Spaans les 6 V4 III parte de la carta descripción monumento/actividades

Ryan
1 / 20
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 20 slides, with text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Ryan

Slide 1 - Slide

Planificación
W 11 Donderdag: intro LA
W 12 Maandag en donderdag: practicar indefinido hay/ser/estar y escribir párrafo 1
W 13 Maandag en donderdag: el uso del indef / imperf – escribir párrafo 2 (el viaje de ida)
W 14 Maandag en donderdag: contraste indef / imperf / hay, ser, estar y concordancia – escribir párrafo 3 (un monumento o la naturaleza) y terminar carta
W 15 preparación examen oral thema 1  y 2 en donderdag: schrijfvaardigheidstoets
W 16 Maandag: preparación examen oral tema 3  donderdag: preparación examen oral tema 4
W 17-18-19 meivakantie/activiteitenweek
W 20 Maandag: preparación examen oral tema (todo)
Donderdag: preparación examen oral (todo)
W 21 Examen oral/inleveren teksten
W 22 Examen oral/inleveren teksten
W 23 Examen oral/inleveren teksten
W 24 Tp 3








Slide 2 - Slide

Vas a escuchar una canción
Escribe la letra con el número en la hoja
timer
3:00

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Vas a ver un vídeo
Escribe en holandés en tu cuaderno/hoja 
1. cómo es la naturaleza
2. cómo es la gente
3. cómo son los monumentos

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

¿Cuál es el objetivo de la clase de hoy?

Slide 7 - Slide

La clase anterior
Contesta a estas preguntas con tu compañero/a de clase en holandés:
1. Wat is het grootste verschil tussen imperfecto en indefinido?
2. Wanneer gebruik je hay?
3. Wanneer gebruik je estar?
4. Hoe zeg je dat met het vliegtuig reist in het Spaans?
5. Hoe maak je de ontkenning in het Spaans, bijv. bij er was geen turbulentie?
6. Hoe zeg je in het Spaans dat mevr. Muñoz zenuwachtig was (tijdens de vlucht)?
timer
2:00

Slide 8 - Slide

La preparación para la clase de hoy
Leren aantekeningen (zoals geslacht van woorden, voorzetsels)

Leren alle onregelmatige werkwoorden in de imperfecto (ook sigaalwoorden)
Leren alle onregelmatige werkwoorden in de indefinido (ook signaalwoorden)
Leren regels hay/ser/estar (en ook de vormen van de indefinido/imperfecto)
Leren pág. 9 hol-esp en pág. 12





Slide 9 - Slide

Hay, ser, estar
Habla con tu compañero/a de clase sobre el uso de hay/ser/estar.
Weet je de vormen ook in de indefinido en in de imperfecto? Schrijf ze op in je schrift
timer
2:00

Slide 10 - Slide

Hay, ser, estar
Escribe en el pasado (imperfecto o indefinido)
El año pasado yo 1._______en Costa Rica de vacaciones. Allí 2.______muchos animales  muy hermosos. También la gente 3. _____muy amable. En Costa Rica 4.______comida muy rica sobre todo los postres. 
timer
3:00

Slide 11 - Slide

indefinido e imperfecto
Escribe en el pasado (imperfecto o indefinido) en tu cuaderno.
1. (llegar, nosotros)  a las 11:30 de la mañana.
2. (ir, yo) en taxi al hotel.
3. Mis padres (estar) cansados del viaje.
4. Yo (tener) mucha hambre.
5. (hacer) unos 36 grados.
6. El día siguiente (nosotros, pasear) por el centro de la ciudad.
 
timer
3:00

Slide 12 - Slide

los posesivos = de bezittelijke voornaamwoorden
mi (s) 
tu (s)
su (s)
nuestro (s)/a (s)
vuestro (s) /a (s)
su (s)
mijn
jouw
zijn/haar/uw
ons/onze
jullie
hun
timer
1:00

Slide 13 - Slide

los posesivos = de bezittelijke voornaamwoorden
Vertaal in je schrift.
1. Ik sliep in het huis van mijn oom.
2. Mijn vlucht vertrok om 06:00.
3. Onze sterwardess was lief.
4. Hun reis was fantastisch.

timer
3:00

Slide 14 - Slide

los posesivos = de bezittelijke voornaamwoorden
1. Dormí en la casa de mi tío.
2. Mi vuelo salió a las 06:00.
3. Nuestra azafata era cariñosa.
4. Su viaje era fantástico.

Slide 15 - Slide

Tu carta
  1. 1a parte: introducción y información del país
  2. 2a parte: el viaje de ida
  3. 3a parte: actividades/excursión a un monumento/lugar de interés turístico
  4. 4a parte: el viaje de vuelta y final de la carta

Slide 16 - Slide

párrafo  III está listo si
Als je vertelt op welke dag je iets deed.
Als je vertelt welke activiteit je deed.
Welke stad/dorp/bezienswaardigheid er waren en hoe ze waren
Als je vertelt hoe je dat vond.
As je vertelt welke andere activiteiten je deed op de andere dagen.
Als je vertelt hoe het weer was.
timer
20:00

Slide 17 - Slide

Escribir 4e parte y el final: 
Als je vertelt 
wanneer je wegging (datum/dag/tijd)
wat je vervoer was naar het vliegveld (anders dan heenreis)
met wie je terugvloog
met welke luchtvaartmaatschappij
hoe lang je terugreis was
wat je deed tijdens de reis (anders dan de heenreis)
en hoe laat/wanneer je aankwam in Nederland
vertel wat je van je reis vond en eindig met
Me gustaría volver (ik zou terug willen gaan), porque.......

Un saludo,
handtekening 
en eronder je naam

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

La preparación para el jueves
Leren aantekeningen (zoals geslacht van woorden, voorzetsels)

Leren alle onregelmatige werkwoorden in de imperfecto (ook sigaalwoorden)
Leren alle onregelmatige werkwoorden in de indefinido (ook signaalwoorden)
Leren regels hay/ser/estar (en ook de vormen van de indefinido/imperfecto)
Leren pág. 12, 13 7 en 8 (hol-esp, is herhaling!)




Slide 20 - Slide