Inhaalles vraagstukken

Vraagstukken
1 / 47
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 47 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

Vraagstukken

Slide 1 - Slide

Als x = een getal, hoe noteer je dan het dubbel van dit getal?
A
x + 2
B
x : 2
C
2x
D
x - 2

Slide 2 - Quiz

Als x = een getal, hoe noteer je dan:
het viervoud van een getal

Slide 3 - Open question

Als x = een getal, hoe noteer je dan:
het tienvoud van een getal

Slide 4 - Open question

Als x = een getal, hoe noteer je dan:
de helft van een getal

Slide 5 - Open question

Als x = een getal, hoe noteer je dan:
een vijfde van een getal

Slide 6 - Open question

Als x = een getal, hoe noteer je dan:
een derde van een getal

Slide 7 - Open question

Als x = een getal, hoe noteer je dan:
dit getal vermeerderd met 5

Slide 8 - Open question

Als x = een getal, hoe noteer je dan:
dit getal vermeerderd met 10

Slide 9 - Open question

Als x = een getal, hoe noteer je dan:
dit getal verminderd met 8

Slide 10 - Open question

Als x = een getal, hoe noteer je dan:
5 minder dan dit getal

Slide 11 - Open question

Als x = een getal, hoe noteer je dan:
de som van een getal en 8

Slide 12 - Open question

Als x = een getal, hoe noteer je dan:
het product van een getal en 8

Slide 13 - Open question

Als x = een getal, hoe noteer je dan het dubbel van dit getal vermeerderd met 10?
A
2x . 10
B
2x + 10
C
x + 10
D
2x . 10x

Slide 14 - Quiz

Als x = een getal, hoe noteer je dan:
de som van het zesvoud van dit getal en 5

Slide 15 - Open question

Als x = een getal, hoe noteer je dan:
9 minder dan een derde van dit getal

Slide 16 - Open question

Het dubbel van een getal vermeerderd met 10 is 22. Zoek dit getal.
Noteer de volledige vergelijking.
A
2x + 10 = 22
B
2x + 10 + 22 = 0
C
x + 10 = 22
D
2x + 22 = 10

Slide 17 - Quiz

Het drievoud van een getal vermeerderd
met 4 is 25. Zoek dit getal.
Keuze van de onbekende?

Slide 18 - Open question

Het drievoud van een getal vermeerderd met 4 is 25. Zoek dit getal.
Vergelijking opstellen?
A
4x + 3 = 25
B
3x . 4 = 25
C
3x - 4 = 25
D
3x + 4 = 25

Slide 19 - Quiz

Trek 7 af van het vijfvoud van een getal en je bekomt 23. Zoek dit getal.
Keuze van de onbekende?

Slide 20 - Open question

Trek 7 af van het vijfvoud van een getal en je bekomt 23. Zoek dit getal.
Vergelijking opstellen?

Slide 21 - Open question

Ik koop een zakje chips van 2 euro en 3 cola's. In totaal betaal ik 10 euro. Zoek de prijs van 1 cola.
Keuze van de onbekende?

Slide 22 - Open question

Ik koop een zakje chips van 2 euro en 4 cola's. In totaal betaal ik 10 euro. Zoek de prijs van 1 cola.
Vergelijking opstellen?

Slide 23 - Open question

Noteer in symbolen/ wiskundetaal.
Ik heb 2 kinderen. Mijn zus heeft 1 kind meer. Mijn zus heeft ... kinderen.

Slide 24 - Open question

Noteer in symbolen/ wiskundetaal.
Ik ben x jaar. Ik ben 8 jaar ouder dan mijn zus. De leeftijd van mijn zus is ...

Slide 25 - Open question

Ik ben x jaar. Ik ben 8 jaar ouder dan mijn zus. Wij zijn samen 38 jaar. Hoe oud zijn we elk?
Vergelijking opstellen?

Slide 26 - Open question

Ik ben x jaar. Ik ben 8 jaar ouder dan mijn zus. Wij zijn samen 38 jaar. Hoe oud zijn we elk?
Vergelijking opstellen?

