4.3 Moleculaire stoffen mengen

Laatste deel 4.2
1 / 28
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Laatste deel 4.2

Slide 1 - Slide

Macro, meso, micro
Macro: kun je zien. 
          voorbeeld: blokje ijs smelt en wordt vloeibaar
Meso: structuren
         voorbeeld: de molecuulstructuren in water 
Micro: moleculair niveau 
         voorbeeld: de moleculen gaan sneller bewegen en verder               uit elkaar tijdens het smelten

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

4.3 Moleculaire stoffen mengen

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Aantekening

Slide 8 - Slide

Wat is een hydrofiele stof?
Wat is een hydrofobe stof?

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

= oververzadigd

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Oplosbaarheid
Bij vloeistoffen geldt:
“Hoe hoger de temperatuur hoe meer er kan oplossen!”


Bij gassen geldt:
“Hoe hoger de temperatuur hoe minder er kan oplossen!”

Slide 13 - Slide

Ijklijn
waarden van onderzoek 
uitzetten in diagram, 
vervolgens lijn door punten
trekken = ijklijn 

Slide 14 - Slide

Andere mengsels

Weet je de volgende mengsels nog??

Slide 15 - Slide

Troebel mengsel van 2 vloeistoffen
A
Emulsie
B
Suspensie
C
Oplossing
D
Nevel

Slide 16 - Quiz

Troebel mengsel van een gas in een vloeistof
A
suspensie
B
nevel
C
schuim
D
rook

Slide 17 - Quiz

Troebel mengsel van een vaste stof in een gas
A
nevel
B
rook
C
suspensie
D
schuim

Slide 18 - Quiz

Troebel mengsel van een vaste stof in een vloeistof?
A
rook
B
suspensie
C
schuim
D
emulsie

Slide 19 - Quiz

Troebel mengsel van een vloeistof in een gas?
A
nevel
B
rook
C
schuim
D
suspensie

Slide 20 - Quiz

Paragraaf check

Slide 21 - Slide

Lost deze stof op in water?
A
ja
B
nee

Slide 22 - Quiz

Lost deze stof op in water?
A
ja
B
nee

Slide 23 - Quiz

Lost deze stof op in water?
A
ja
B
nee (niet goed)

Slide 24 - Quiz

We kunnen in 2,5 liter water maximaal 900 gram keukenzout oplossen. De oplosbaarheid van keukenzout is?
A
360 gram per liter
B
2250 gram per liter
C
360 liter per gram
D
2250 liter per gram

Slide 25 - Quiz

De concentratie van zout in zeewater is 37 g/L
hoeveel kg zout moet je toevoegen bij 15000 liter water?
A
555 gram
B
555 kg
C
2,5 kg
D
250 kg

Slide 26 - Quiz

Oplosbaarheid van zuurstof bij 80 graden Celsius is 25,1 mg/L.
Aan 500 mL water is 15 mg zuurstof toegevoegd. Wat is deze oplossing?
A
Onverzadigd
B
Verzadigd
C
Oververzadigd

Slide 27 - Quiz

Aantekening

Slide 28 - Slide