This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Didactiek les 3
Les 1: Beginsituatie
Les 2: Doelstelling
-->
Les 3: Bewegingsvormen
Slide 1 - Slide
LE11
2 lessen (1 en 2) van een techniek training naar keuze gericht op een stageteam
+
Extern Beoordelingsformulier van een gegeven les op Stage
LE12
2 lessen (3 en 4) van een techniektraining naar keuze gericht op een stageteam
+
Intern beoordelingsformulier van een gegeven les bij DID!
Slide 2 - Slide
Bronnen: SBIS & het Boek Sportleider als Lesgever!
LVF LE11 +12
Slide 3 - Slide
Hoe volgen jullie deze les?
A
Via laptop
B
Via telefoon
Slide 4 - Quiz
Slide 5 - Slide
Volgorde van opbouw
1. Beginsituaties gedetailleerd te formuleren
2. Doelstelling en beginsituatie op elkaar af te stemmen
3. Consequenties voor de les formuleren a.d.h.v. de beginsituatie
4. Bewegingsvormen kiezen a.d.h.v. consequenties voor de les
5. Een passende didactische werkvorm bij de gekozen bewegingsvorm te kiezen
6. Een passende begeleidingsstijl te kiezen
Slide 6 - Slide
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Slide
Beginsituatie:
De leerlingen kunnen 2 van de 10 ballen naar een medespeler overspelen door middel van de onderhandse techniek.
Het accent ligt voor deze leerlingen op de spanning van de vingers het maken van een kommetje en het in de beweging meegaan van de volleybal bij de bovenhandse techniek. Bij de onderhandse techniek ligt het accent voor deze leerlingen op het volgen van de bal, het door de knieën gaan bij het spelen en het dosering van de energie van de bal.
Ze kunnen de volleybal nog niet gericht plaatsen richting een medespeler. Ze creëren nog niet voldoende hoogte met de onderhandse techniek om een set – up te kunnen geven.
Slide 9 - Slide
Benoem bij deze beginsituatie een aantal consequenties voor de les:
Slide 10 - Open question
Consequenties voor de les
Slide 11 - Slide
Bewegingsvormen
Slide 12 - Slide
Slide 13 - Slide
Slide 14 - Slide
Zijn jullie nog wakker?
A
Ja
B
Nee
C
Half
Slide 15 - Quiz
Slide 16 - Slide
Slide 17 - Slide
De leerlingen kunnen 2 van de 10 ballen naar een medespeler overspelen door middel van de onderhandse techniek.
Het accent ligt voor deze leerlingen op de spanning van de vingers het maken van een kommetje en het in de beweging meegaan van de volleybal bij de bovenhandse techniek. Bij de onderhandse techniek ligt het accent voor deze leerlingen op het volgen van de bal, het door de knieën gaan bij het spelen en het dosering van de energie van de bal. Ze kunnen de volleybal nog niet gericht plaatsen richting een medespeler. Ze creëren nog niet voldoende hoogte met de onderhandse techniek om een set – up te kunnen geven.
De leerlingen kunnen 7 van de 10 ballen in de handen van de medespeler kunnen terugspelen met de onderhandse techniek. Hierbij licht het accent op door de knieën gaan, de handen goed bij elkaar sluiten , en de bal bij de onderhandse techniek net onder de polsen spelen. Dit kunnen ze laten zien tijdens het eindspel waarbij ze de de service moeten ver-werken met de onderhandse techniek en de bal bij de setter moeten krijgen.
Slide 18 - Slide
Benoem 3 bewegingsvormen die je zou kunnen doen om deze doelstelling te behalen.
Slide 19 - Open question
Slide 20 - Slide
Slide 21 - Video
Wat gebeurd er wanneer een bewegingsvorm (technisch) te moeilijk is?
Slide 22 - Mind map
Slide 23 - Slide
Slide 24 - Slide
Wat doe je aan het begin van de les qua opbouw?
A
Iets technisch moeilijks, met een lage intensiteit
B
Iets technisch moeilijks, met een hoge intensiteit
C
Iets technisch makkelijks met een hoge intensiteit
D
Iets technisch makkelijks met een lage intensiteit
Slide 25 - Quiz
In welk gedeelte van de les leer je de studenten de technische vaardigheden het beste aan?
A
Tijdens de warming up
B
Direct na de warming - up, tijdens kern 2
C
Tijdens kern 2
D
Tijdens het einde van de les, de spelvorm of de wedstrijd
Slide 26 - Quiz
Slide 27 - Slide
Slide 28 - Slide
Slide 29 - Slide
Zijn jullie nog wakker?
A
Ja
B
Nee
C
Half
Slide 30 - Quiz
Slide 31 - Slide
Slide 32 - Slide
Maak voor de volgende bewegingsvorm een inhoudelijke differentiatie (makkelijker en moeilijker) In kern 1 laat ik de deelnemers door een cirkel aan een korfbal paal heen koppen. de buddy gooit de bal aan vanuit verschillende posities aan om de deelnemers aan te leren de bal een andere richting mee te geven dan waar de bal vandaan komt.
Slide 33 - Open question
Slide 34 - Slide
LE11
2 lessen (1 en 2) van een techniek training naar keuze gericht op een stageteam
+
Extern Beoordelingsformulier van een gegeven les op Stage
LE12
2 lessen (3 en 4) van een techniektraining naar keuze gericht op een stageteam
+
Intern beoordelingsformulier van een gegeven les bij DID!
Slide 35 - Slide
Uiteindelijk doel: 4 lessen die op elkaar aansluiten
Slide 36 - Slide
Waar zou je naartoe willen werken? Wat is je lange termijn doelstelling?