voedselketen loopt altijd volgens een vaste opbouw: 
  Producenten 
Reducenten
Consumenten 1e orde (herbivoor)
Consumenten 2e orde (carnivoor)

Slide 8 - Drag question

Welke groep hoort bij nummer 1?
A
Reducenten
B
Afvaleters
C
Producenten
D
Consumenten

Slide 9 - Quiz

Welke rol spelen consumenten in een voedselkringloop?
A
Nemen mineralen op en maken organische stoffen
B
Zetten organische stoffen om in andere organische stoffen
C
Breken organische stoffen af tot mineralen
D
Nemen organische stoffen op en maken anorganische stoffen

Slide 10 - Quiz

Leerdoel
Je legt uit hoe energiestromen in een ecosysteem verlopen.

Slide 11 - Slide

Energiestroom
  • Energiestroom = stroom van energie door de verschillende trofische niveaus in een ecosysteem
  • in een voedselweb geven de pijlen de energiestroom aan
  • Groene pijlen = stroom van stoffen
  • Rode pijlen = stroom van energie

Slide 12 - Slide

Productie
Planten leggen door fotosynthese (assimilatie) energie uit zonlicht vast in chemische energie (energierijke organische stof) 
= Bruto primaire productie (BPP)

Planten gebruiken gevormde organische stof voor:
- Eigen brandstof: dissimilatie (D)
- Bouwstof: aanmaak van weefsel voor groei/ontwikkeling 
= Netto primaire productie (NPP)



Slide 13 - Slide

BPP – dissimilatie = NPP
Bruto primaire productie (BPP): De totale hoeveelheid energie die producenten d.m.v fotosynthese (assimilatie) vastleggen in organische stoffen (bijv. glucose).

Netto primaire productie (NPP): De hoeveelheid energie die alle producenten vastleggen in hun organische stoffen minus de energie die ze zelf gebruiken (via dissimilatie) voor levensprocessen. 

Voedselconversie: Het omzetten van organische stoffen van het ene organisme naar het andere

Slide 14 - Slide

Verlies van energie
Bij elke schakel omhoog in de voedselketen gaat er energie verloren gaat. Dit komt door de volgende processen:

- Dissimilatie: Elk trofische niveau gebruikt organische stoffen voor de eigen dissimilatie, deze energie wordt verbruikt. 
- Niet alles wordt gegeten: Niet elk organisme uit een trofisch niveau wordt gegeten door het volgende trofisch niveau (deze gaan dood en naar reducenten
- Niet alles is verteerbaar: Organismen bestaan deels uit onverteerbare delen (deze onverteerbare resten gaan naar reducenten of fossiliseren)
- Organisch afval: Organismen scheiden organisch afval uit, bijv. uitwerpselen, afgevallen bladeren, huid, haar en veren, deze gaan naar de reducenten

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

De processen die zorgen voor verlies van energie worden weergegeven in een energiestroomschema. Van het voedsel dat binnenkomt (I) blijft voor het volgende trofisch niveau slechts de energie vastgelegd in weefsel (P) over. 
BINAS 93A2

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

BINAS 93A2

Slide 20 - Slide

In de afb. is het energiestroomschema van een herbivoor zoogdier weergegeven. Bij een carnivoor is A/I groter, waarom is dat?

Slide 21 - Open question

In de afb. is het energiestroomschema van een herbivoor zoogdier weergegeven. Bij een carnivoor is P/A kleiner, waarom is dat?

Slide 22 - Open question

Vraag 1
Ik heb een jonge kat (3kg), de kat eet/ drinkt elke dag 120 ml water en 100 gram brokken (organische stoffen).
1. Teken het energieschema
2. Hoeveel weegt de kat na een jaar?
Ik maak gebruik van BINAS 93A2 

Slide 23 - Slide

Uitwerking vraag 1
kat (3kg), 100 gram organische stoffen per dag
I (energieopname in de vorm van organische stoffen) = 100 gram

De kat is een gewervelde endotherme carnivoor dus A/I = 80%
Dit betekent dat 80% van het voedsel dat wordt gegeten ook echt wordt opgenomen, in dit geval 80 gram (en dus 20% wordt uitgepoept).

P/A = 2% 
Dit betekent dat 2% van de opgenomen organische stoffen niet nodig is voor verbranding dus kan worden omgezet in groei: 80*0,02=1,6 gram per dag.
1,6 gram * 365 dagen = 584 gram meer dus 3,584 kg.

Slide 24 - Slide

Vraag 2
Ik heb een volwassen kat die niet meer hoeft te groeien. De energiebehoefte is gelijk aan die van de jonge kat.
Hoeveel gram brokken moet ik hem dan elke dag geven?

Maak gebruik van BINAS 93A2 

Slide 25 - Slide

Uitwerking vraag 2
Het gaat om een volwassen kat die niet meer hoeft te groeien. Hoeveel gram brokken moet ik hem dan elke dag geven?

Pn = 0 (geen groei) 
Rn = 78,4 gram (98% energiebehoefte voor verbranding = 80 x 0,98)
A = Rn = 78,4 
A/I = 0,8 (80%) dus I = 98 gram (78,4/0,8)

Slide 26 - Slide

Aan de slag!
- LessonUp Herh. H6 af?
- Doornemen 8.1 en 8.2: Check kennis!
- Afronden PO Waarnemen


Slide 27 - Slide