Th13 Bs2 - De bloedsomloop en bloedvaten

BS 2- De bloedsomloop en bloedvaten
1 / 26
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

BS 2- De bloedsomloop en bloedvaten

Slide 1 - Slide

Wat is de functie van bloedplasma?
A
Vervoer van stoffen in het bloed
B
Binden aan zuurstof
C
Vechten tegen ziekteverwekkers
D
Bevatten van genetisch materiaal

Slide 2 - Quiz

Hemoglobine is een .......
A
Vet
B
Koolhydraat
C
Mineraal
D
Eiwit

Slide 3 - Quiz

Wat is hemoglobine?
A
Dat is een eiwit die zorgt voor de rode kleur bij een rode bloedcel
B
Dat is een eiwit die zorgt voor het stollen van bloed
C
Dat is een eiwit die zorgt voor het vervoeren van O2
D
Dat is een witte bloedcel.

Slide 4 - Quiz

Witte bloedcellen
A
sluiten bacteriën en andere ziekteverwekkers in om ze te doden
B
zorgen voor de opname van zuurstof in het bloed
C
zorgen voor bloedstolling bij een wondje
D
bestaan uit bloedplasma

Slide 5 - Quiz

Wat doen de bloedplaatjes
A
Helpen bij de bloedstolling
B
Zorgen ervoor dat je bloed zuurstof kan vervoeren
C
Vervoeren bepaalde vetten
D
maken ziekteverwekkers kapot

Slide 6 - Quiz

Doelen
  • 13.2.1 Je kunt in de dubbele bloedsomloop van de mens de kleine en de grote bloedsomloop onderscheiden met hun functies.
  • 13.2.2 Je kunt de drie typen bloedvaten noemen met hun kenmerken en functies.
  • 13.2.3 Je kunt in het bloedvatenstelsel van de mens slagaders en aders benoemen en je kunt de samenstelling van het bloed daarin aangeven.

Slide 7 - Slide

Bloedvatenstelsel
alle bloedvaten samen = 
2,5 keer omtrek aarde

Slide 8 - Slide

Dubbele bloedsomloop


Kleine- en grote bloedsomloop


In 1 omloop komt het bloed 2x door het hart.

Holle aders - HART - longen - HART - aorta 

Slide 9 - Slide

Kleine bloedsomloop


Hart  -> longen -> hart


Functie:

- afgeven koolstofdioxide aan longen 

- opnemen van zuurstof uit longen 

Slide 10 - Slide

Grote bloedsomloop


Hart  -> alle organen -> hart


Functie:

- Zuurstof en voedingsstoffen afgeven aan alle organen 

- Koolstofdioxide en afvalstoffen afvoeren.


Slide 11 - Slide

Slagaders
  • Slagaders vervoeren bloed van het hart af.
  • Bevatten zuurstofrijk bloed.
  • Hoge bloeddruk.
  • Dikke, elastische wanden.
  • Liggen diep in het lichaam.

Slide 12 - Slide

Haarvaten
  • Wand is 1 cellaag dik.
  • Kleinste bloedvaten in organen/weefsels.
  • Slagaders worden haarvaten.
  • Lagere bloeddruk dan slagaders.
  • Haarvaten worden aders.
  • Naam afhankelijk van orgaan (bijv. nierhaarvaten).

Slide 13 - Slide

Aders
  • Aders vervoeren bloed naar het hart.
  • Dunnere wanden.
  • Kleppen voorkomen terugstromen van bloed.

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Bloed
Bloed zorgt voor transport van warmte, zuurstof, brandstof en afvalstoffen.

Bij inspanning gaat ook meer bloed naar je spieren!

En ook meer naar je huid, voor verlies van warmte. 


Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Het bloedvatenstelsel

Slide 19 - Slide

De poortader
  • Voert zuurstofarm bloed van het darmkanaal naar de lever.
  • Wisselende samenstelling door voedingsstoffen uit de dunne darm.
  • Na koolhydraatrijke maaltijden: veel glucose.
  • Lever zet overtollige glucose om in glycogeen (opslag).
  • Bij laag glucosegehalte: glycogeen wordt weer glucose.

Slide 20 - Slide

De poortader
Functie:
  • Zet overtollige glucose om in glycogeen (opslag).
  • Bij laag glucosegehalte: glycogeen wordt weer glucose.
  • Bloedstroom:
  • Leverader voert bloed met hoger glucosegehalte af.
  • Mondt uit in de onderste holle ader.

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Aan de slag!
Wat:
Thema 13: basisstof 2:Maak opdracht 1 t/m 8
Lezen:
Blz. 107 t/m 112
Maken:
Opdrachten 1 t/m 8
Klaar?
Maak een schematische tekening van het hart en de aangrenzende bloedvaten.
Aan de slag!
timer
20:00

Slide 23 - Slide

Hoe ontstaan bloedcellen?

Stamcellen in het beenmerg 
worden:
-rode bloedcellen
- witte bloedcellen
-bloedplaatjes

Slide 24 - Slide

Wat vind je nog onduidelijk van deze les? Waar heb je nog vragen over?

Slide 25 - Open question

Slide 26 - Slide