Repetitie Hoofdstuk 2 T2 Versie 2

Repetitie H2 vmbo-T2 versie 2
1 / 12
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Repetitie H2 vmbo-T2 versie 2

Slide 1 - Slide

Belangrijk voordat je start
  • Neem de tijd om alle vragen en antwoorden goed te lezen.
  • Schrijf je antwoorden in volledige zinnen en niet in steekwoorden.
  • Klik op 'antwoord bewaren' nadat je wat hebt ingevuld.
  • Controleer aan het einde je antwoorden nog een keer en klik op 'lever in' zodat de docent weet dat je klaar bent.
  • Veel succes met de repetitie! 

Slide 2 - Slide

1. [K] Welke betekenis past het beste bij het begrip De Verlichting? (1pt)
A
Een grote verandering in de samenleving
B
Meer opstand tegen de koning
C
De verdeling van de samenleving in standen
D
De opkomst van nieuwe ideeën zoals gelijkheid

Slide 3 - Quiz

2. [K] Geef de betekenis van het begrip 'Revolutie' (1pt)

Slide 4 - Open question

3. [K] Hieronder staan twee zinnen over NL in de 18e eeuw. (2pt).
I. Het ging steeds beter met de Nederlandse economie.
II. De bevolking van steden nam toe in Nederland
A
I en II zijn waar
B
I en II zijn niet waar
C
I= waar; II= niet waar
D
I= niet waar; II= waar

Slide 5 - Quiz

4. [K] Zet de groepen op de juiste plaats in de Franse samenleving (3pt)
Een boer
Een priester
Een prins
Derde Stand
Geestelijken
De adel

Slide 6 - Drag question

5. [K] Geef een voorbeeld van hoe de derde stand ongelijk werd behandeld in vergelijking tot de eerste en de tweede stand. (2pt)

Slide 7 - Open question

6. [T] Gebruik de bron hiernaast.
A. Welke bestuursvorm zie je terug in deze bron? (1pt)
B. Leg uit met een bronelement waaraan je dat kunt zien. (2pt)

Slide 8 - Open question

7. [K] Hieronder staan twee zinnen over Napoleon (2pt)
I. Napoleon was voor de afschaffing van de standenmaatschappij.
II. Napoleon werd alleenheerser van Frankrijk
A
I en II zijn waar
B
I en II zijn niet waar
C
I= waar; II= niet waar
D
I= niet waar; II= waar

Slide 9 - Quiz

8. [K] Geef een uitleg van het begrip abolutionisme (1pt)

Slide 10 - Open question

9. [T] Geef drie concrete voorbeelden van hoe Afrikaanse slaven door Europeanen werden behandeld. (3pt)

Slide 11 - Open question

10. [I] Gebruik de afbeelding hiernaast. (op het blad staat 'verenigde staten' en noord en zuid'
A. Wat is volgens de bron de oorzaak van de Amerikaanse burgeroorlog? (1pt)

B. Waaraan kun je dat zien? (1pt)

Slide 12 - Open question