Slide 27 - Open question

Ik verdeel 5000 euro. Jochen krijgt dubbel zo veel als Senne. Hoeveel krijgt elk?
Keuze onbekende?

Slide 28 - Open question

Ik verdeel 5000 euro. Jochen krijgt dubbel zo veel als Senne. Hoeveel krijgt elk?
Als x het bedrag is van Senne, hoeveel krijgt Jochen? (keuze onbekende)

Slide 29 - Open question

Ik verdeel 5000 euro. Jochen krijgt dubbel zo veel als Senne. Hoeveel krijgt elk?
Vergelijking opstellen?

Slide 30 - Open question

Oma Mia heeft 5 kleinkinderen meer dan oma Annie. Samen hebben ze er 24.
Keuze onbekende?

Slide 31 - Open question

Oma Mia heeft 5 kleinkinderen meer dan oma Annie. Samen hebben ze er 24.
Als x het aantal kleinkinderen is van oma Annie, hoeveel kleinkinderen heeft Mia? (keuze onbekende)

Slide 32 - Open question

Oma Mia heeft 5 kleinkinderen meer dan oma Annie. Samen hebben ze er 24.
Vergelijking opstellen?

Slide 33 - Open question

Jan is 10 jaar jonger dan Piet. Samen zijn ze 40 jaar. Hoe oud zijn Jan en Piet?
Keuze onbekende? (Jan en Piet)

Slide 34 - Open question

Jan is 10 jaar jonger dan Piet. Samen zijn ze 40 jaar. Hoe oud zijn Jan en Piet?
Vergelijking opstellen?

Slide 35 - Open question

Lies, Els en Jeroen bezitten samen 2962 euro. Jeroen bezit het dubbel van Els en Lies bezit 16 euro meer dan het drievoud van Els. Hoeveel geld bezit ieder? (keuze onbekende)

Slide 36 - Open question

Lies, Els en Jeroen bezitten samen 2962 euro. Jeroen bezit het dubbel van Els en Lies bezit 16 euro meer dan het drievoud van Els. Hoeveel geld bezit ieder? (vergelijking opstellen)

Slide 37 - Open question

Drie getallen waarvan de tweede 5 meer is dan de eerste en de derde 2 minder is dan het dubbele van de eerste. De som is 19. Zoek deze 3 getallen.

Slide 38 - Open question

Drie getallen waarvan de tweede 5 meer is dan de eerste en de derde 2 minder is dan het dubbele van de eerste. De som is 19. Zoek deze 3 getallen. (vgl)

Slide 39 - Open question

Een tafel en zes stoelen kosten samen 1100 euro. De tafel kost 400 euro meer dan een stoel. Hoeveel kost een tafel en een stoel?

Slide 40 - Open question

Een tafel en zes stoelen kosten samen 1100 euro. De tafel kost 400 euro meer dan een stoel. Hoeveel kost een tafel en een stoel? (vgl)

Slide 41 - Open question

In een kast staan 151 strips en boeken samen. Er zijn 8 strips minder dan het dubbel van het aantal boeken. Zoek het aantal boeken.

Slide 42 - Open question

In een kast staan 151 strips en boeken samen. Er zijn 8 strips minder dan het dubbel van het aantal boeken. Zoek het aantal boeken. (vgl)

Slide 43 - Open question

De zussen Rosa, Marie en Agnes zijn samen 170 jaar oud. Rosa is 7 jaar jonger dan Marie en Agnes is 4 jaar ouder dan Rosa. Hoe oud zijn ze elk?

Slide 44 - Open question

De zussen Rosa, Marie en Agnes zijn samen 170 jaar oud. Rosa is 7 jaar jonger dan Marie en Agnes is 4 jaar ouder dan Rosa. Hoe oud zijn ze elk? (vgl)

Slide 45 - Open question

Aan een loopwedstrijd nemen 595 personen deel. Het aantal vrouwen is 3/4 van het aantal mannen. Hoeveel mannen namen deel?

Slide 46 - Open question

Aan een loopwedstrijd nemen 595 personen deel. Het aantal vrouwen is 3/4 van het aantal mannen. Hoeveel mannen namen deel? (vgl)

Slide 47 - Open question