Spaans les 7 V4 III parte de la carta descripción monumento/actividades

Ryan
1 / 15
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Ryan

Slide 1 - Slide

Planificación
W 11 Donderdag: intro LA
W 12 Maandag en donderdag: practicar indefinido hay/ser/estar y escribir párrafo 1
W 13 Maandag en donderdag: el uso del indef / imperf – escribir párrafo 2 (el viaje de ida)
W 14 Maandag en donderdag: contraste indef / imperf / hay, ser, estar y concordancia – escribir párrafo 3 (un monumento o la naturaleza) y terminar carta
W 15 preparación examen oral thema 1  y 2 en donderdag: schrijfvaardigheidstoets
W 16 Maandag: preparación examen oral tema 3  donderdag: preparación examen oral tema 4
W 17-18-19 meivakantie/activiteitenweek
W 20 Maandag: preparación examen oral tema (todo)
Donderdag: preparación examen oral (todo)
W 21 Examen oral/inleveren teksten
W 22 Examen oral/inleveren teksten
W 23 Examen oral/inleveren teksten
W 24 Tp 3








Slide 2 - Slide

La clase anterior
Wat is er fout aan deze zinnen? Bespreek het met je klasgenoot.
1. Lima es en Perú.
2. El gente es muy amable.
3. Hay mucho montañas.
4. Hubo mucha turbulencia.
5. El vuelo duraba diez horas.
6. Estuve en 6 de mayo en Bogotá.
7. Lunes, 20 de agosto fui a Cuba.
timer
2:00

Slide 3 - Slide

La preparación para la clase de hoy
Leren aantekeningen (zoals geslacht van woorden, voorzetsels, geslacht van woorden, bezittelijke voornaamwoorden)

Leren alle onregelmatige werkwoorden in de imperfecto (ook sigaalwoorden)
Leren alle onregelmatige werkwoorden in de indefinido (ook signaalwoorden)
Leren regels hay/ser/estar (en ook de vormen van de indefinido/imperfecto)
Leren pág. 12, 13 7 en 8 (hol-esp, is herhaling!)



Slide 4 - Slide

los posesivos = de bezittelijke voornaamwoorden
Vertaal in je schrift.
1. Ik sliep in het huis van mijn oom.
2. Mijn vlucht vertrok om 06:00.
3. Onze sterwardess was lief.
4. Hun reis was fantastisch.

timer
3:00

Slide 5 - Slide

los posesivos = de bezittelijke voornaamwoorden
1. Dormí en la casa de mi tío.
2. Mi vuelo salió a las 06:00.
3. Nuestra azafata era cariñosa.
4. Su viaje era fantástico.

Slide 6 - Slide

Tu carta
  1. 1a parte: introducción y información del país
  2. 2a parte: el viaje de ida
  3. 3a parte: actividades/excursión a un monumento/lugar de interés turístico
  4. 4a parte: el viaje de vuelta y final de la carta

Slide 7 - Slide

párrafo  III está listo si
Als je vertelt op welke dag je iets deed.
Als je vertelt welke activiteit je deed.
Welke stad/dorp/bezienswaardigheid er waren en hoe ze waren
Als je vertelt hoe je dat vond.
As je vertelt welke andere activiteiten je deed op de andere dagen.
Als je vertelt hoe het weer was.
timer
20:00

Slide 8 - Slide

Escribir 4e parte y el final: 
Als je vertelt  (varieer met je heenreis, gebruik andere werkwoorden en andere activiteiten)
wanneer je wegging (datum/dag/tijd)
wat je vervoer was naar het vliegveld (anders dan heenreis)
met wie je terugvloog
met welke luchtvaartmaatschappij
hoe lang je terugreis was
wat je deed tijdens de reis (anders dan de heenreis)
en hoe laat/wanneer je aankwam in Nederland
vertel wat je van je reis vond en eindig met
Me gustaría volver (ik zou terug willen gaan), porque.......

Un saludo,
handtekening 
en eronder je naam

Slide 9 - Slide

He terminado el párrafo III de mi carta.

Slide 10 - Poll

He terminado el párrafo III de mi carta.
😒🙁😐🙂😃

Slide 11 - Poll

Comprendo cuando se usa hay/ser/estar
😒🙁😐🙂😃

Slide 12 - Poll

Sé cuando tengo que usar el indefinido
😒🙁😐🙂😃

Slide 13 - Poll

Sé las formas irregulares del indefinido
😒🙁😐🙂😃

Slide 14 - Poll

La preparación para el lunes
Leren aantekeningen (zoals geslacht van woorden, voorzetsels, bezittelijke voornaamwoorden)

Leren de onregelmatige werkwoorden in de bijlage in de tegenwoordige tijd
(zorg dat je de betekenissen ook weet in het Nederlands)
Leren de regels van hay/ser/estar
Bekijk de de volgende links
youtube.com/watch?v=hN4mtFdPhjQ
(= gustar)
youtube.com/watch?v=9o8QLpQ6dDgm
(= wederkerende werkwoorden)













Slide 15 - Slide