week 29 (week 14 2025) klas 2 voorbereiden op de leestoets

Lernziele:

Am Ende dieser Stunde:.....

..... ken ik de verschillende leesstrategieën
..... kan ik een eenvoudige duitstalige tekst begrijpen en er
      vragen bij beantwoorden


1 / 50
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 50 slides, with text slides.

Items in this lesson

Lernziele:

Am Ende dieser Stunde:.....

..... ken ik de verschillende leesstrategieën
..... kan ik een eenvoudige duitstalige tekst begrijpen en er
      vragen bij beantwoorden


Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Guten Tag
Wie geht es euch?

Slide 2 - Slide

This item has no instructions


  • jas in de kluis of op de kapstok
  • pet/muts/capuchon af
  • oortjes uit
  • laptop dicht op tafel
  • boek/schrift/pen op tafel

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Was machen wir heute?

                            
                          Lesefertigkeit

Slide 4 - Slide

This item has no instructions



Aber zuerst.....ein Filmchen!



Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Link

This item has no instructions

Leesstrategieën

Slide 7 - Slide

Verder met H3A
Verder met V3A


Soorten leesstrategiën
  • voorspellen
  • voorkennis gebruiken
  • structuur van de tekst ontdekken / gebruiken
  • skimmen
  • scannen / selectief lezen
  • woordbetekenissen afleiden of raden
  • gedetailleerd lezen

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Voorspellen

Kijk naar titel, plaatjes, onderschriften, tussenkopjes en of opvallende woorden. 

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Voorkennis gebruiken

Door het gebruik van voorkennis kun je eventueel gebrek aan woordkennis compenseren. Je kunt de tekst dus begrijpen zonder dat je alle (moeilijke) woorden moet kennen of opzoeken. 

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Structuur ontdekken en gebruiken

Je moet verbanden tussen delen van een tekst kunnen herkennen en aangeven. Denk hierbij aan conclusies, opsommingen, voorbeelden, verwijzingen etc.
Hierbij zijn de signaalwoorden erg belangrijk! 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Signaalwoorden

  • Signaalwoorden geven verbanden aan 
  • Signaalwoorden hebben een functie


a. Tegenstelling
b. Tijdsaanduiding
c. Conclusie
d. Opsomming /uitbreiding
g. Reden/oorzaak 
j. Voorbeeld geven



Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Skimmen
De tekst snel en globaal doorlezen.

Bij korte teksten: kijk naar de eerste en laatste zin van de alinea (ELZA-methode).

Bij lange teksten: lees de inleiding, eerste en laatste zinnen van alle volgende alinea's. 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Scannen
Je scant de tekst om een bepaald stukje informatie te vinden. Als je opzoek bent naar maar één bepaald gegeven, maak je gebruik van scannen. Je leest dus selectief.




Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Intensief (gedetailleerd lezen)
Een (korte) tekst of een gedeelte intensief lezen om de vraag te kunnen beantwoorden. 
De tekst: uitpluizen, verbanden ontdekken en leggen.

Je markeert het stukje  tekst waar je het antwoord hebt gevonden!!

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Strategieën tijdens de leestoets
Voor het lezen:
  • Kijk naar de titel -> waar gaat het over?
  • Probeer eerst een beeld te vormen van de tekst. Wat voor een type tekst   is het? Is het bijvoorbeeld een brief, mail, artikel of advertentie?
  • Kijk vervolgens naar de titel van de tekst en bedenk wat jij al van het onderwerp weet. Bekijk eventuele plaatjes of tussenkopjes. Ook is het handig om de opdracht/ vragen die bij te tekst horen van tevoren vast goed te bekijken.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Woordbetekenissen raden / afleiden
Woordenboek gebruiken is handig, maar kost heel veel tijd. 
  • Lijkt het woord op het Nederlands of Engels?
  • Spreek het woord in gedachten uit. 
  • Hak het woord in stukjes.
  • Kijk naar de context waarin de zin staat. 

