This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
Repetitie H2 vmbo-T2 versie 1
Slide 1 - Slide
Belangrijk voordat je start
Neem de tijd om alle vragen en antwoorden goed te lezen.
Schrijf je antwoorden in volledige zinnen en niet in steekwoorden.
Klik op 'antwoord bewaren' nadat je wat hebt ingevuld.
Controleer aan het einde je antwoorden nog een keer en klik op 'lever in' zodat de docent weet dat je klaar bent.
Veel succes met de repetitie!
Slide 2 - Slide
1. [K] Geef een uitleg van het begrip Verlichting. (1pt)
Slide 3 - Open question
2. [K] Geef een uitleg van het begrip standenmaatschappij. (1pt)
Slide 4 - Open question
3. [K] Welke betekenis past het beste bij het begrip 'revolutie'? (1pt)
A
Burgeroorlog
B
Grote verandering
C
Politieke onrust
D
Gelijkheid
Slide 5 - Quiz
4. [K] Hieronder staan twee zinnen over Nederland in de 18e eeuw. (2pt) I. Er was steeds meer werkeloosheid in Nederland. II. De bevolking in de steden nam toe in Nederland.
A
I en II zijn waar
B
I en II zijn niet waar
C
I=waar; II= niet waar
D
I= niet waar; II= waar
Slide 6 - Quiz
5. [K] Gebruik de afbeelding hiernaast. Geef bij elke letter aan om welke groep van de Franse samenleving het gaat (A=, B= enz.). (2pt) LET OP: Geef bij elke stand ook een voorbeeld van wie in de groep zitten.
Slide 7 - Open question
6. [I] Gebruik de spotprent hiernaast. Wat is de mening van de tekenaar over de standenmaatschappij? (3pt)
Slide 8 - Open question
7. [T] A. Geef een indirecte oorzaak van de Franse Revolutie. (2pt) B. Leg uit hoe die oorzaak de Franse Revolutie veroorzaakte. (1pt)
Slide 9 - Open question
8. [T] Noem een directe oorzaak van de Franse Revolutie. (2pt)
Slide 10 - Open question
9. [K] Met welke gebeurtenis begon de Franse Revolutie officieel? (1pt)
Slide 11 - Open question
10. [K] Hieronder staan twee zinnen over de eerste fase van de Franse Revolutie (1789-1792). (2pt) I. Koning Lodewijk XVI werd afgezet en onthoofd. II. De standenmaatschappij werd afgeschaft.
A
I en II zijn waar
B
I en II zijn niet waar
C
I= waar; II= niet waar
D
I= niet waar; II= waar
Slide 12 - Quiz
11. [T] Gebruik de bron hiernaast. A. Welke bestuursvorm zie je terug in deze bron? (1pt) B. Leg uit met een bronelement waaraan je dat kunt zien. (2pt)
Slide 13 - Open question
12. [K] A. Wat is een overeenkomst tussen de ideeën van de aanstichters van de Franse Revolutie en Napoleon. (1pt) B. Wat is het grootste verschil tussen de ideeën van de aanstichters van de Franse Revolutie en Napoleon. (1pt)
Slide 14 - Open question
13. [K] Gebruik de bron hiernaast. A. Over welke veldtocht/veldslag spreekt de bron? (1pt) B. Leg uit met een bronelement waaraan je dat kunt zien. (1pt)
Slide 15 - Open question
14. [T] Leg uit met ten minste drie voorbeelden hoe Afrikaanse slaven door Europeanen werden behandeld. (3pt)
Slide 16 - Open question
15. [K] Welke twee groepen kwamen vooral op voor de rechten van slaven? (2pt)
Slide 17 - Open question
16. [T] Leg uit hoe het abolutionisme een burgeroorlog in de Verenigde Staten veroozaakte. (2pt).