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Tijdens het lezen:
  • Je kunt de tekst vervolgens op verschillende manieren lezen:
  • Eerst ga je de tekst skimmen, dat is de tekst snel lezen zodat je ongeveer weet waar de tekst over gaat. Je bekijkt de opvallende stukjes en per alinea de eerste en laatste zin.
  • Daarna ga je de tekst scannen, waarbij je op zoek gaat naar specifieke informatie.
  • Tot slot ga je  PER VRAAG de tekst intensief lezen, je zoekt het antwoord in de tekst.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Het beantwoorden van de vragen:
Wanneer je de tekst goed gelezen hebt, ga je nogmaals goed naar de vragen kijken. Er zijn verschillende typen vragen:
  • Bij vragen over de hele tekst ga je nogmaals skimmen en zoeken naar aanwijzingen voor het antwoord.
  • Voor vragen naar bepaalde informatie kun je gaan scannen en de juiste woorden zoeken.
  • Als bij vragen regelnummers worden gegeven, is het handig als je de hele alinea daar omheen leest.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Meerkeuzevragen
  • Bij meerkeuzevragen staan de vragen meestal op volgorde van de tekst. Lees alleen het stukje waar jij denkt dat het antwoord staat. Probeer dan eerst zelf een antwoord te geven en daarna te kijken welk antwoord het beste op jouw antwoord lijkt.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Tot slot!
Probeer bij elke vraag het juiste stuk tekst te vinden waar je het antwoord kunt vinden. Hiervoor lees je dus sommige stukjes meerdere keren. Wanneer je het antwoord echt niet kunt vinden, ga je naar de volgende vraag en kun je er later op terugkomen. Misschien heb je dan het antwoord al op een andere plek zien staan!


Slide 21 - Slide

This item has no instructions

In het kort:

voorspellen: Titel vertalen, plaatje kijken, wat valt op aan de tekst?
voorkennis gebruiken: Wat weet je al van het onderwerp?
structuur gebruiken: Functie van een alinea herkennen
skimmen: Inleiding lezen en de 'ELZA'
scannen: Globaal lezen om informatie te vinden (na het
                    lezen van de vraag zoeken waar de info staat)
intensief lezen: Verbanden leggen; je gaat de vraag nu 
                                beantwoorden
woordbetekenis raden: Ken je het woord uit een andere taal?
                                               Kun je de betekenis uit de context vertalen?



 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

An die Arbeit!
An die Arbeit:

Was?  Lesen: Oefentoets Versie A
Wie?    selbstständig
Hilfe?  ein Wörterbuch
Zeit      30 Minuten
Fertig? StudyGo Woorden hoofdstuk 9
               




 

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Lernziele erreicht?


..... ken ik de verschillende leesstrategieën
..... kan ik een eenvoudige duitstalige tekst begrijpen en er
      vragen bij beantwoorden


Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Abschluss
Niet inpakken - luisteren - ik sluit de les af
  • na mijn startsignaal: inpakken
  • zitten blijven tot de bel gaat- stil

  • dan: klaar :)

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Guten Tag
Wie geht es euch?

Slide 26 - Slide

This item has no instructions


  • jas in de kluis of op de kapstok
  • pet/muts/capuchon af
  • oortjes uit
  • laptop dicht op tafel
  • boek/schrift/pen op tafel

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Was machen wir heute?

                            
               Schreiben und Sprechen

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Lernziele:

Am Ende dieser Stunde:.....
..... kan ik een boodschappenlijstje in het Duits maken;
..... kan ik een eenvoudig gesprek in een winkel voeren (rollenspel).


Slide 29 - Slide

This item has no instructions

An die Arbeit!
An die Arbeit: 

Was?  Rollenspiel
Wie?  zuzweit
Hilfe?  die Wörterliste auf Seite 132/133 und die 
              Sprachmittel auf Seite 122
Zeit?    30 Minuten
Fertig? Leer de woorden van hoofdstuk 9





Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Rollenspiel 
  • De klas wordt verdeeld in tweetallen (de docent maakt deze tweetallen)
  • 1 persoon is Verkäufer(in)
  • 1 persoon is Kunde(in)
  • Werk samen  het gesprek op de volgende dia uit op een blaadje
  • Maak een Einkaufszettel in het Duits. 
  • Je moet ook van rol kunnen wisselen. 
  • Dit gesprek gaan jullie in de vorm van een speeddate voeren met elkaar; je loopt dus door het lokaal!
  • In je boek op pag. 122 staan de Sprachmittel die je gebruikt om te kopen/verkopen
  • Je spreekt alleen Duits

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Die Aufgabe (Sprachmittel) 
Het gespek: 

1.  Verkoper vraagt of je iemand kan helpen? Klant geeft antwoord. 
2.  Vraag of de klant anders nog iets wenst. De klant geeft aan aan dat hij ook nog iets anders wil. 
3.  Vraag hoeveel de eieren kosten. Beantwoord de klant.
4.  Geef aan wat het totaal bedrag is. 
5. Klant geeft aan hoe hij wil betalen. 
6. Sluit af met een bedankje en een groet.

Op mijn teken gaan jullie wisselen!!
Voorbereiding:

1. Maak eerst samen een Einkaufsliste met minimaal 6  verschillende producten met eenheid (aantal, kilo, gram) die je nodig hebt. 

2. Werk het volgende gesprek uit met vraag & antwoord in het Duits!


Hilfe: die Sprachmittel auf  Seite 122 und die Wörterliste auf Seite 132



Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Lernziele erreicht?

..... kan ik een boodschappenlijstje in het Duits maken?
..... kan ik een eenvoudig gesprek in een winkel voeren (rollenspel)?



Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Abschluss
Niet inpakken - luisteren - ik sluit de les af
  • na mijn startsignaal: inpakken
  • zitten blijven tot de bel gaat- stil

  • dan: klaar :)

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Tschüss!
Bis zum nächsten Mal!

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Abschluss
Niet inpakken - luisteren - ik sluit de les af
  • na mijn startsignaal: inpakken
  • zitten blijven tot de bel gaat- stil

  • dan: klaar :)

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Tschüss!
Bis zum nächsten Mal!

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Guten Tag
Wie geht es euch?

Slide 38 - Slide

This item has no instructions


  • jas in de kluis of op de kapstok
  • pet/muts/capuchon af
  • oortjes uit
  • laptop dicht op tafel
  • boek/schrift/pen op tafel

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Was machen wir heute?

                            
                          Lesefertigkeit

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Lernziele:

Am Ende dieser Stunde:.....

..... ken ik de verschillende leesstrategieën
..... kan ik een eenvoudige duitstalige tekst begrijpen en er
      vragen bij beantwoorden


Slide 41 - Slide

This item has no instructions



Aber zuerst.....ein Filmchen!



Slide 42 - Slide

This item has no instructions

An die Arbeit!
An die Arbeit:

Was?  Lesen: Oefentoets Versie A
Wie?    selbstständig
Hilfe?  ein Wörterbuch
Zeit      30 Minuten
Fertig? StudyGo Woorden hoofdstuk 9
               




 

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Lernziel

..Am Ende dieser Stunde:

..... kann ich ein Wörterbuch auf eine gute Weise verwenden



Slide 44 - Slide

This item has no instructions

An die Arbeit!
An die Arbeit:

Was?   Woordenboek opdracht maken
Wie?    Selbstständig
Hilfe?   ein Wörterbuch
Zeit       so lange ihr braucht
Fertig? StudyGo: de woordenlijst Hfst 8, 9 en 10 of 
               de modale werkwoorden
               




 


Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Lernziel

..Am Ende dieser Stunde:

..... kann ich ein Wörterbuch auf eine gute Weise verwenden



Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Abschluss
Niet inpakken - luisteren - ik sluit de les af
  • na mijn startsignaal: inpakken
  • zitten blijven tot de bel gaat- stil

  • dan: klaar :)

Slide 47 - Slide

This item has no instructions

Tschüss!
Bis zum nächsten Mal!

Slide 48 - Slide

This item has no instructions

Tschüss!
Bis zum nächsten Mal!

Slide 49 - Slide

This item has no instructions

An die Arbeit!
An die Arbeit: 

Was?  Hören: het verschil tussen -g- en -ch-
Wie?   zusammen
Hilfe?  keine
Zeit?    5 Minuten





Slide 50 - Slide

This item has no instructions